15 dingen die in je omgaan als je houdt van iemand met een verslaving

Als een van je dierbaren kampt met een verslaving (van welke soort dan ook), staat jóúw wereld ongewild op z’n kop. Deze 15 dingen kunnen er door je hoofd gaan.

LEES OOK: Rot op met je ayahuasca! Janneke doet niet mee met de hype

Drugs, drank, seks, gokken, gamen: welke verslaving jouw dierbare ook heeft, jij zit met de gebakken peren. En hoewel je eerst denkt (of hoopt) dat het allemaal wel mee valt, zul je, als de verslaving aanhoudt, door een heel scala van emoties gaan. Ik geloof niet dat we hier mogen vloeken, maar omgaan met een verslaafde is gewoon K*T. Ik zeg dat omdat ik er ooit zelf mee te maken had en dus weet waar je ongeveer doorheen gaat. Grote kans dat deze 15 gedachten in de loop der tijd de revue passeren.

  1. Volgens mij valt het wel mee. Het kan een tijd duren voordat je doorhebt dat jouw partner/zus/vader/ vriendin verslaafd is. Die ander heeft het zelf namelijk ook nog niet door en/of is heel goed in de schijn ophouden. Dat maakt het lastig om de situatie te doorzien. En misschien wil jij er ook helemaal niet aan en probeer je andere verklaringen te zoeken voor andermans gedrag, of het te vergoelijken. Misschien hoop je dat het een fase is die vanzelf weer overgaat als iemand maar weer een baan heeft, of niet meer zo depressief, of, of…
  2. #$#%&&*#$#@$%#$. Valt op een dag wél het kwartje dat je echt niet meer om het woord ‘verslaving’ heen kunt, omdat je iemands verhalen gewoon niet meer met elkaar kunt rijmen, of doordat de ander langzaam steeds zichtbaarder in de problemen komt, dan kun je een tijd in shock zijn. Hoe nu verder?
  3. Ik schaam me dood. Er rust nog steeds best een groot taboe op verslaving; het is altijd iets wat ánderen lijkt te gebeuren, en nu is het net of je in een slechte film bent beland. Het is ook niet echt een gespreksonderwerp voor tijdens de koffiepauze op je werk. Toch kan het helpen er wél met anderen over te praten. Je kunt dit niet alleen, en dat hoeft ook niet.
  4. Of ben ik nou gek? Omdat jij dicht bij je dierbare staat, heb jij waarschijnlijk als eerste door dat er iets niet in de haak is. Mensen die er wat verder van af staan, hebben het vaak nog helemaal niet in de gaten en zullen jou misschien het gevoel geven dat er niks aan de hand is. Of ze zitten zelf nog in de ontkenningsfase (zie punt 1). Daardoor kun je aan jezelf gaan twijfelen: overdrijf je misschien toch? Is het allemaal minder problematisch dan je denkt? Luister naar je onderbuikgevoel: dat heeft het altijd bij het rechte eind.
  5. Waar is de persoon die ik kende gebleven? Een verslaving kan, helaas, (tijdelijk) een ander mens van iemand maken. Iemand die liegt, of stiekem doet, of steelt, of onvoorspelbaar gedrag vertoont. Dat doet pijn, vooral als die ander het zelf niet lijkt te merken. Probeer het gesprek hierover aan te gaan, zonder te oordelen, en bij voorkeur niet tijdens een ruzie. En geef duidelijk aan waar je grenzen liggen.
  6. Ik trek dit niet. Zolang de ander niets aan zijn verslaving wil doen, kun je je behoorlijk machteloos, ja zelfs wanhopig voelen. Het is niet leuk om iemand van wie je houdt zo zien te veranderen. Probeer in elk geval niet alles voor de ander op te lossen – zo ontneem je de ander de kans zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Toch kun je wel iets doen. Je kunt een interventie organiseren en duidelijk maken dat het zo niet langer gaat. 85% van de interventies leidt tot het aanvaarden van hulp. Ook een vrijblijvend gesprek bij een verslavingszorginstelling is een optie – mits het je lukt je dierbare ervan te overtuigen om mee te gaan (al dan niet onder lichte dwang).
