9 dingen waarover ik altijd onterecht optimistisch blijf

Dat ze overal tijd voor heeft en ook haar pensioen nu eens echt gaat regelen: Mariëtte blijft het gewoon lekker naïef en optimistisch geloven.

Lees ook: Hilarisch: 12 leugens die je jezelf iedere dag opnieuw vertelt

  1. Ik heb tijd

Ik lijd aan een op zichzelf niet ernstige maar wel zeer chronische aandoening: ik kan niet plannen. Hoewel, nee, da’s niet waar. Ik kan heel goed plannen. Ik kan heel goed to do-lijstjes maken (en word daar zelfs oeverloos gelukkig van, want: overzicht!), ik houd ervan mijn werkdag in te delen in blokken en dan te bedenken wat ik wanneer ga doen, ik heb een afspraak nog niet gesealed of hij staat al in mijn agenda, maar er is wel een belangrijk aspect waar ik altijd en immer hopeloos naïef in ben: tijd. Ik ga er ondanks diverse lessen uit het verleden en een op zichzelf gezonde dosis realiteitszin altijd vanuit dat een dag meer uren telt dan in werkelijkheid het geval is en dat klussen minder tijd kosten dan in werkelijkheid het geval is. En dus zit ik nogal vaak in tijdnood, lig ik te vaak met mijn laptop om half twaalf ’s avonds iets af te maken en zit ik met een schuin oog op mijn telefoon te tikken terwijl ik eigenlijk blokkentorens zou bouwen met mijn kinderen.

Ik las laatst dat je als genezing voor deze hardnekkige aandoening het woord ‘even’ moet vermijden, omdat je daarmee jezelf voor de gek houdt dat het schrijven van, ik noem maar wat, een profilerend interview van tweeduizend woorden ‘even’ een half dagje kost. Of dat je een boek schrijven er wel ‘even’ bij doet. Ik heb het geprobeerd. Het werkte niet. Ik denk dat ik een reddeloos verloren patiënt ben.

  1. Doordeweeks drink ik niet

Heel gek, ik ben er zelf nog steeds van overtuigd dat dit waar is. Ik verkondig het zelfs met grote regelmaat tegen anderen. Het weekend begint in mijn leven alleen blijkbaar op woensdag.

  1. Ik ga nu écht mijn pensioen regelen

Het probleem is: ik houd niet van geldzaken. Niemand, denk ik. Ik ben al apetrots op mezelf dat ik (meestal) mijn administratie op tijd inlever bij de accountant, dat ik een arbeidsongeschiktheidsverzekering heb (kijk mij het eens even goed hebben geregeld) en dat ik belasting vooruitbetaal zodat ik niet ineens hartaanval-bedragen bij onze fiscus-vrienden hoef af te tikken. Maar wat al jaren zo’n beetje onderaan mijn regel-lijst blijft sudderen: pensioen. Is belangrijk. Heel. Op tijd mee beginnen. Ooit ben ik oud. En arm. En echt, ik neem me ieder jaar weer voor me te verdiepen in allerlei bankproducten die kunnen voorzien in een riante oude dag aan de Spaanse costa of iets in die geest, maar vooralsnog bleef het bij googlen op ‘pensioen regelen’ en toen snel worden afgeleid door een filmpje van een dansende pinguïn op Facebook.

  1. Oeverloos sparen

En als we het dan toch over geld hebben: sparen. Moet ik ook zeker meer gaan doen. Ik vind mezelf al heel goed bezig dat we voor beide kinderen een spaarrekening hebben én elke maand een paar tientjes overmaken, want hé, weet je wel wat een studie kost?! Kortom: goed bezig, goed bezig. En als de wasmachine kapot gaat, hoeven we hier ook niet meteen te schrobben in de badkuip, maar verder eh… kan het beter. En het kán ook echt. De balans tussen vaste lasten vs inkomen is goed (lang leve een man die snapt hoe Excel werkt!), dus het gewoon wachten tot de spaarrekening zichzelf oeverloos vult, wat om een of andere vreemde reden nog steeds niet is gebeurd.

