‘Can I be Me?’ Waarom de Netflix-docu over Whitney Houston tot nadenken stemt

Liesbeth is niet per se fan van Whitney Houston,  maar kan ook niet echt een kwaad woord over haar horen. En na het zien van de Netflixdocumentaire Can I be Me over haar al helemaal niet meer. Want dat leven van Whit, was eigenlijk gewoon een kwestie van zichzelf niet mogen zijn, en daar letterlijk aan ten onder gaan. Hoe beroemd ze verder ook was.

Ik heb twee vriendinnen die allebei begin veertig zijn, en die allebei opgroeiden als Whitney Houston volgelingen. De een draaide al haar platen grijs, de ander mag nog steeds graag in een Houston-klassieker uitbarsten als de gelegenheid daarom vraagt. En ze kan best goed zingen, dus ik laat haar maar. Zelf was Whitney voor mij vooral die zangeres met blonde krullenpruik die doorbrak met ‘I Wanna Dance with Somebody’ in 1986, toen ik dus 12 was en nog geen idee had wie ik zelf was, laat staan wie Whitney was. Later veranderde dat wat onder invloed van film The Bodyguard, waarin ze een ongeevenaarde versie van I Will Always Love You vertolkte. Maar veel verder dan een paar liedjes op mijn spotify-lijst is ze eigenlijk niet gekomen. Al was me wel altijd al duidelijk dat deze vrouw een stem had die door niemand overtroffen werd. Of je nou van haar repertoire hield, of niet.

Want dat talent van Whitney is dus zo ongeveer door God zelf gezonden. Dat verzin ik niet zelf, dat is wat werkelijk iedereen over haar zegt in de Netflix-docu Can I be Me die sinds kort te streamen in. Managers, achtergrondzangers, familieleden: allemaal zeggen ze hetzelfde. En dat is dat die stem van dit meisje uit een achterbuurt in Newark, waar ze door haar dominante moeder Cissy werd klaargestoomd voor een carriere als zangeres via het plaatselijke kerkkoor, die van een engel was. We zien oud filmmateriaal van Whitney zingend in die kerk en inderdaad: het is niet normaal zo goed. Maar er zijn ook dan al andere dingen aan de hand. Dingen waar ik werkelijk geen idee van had. Het grote drugsgebruik in het Houston-gezin bijvoorbeeld. De armoede, de rassenrellen. Het taboe op lesbische liefde. De enorm dominante moeder die haar dochter met stalen hand richting die van gladgestreken popster manouvreert. Een popster bovendien, die ondanks haar bruine huid uiteindelijk zelfs als een soort ‘blank’ persoon wordt gepresenteerd door de platenindustrie, zodat ze ‘populairder’ zou worden. Tot grote ergernis van de R&B-gemeenschap uit die tijd, en de gekleurde leden daarvan, die Whitney op een zeker moment zelfs en masse uitjoelen als ze een prijs in ontvangst neemt. En prijzen, die neemt ze dan allang in ontvangst. Bij vrachtladingen. Maar over dat joelen zal ze nooit meer heenkomen, zo blijkt.

Het gekke is, ik ben Whitney gedurende de hele documentaire nergens sympathiek gaan vinden. Ze heeft iets kils dat me niet bevalt, en dat beeld is niet verdwenen. Maar haar eenzaamheid trof me eigenlijk wel nogal. Zo is er de innige vriendschap met haar beste vriendin Robyn Crawford, die waarschijnlijk meer was dan alleen vriendschap. Van dat laatste kan alleen geen sprake zijn, om Whitney’s imago van girl next door niet te schaden. Dus komt Bobby Brown in beeld, die overigens onverwacht liefdevol en grappig voor haar blijkt te zijn en met wie ze een serieuze liefde heeft en een dochter krijgt. Maar ja: de drugs, de drank, de drugs. En dat was dus eigenlijk al voor Bobby aan de hand, vertelt een bodyguard die al vijftien jaar voor haar dood een brandbrief aan de familie schreef waarin hij een opsomming maakte van alle bijna-overdoses en andere bijna-rampen die de drugs in Whitney’s leven veroorzaakten. Hij werd na het schrijven van die brief ontslagen door Houston’s team.

Want dat team: dat was dus haar hele familie. Haar vader, haar broers, haar moeder. Die er allemaal financieel baat bij hadden dat Whitney bleef doen wat ze deed, wat de prijs verder ook was die ze daarvoor betaalde. Haar taak was om ‘Whitney Houston’ te zijn, de emotionele troep die dat veroorzaakte veegde iedereen verder wel onder het tapijt. En dus zie je haar gaandeweg steeds magerder worden, en minder helder uit haar ogen kijken. Als het uiteindelijk zover komt dat ze vriendin Robyn niet langer mag zien omdat Bobby haar wegstuurt, is dat dan ook het begin van het einde. Slechts een paar jaar later wordt Whitney dood gevonden in een hotelbad. Niemand zegt het hardop, maar vermoedelijk was ze dit keer te ver gegaan met drugs. En dat kan ook bijna niet anders.

“Ach, ze was toch verslaafd?” Of: “Ze haalde al jaren de hoge noten niet meer, het was al niks meer.” Het waren dingen die werden gezegd toen het nieuws rond haar dood in 2012 bekend werd. Maar al was ik geen fan, ik dacht toen wel meteen: nee, dat is niet eerlijk, ze was veel meer dan dat. En dat wordt ook gezegd door een oud-bandlid in deze documentaire, die haar enorme talent roemt. “Ze was geen junk. Ze was de grootste zangeres die de wereld ooit gehad heeft.” En ik denk niet dat dat overdreven was. Ik vrees alleen dat het helemaal niet zo leuk was om dat te zijn, en de roem uiteindelijk zelfs haar ondergang betekende. Whitney had een zin, die ze tijdens haar leven vaak uitsprak tegen vertrouwelingen: ‘Can I be me?’ Alles wat ze wilde was zichzelf zijn, maar dat was niet de bedoeling. Al denk ik wel dat die ene zin een prachtig liedje had opgeleverd, als ze het zelf had gezongen. Dat wel.

LEES OOK: Kwetsbaar en stoer: waarom de Netflix-docu over Lady Gaga ge-wel-dig is

Geschreven door

Liesbeth is journalist en tekstschrijver, en schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef boek: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (verschijnt 17 oktober 2017, Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar)

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Vul hieronder je e-mailadres in en je krijgt van ons wekelijks een myndboost in je inbox.

Nieuwsbrief?