  7. Het ligt aan mij. Dat is natuurlijk niet zo, maar je kunt je wel schuldig voelen. Had je het kunnen voorkomen? Waarschijnlijk niet. De oorzaak is meestal complex en hoeveel je ook van de ander houdt, jouw invloed op de keuzes van de ander is maar beperkt.
  8. Ik haat je. De omgang met een verslaafde dierbare kan het uiterste van je vergen. Niet zo gek dus dat je soms woedend wordt. Toch kun je de ander beter niet voor van alles uitmaken, want iemand die verslaafd is, heeft toch al een laag zelfbeeld. Geweldloze communicatie werkt het best. Hier vind je tips.
  9. Ik hou toch van je. Hoezeer je het probleem verslaving ook kunt haten, die ander blijft toch jouw dierbare. En je hoeft ook niet alle banden te verbreken als je begint met loslaten. Je kunt bijvoorbeeld afstand nemen, maar zeggen dat je er voor die ander bent als hij of zij er klaar voor is om hulp te zoeken.
  10. Ik sta er alleen voor. Je voelt je misschien niet begrepen door mensen in je omgeving, die te snel hun oordeel klaar hebben of niet snappen waar je doorheen gaat. En dan is er nog je verslaafde dierbare die niet meer echt aanwezig is. Daardoor kun je je eenzaam voelen. Weet dat je niet alleen bent! Je kunt bijvoorbeeld hier terecht voor ondersteuning, van 1 op 1 gesprek tot groepsgesprek. Ook zijn er workshops grenzen stellen en loslaten. (Er staat zelfs een stoelmasseur voor je klaar.)
  11. Het komt vast goed. Je dierbare zegt dat-ie iets aan z’n problemen gaat doen, maar eigenlijk wil-ie vooral af zijn van jouw gezeur. Een verslaafde is pas écht klaar voor hulp als hij er zelf klaar voor is. Meestal komt dat na een dieptepunt, en dat dieptepunt ligt voor iedereen ergens anders. Wat voor jou aanvoelt als een dieptepunt, is dat voor die ander misschien nog helemaal niet. Het kan járen duren voordat iemand die verslaafd is tot het inzicht komt dat-ie er zonder hulp niet uitkomt. Tot die tijd kun jij opgezadeld worden met valse hoop. Frustrerend.
  12. Het gaat vast weer mis. Is je verslaafde dierbare clean, dan is daar de altijd sluimerende angst dat het op een dag weer mis gaat. Het blijft zoeken naar de juiste balans tussen vertrouwen in de ander en realiteitszin (terugval is nu eenmaal inherent aan verslaving).
  13. Au. Zelfs als je dierbare aan de beterende hand is, of al langere tijd clean, dan kan daar het verdriet blijven van de gemiste jaren. Er kan verdriet zijn vanwege pijnlijke herinneringen. Of verdriet omdat je het niet hebt kunnen voorkomen. Dat verdriet, daar heb je recht op. En daarmee omgaan, dat is jóúw proces.
  14. Wat is mijn rol? Raar maar waar: je kunt ook een beetje verslaafd zijn aan je relatie met je verslaafde dierbare. Zolang je je kunt richten op het probleem van de ander, hoef je je immers niet te richten op je eigen problemen. Hoe meer inzicht je krijgt in je eigen rol daarin, hoe beter je jezelf – en daarmee ook de ander – kunt helpen heel te worden.
  15. Het is wat het is. Op een gegeven moment kun je de situatie zien zoals-ie echt is. Je kunt het probleem meer bij de ander laten, je op jezelf richten, afstand nemen of misschien wel het contact helemaal verbreken. Dat schept tegelijkertijd ook weer ruimte voor echte hoop, want je verslaafde dierbare is nu op zichzelf aangewezen en daarmee krijgt-ie (nog meer) zelf de verantwoordelijkheid over zijn (of haar) leven. En er is altijd hoop dat het uiteindelijk allemaal goedkomt. Alleen wanneer – daar heb je geen controle over.

LEES OOK: Als je nog nooit drugs hebt gebruikt. Ben je dan saai?

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.