Noortje werd gepest op haar werk: “Het gaat heel subtiel en is daarom zo venijnig”

Noortje (37) werkte gedurende twee jaar als financieel medewerker op een accountantskantoor. Vanaf het begin was ze mikpunt van pesterijen, of zoals ze zelf zegt: “Ik werd stelselmatig genegeerd en het is heel moeilijk om iemand daarop aan te spreken.”

“Ik ben in mijn jeugd ook veel gepest, dus ik wist hoe het voelde om het mikpunt te zijn. Pesten op het werk gaat echter heel anders. Het is niet dat er met stenen naar me gegooid wordt of dat ze na werktijd in de garage op me staan te wachten, het zit ‘em in veel subtielere dingen. Zo subtiel dat het me zo ongeveer onmogelijk gemaakt wordt om er iets over te zeggen, want het zou in theorie allemaal ‘toevallig’ kunnen zijn.

Het begon meteen al op dag één. Ik meldde me bij mijn leidinggevende en zij liet mij zien aan welk blok ik zou komen te werken. Er zat daar een groepje vrouwen en toen ze zei: “Dit is jullie nieuwe collega Noortje” gebeurde er niets. Ze knikten naar me en wilden doorgaan met hun werk. Ik heb ze toen allemaal de hand gedrukt en expliciet om hun namen gevraagd, maar er werd uiterst koel op mijn begroeting gereageerd.

Ik werd ingewerkt door Ingrid. In eerste instantie vond ik haar wel aardig. Ze was de enige die af en toe naar me glimlachte en me hielp als ik ergens niet uitkwam. De rest van mijn collega’s deed werkelijk alsof ik lucht was. Als ik hen iets vroeg, antwoordden ze wel, hoor, maar meer dan dat kwam er niet uit. Met elkaar deelden ze van alles, verhalen over de kinderen, wat ze in het weekend gedaan hadden, maar het was niet voor mijn oren bestemd en mij werd ook nooit iets gevraagd.

 

 

Na een paar weken werd ik bij mijn leidinggevende geroepen. Ze vroeg hoe het werk me beviel en hoe het ging met mijn collega’s. Klaarblijkelijk had ze gemerkt dat het een beetje stroef verliep. Ik gaf aan dat ik het idee had dat ze me niet echt wilden toelaten tot hun team. Volgens mijn leidinggevende moest ik meer mijn best doen. Ze vertelde me vervolgens dat ze recent één van de liefste collega’s van het team had ontslagen, omdat die niet meer functioneerde. Ik snapte toen wel beter dat een nieuwe kracht erbij mijn collega’s tegenstond, hoewel ik het ook kinderachtig vond dat ik werd gestraft voor iets waarmee ik helemaal niks te maken had.

Het luchtte me wel op dat het klaarblijkelijk niets iets met mij persoonlijk te maken had en ik ging er met frisse moed weer tegenaan. Maar wat ik ook probeerde (over mijn eigen weekend beginnen als zij het daarover hadden, iemand complimenteren met een nieuwe broek, werk van een zuchtende collega overnemen) het mocht niet baten. Het gleed linea recta van ze af, leek het wel. Wat ook vaak gebeurde was dat ze met z’n allen gingen lunchen als ik even van mijn plek af was. Dan kwamen ze terug en vroeg ik: “Hadden jullie niet even konden wachten?” en dan zeiden ze: “Oh, sorry, ja, we hebben je nog gezocht, maar we hadden honger, dus we waren alvast gegaan.” Ik ben wel eens in zo’n situatie gewoon naar de kantine beneden gelopen en vervolgens bij ze aangeschoven, maar dan werd ik echt weggekeken. Dan vielen ze stil en ging iedereen heel ongemakkelijk schuiven op z’n stoel. Verschrikkelijk.

Het werd allemaal steeds pijnlijker. En ze deden ook steeds minder moeite om te verbergen hoezeer ze me niet moesten. Zelfs de collega die in het begin nog wel eens naar me glimlachte, stopte daarmee. Ik ving op dat ze met elkaar in een appgroep zaten en als er iedereen bijvoorbeeld Penoza had zitten kijken dan hadden ze het daarover in de appgroep. En ook gebeurde het nog wel eens dat ze na het werk met elkaar wat gingen drinken. Dat kondigden ze natuurlijk nooit aan. Dat kon ik destilleren uit de verhalen die daar dan de volgende dag over gedeeld werden. Besmuikt en lacherig, zodat ik het net wel en niet niet kon horen.

Natuurlijk heb ik het er meerdere keren met mijn leidinggevende over gehad en we hebben ook als team een keer of drie met elkaar gezeten, maar mijn collega’s hadden voor alles een verklaring. Het was toevallig dat zij soms gingen lunchen zonder mij, want waarom zouden ze me opzettelijk achterlaten? Er was helemaal geen appgroep, hoe kwam ik daarbij? En ja, ze gingen wel eens wat drinken na werk, maar dat was dan met die ontslagen collega en die wilde mij liever niet zien, omdat ik haar plek had ingenomen, dat snapte ik toch wel? Ik had me echt dingen in mijn hoofd gehaald die niet klopten. Mijn leidinggevende kon er niks mee en ik eigenlijk ook niet. De kracht van de ontkenning is heel groot. Het is heel vervelend dat er volwassen mensen bestaan die zo met anderen omgaan, maar ik snap dat het lastig is om er iets aan te doen. Juist omdat het allemaal heel achterbaks gaat. Voor alles is een andere verklaring te vinden en wieweet beeldde ik het me allemaal in. Ik meen dat ik dat las op het gezicht van mijn leidinggevende en ik begreep het nog ook. Tegen haar was iedereen namelijk altijd poeslief, spontaan en behulpzaam.

Ik besloot dat de enige oplossing was om op zoek te gaan naar een andere baan en die heb ik ook gevonden. Op een heel gezellig kantoor. Ik was als de dood toen ik er voor het eerst ging werken. Volgens mij heb ik echt een klein traumaatje opgelopen. Maar het ging hartstikke goed en iedereen was vriendelijk voor me. Ik ben wel argwanender geworden door deze gebeurtenis. Mensen moeten tegenwoordig wel echt iets doen om mijn vertrouwen te winnen. Ik ben bang dat ze me een mes in mijn rug steken. Een tijdje terug ben ik daarom ook in therapie te gaan. Om te praten over die hele pest-periode. Ik kan het nu een beetje loslaten, maar vergeten zal ik het nooit.

Lees ook: Pesten: Waarom houdt het toch nooit op?

(Beeld: iStock)

Geschreven door

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Vul hieronder je e-mailadres in en je krijgt van ons wekelijks een myndboost in je inbox.

Nieuwsbrief?