  1. Een derde kind kan best

Volgende week wordt mijn dochter één jaar. Dat vind ik fijn, want ik houd van eenjarigen met hun wiebelige stapjes en eigen mening-in-wording. Maar tegelijkertijd zie ik er huizenhoog tegenop, want: geen baby meer. En ook geen uitzicht op een nieuwe baby, want ik heb al twee kinderen en heel eerlijk: da’s best veel. Da’s veel als je op een nacht door elk kind twee keer wordt wakker gehuild, als je nog geen twee happen kunt eten zonder dat er iemand een bord of beker op de grond veegt, als je een dagje weg wilt en zes tassen moet pakken, als je heel even iets voor jezelf wilt doen en er vier kleine handjes aan je been trekken, als ze allebei tegelijk huilen en je stapelgek wordt omdat je maar twee armen hebt. En dan toch, tegen al die argumenten in, blijft maar dat gevoel doorkomen: kan best, drie kinderen. Nog één erbij. Nog één keer een baby. (Somebody stop deze patiënt, zie vooral ook punt 1.)

  1. Opruimen

Ik heb laatjes. Veel laatjes. Met spullen. Ik weet niet precies welke spullen, want ik open die laatjes zelden. Omdat het niet meer kan of omdat ik al zenuwachtig word van de aanblik van die rommel. Ik koop eigenlijk liever een nieuw pak ballonnen dan in die laatjes zoeken naar het pak – of twee – dat ik nog heb. En dat geldt ook voor batterijen, kleurpotloden, plakband, kinderzonnebrillen, elastiekjes en zo nog wat van die zaken waarvan ik vermoed dat ze erin zitten. Gelukkig leef ik wel in de heilige overtuiging dat ik ga opruimen. Dit weekend. Altijd dit weekend. En o ja, daarna ga ik natuurlijk niks meer in die laatjes bewaren, nooit meer.

  1. Niet werken op vakantie

Vast onderdeel van mijn vakantiekoffer: mijn laptop. Niet omdat ik dat zo leuk vind, maar omdat ik a, mijn werk nooit op tijd af heb en b, een diepgewortelde overtuiging heb dat ik onmisbaar ben. Elke keer neem ik het me weer voor: deze keer blijft de laptop blijft thuis, de telefoon gaat uit, digitale detox, echte aandacht voor de wereld, noem maar op. En ik geloof ook echt dat ik het ga doen, tot ik op de avond voor vertrek toch maar weer snel mijn computer inpak, op mijn zonnebedje mijn boek voor mijn scherm verruil en zuchtend tegen mijn man zeg dat ik de vólgende keer echt mijn laptop thuislaat, wat hij uiteraard al enige tijd niet meer gelooft.

  1. Vanavond ga ik op tijd naar bed

Ooit hoefde je mij na half elf ’s avonds echt niet te app’en, want antwoord kreeg je de volgende dag pas. Dan sliep ik namelijk, omdat ik op werkdagen altijd om half zeven opsta en erg dol ben op acht uur slaap. Vreemd gegeven: sinds mijn nachten met regelmaat van belabberde kwaliteit zijn (twee keer eruit noem ik tegenwoordig met droge ogen een prima nacht) en vroeg naar bed een uitstekend idee zou zijn, ga ik er juist later in dan ooit. Omdat het na meestal half negen pas rustig is en ik dan én nog snel even (daar is-ie weer) wat werkdingen wil afmaken én series wil kijken én ononderbroken gesprekken met de man wil voeren. Onverminderd optimistisch denk ik iedere ochtend: vanavond ga ik er écht op tijd naar bed.

  1. Echt afvallen

Niet dat ik mezelf nou te dik vind, maar het kan natuurlijk wel beter. Om een of andere vreemde reden leef ik in de stellige overtuiging dat ik op mijn gewicht let, dat ik qua kilo’s in een dalende lijn zit en mega-gezond eet. Stel, je zou het op papier bijhouden, zou je alleen tot een andere conclusie komen. Maar ik ben erg goed in wel die salade bij de lunch onthouden, maar niet die vier macarons die hier net zomaar ineens op een schoteltje lagen. Of nou ja, niet meer op het schoteltje lagen.

Lees ook: 10 leugens waarin we allemaal geloven (ja, jij ook, diep vanbinnen!)

Geschreven door