27 tekenen dat je een kattenvrouwtje bent geworden

Het begon allemaal onschuldig. In je omgeving was er een nestje kittens en je dacht: Wel heel gezellig. Snel daarna nam je er nog eentje, anders was het zo zielig voor die eerste. En toen kwam er nog een aanlopen. Opeens gooide je nooit meer kartonnen dozen weg. Vond je zo nu en dan een kattensnoepje in je decolleté. En op een dag was je opeens dat gekke kattenvrouwtje uit de buurt geworden.

Ik draag de titel crazy cat lady met grote trots. Toen vorig jaar mijn grote liefde overleed (mijn zestienjarige kattenvriend Dounia) ben ik daar behoorlijk stuk van geweest. Nu heb ik sinds een tijdje twee nieuwe – genaamd Broccoli en Zucchini, hoezo vreemd? – en ik ben alweer helemaal verkocht. Al is het nog niet dezelfde diepe band zoals met de vorige, toch merk ik alweer dat ik afspraken verzet omdat Broccoli naar mijn idee wat extra aandacht nodig heeft (ik denk dat hij hooggevoelig is) of dat ik snel naar huis moet om Zucchini naar buiten te laten (haar favo hobby is over de daken klimmen) .

Van de onderstaande 27 punten kan ik er heel wat afvinken. En jij? In hoeveel herken je jezelf?

  1. Je praat tegen je kat. Veel. Mijn buren vragen wel eens: ‘Had je bezoek?’ ‘Eh nee? Ik had gewoon een goed gesprek met een van mijn poezenbeesten.’ En je denkt terug aan jullie conversatie. ‘Ja, dat vind je lekker hè, brokkiebrokkies? Smek smek smekje, met je kleine bekje!’
  2. Je begrijpt ook precies wat je kat bedoelt. ‘Mauw miauww.’ ‘Echt waar?!’ ‘Mew proe.’ ‘Ja, dat heb ik ook wel eens.’
  3. Jouw poezenvriend is onderwerp numero uno op jouw Facebook, Twitter, Instagram, etc. Poes slaapt. Poes is wakker. Poes zit in een doos. Poes heeft paté op z’n neus. En elke dag wel een selfie.
  4. Daarnaast heeft je kat uiteraard ook zelf een Facebook account. Waar regelmatig een statusupdate op wordt gepost. Want Poekie maakt heel veel mee namelijk.
  5. Je kunt niet slapen zonder dat je een spinnend lijfje tegen je aan hebt liggen. Als Simba er niet is lig je wakker en vraag je je af waar hij uithangt. Of er misschien iets is. En ga je hem zoeken. En meenemen naar bed.
  6. Je slaapt wel vaak in nogal vreemde houdingen. Omdat Karel zich altijd op het dekbed tussen je benen nestelt en jij daarmee meteen muurvast ligt. Maar ja, straks jaag je hem weg als je beweegt. Die kramp gaat zo vast wel over…
  7. Als je kat op schoot zit, betekent dat dat je niet naar de wc kunt. Of de keuken. Of naar bed. En als je uiteindelijk wel opstaat (omdat er inmiddels barstjes in je blaas gesprongen zijn) verontschuldig je je uitgebreid tegen Tom Poes.
  8. Je hebt meerdere kledingstukken met katten erop. En dat is niet ironisch bedoelt. Poezenkopjes zijn lief, ze zijn leuk, ze zijn stylish. What’s not to like?
  9. Je eten en drinken smaakt altijd een beetje naar kattenhaar. Want ja, als je een kat in huis hebt (of zes) dan vliegt er nogal wat poezenpluis in het rond, zo je maaltijd in. Halen andere mensen vol walging de kattenharen uit hun eten, jij verblikt of verbloost niet als jouw bloody mary behoorlijk bloody hairy is.
  10. Als je op een feestje bent en er is een kat, dan zijn je vrienden je minstens 45 minuten kwijt. Want je moet natuurlijk wel de goedkeuring krijgen van de koningin van het huis.
  11. Uitgaan, ja hoor, dat doe je nog best wel eens. Het enige verschil met vroeger is dat je in plaats van met een nieuwe hottie, met Bolle Boris in bed duikt aan het einde van de avond.
  12. Telkens als je van huis bent vraag je je af wat je katten aan het doen zijn. Zouden ze in hun mandje liggen of op de bank? Zitten ze bij de deur te huilen of hebben ze een poezenparty georganiseerd? Je hebt al een mail naar personeelszaken gestuurd met de vraag wanneer ze katten toelaten op kantoor, maar nog geen antwoord gekregen. Ze hebben het vast druk.
  13. Op vakantie gaan trek je eigenlijk niet. Je kunt Tijger toch niet zomaar achterlaten?!
  14. Jouw thuiswerkplanning wordt niet door jouw gedicteerd, maar door je kat. Want je snapt het volkomen dat hij juist wil knuffelen als je dat rapport moet afschrijven. Vaak tik je je stukkies met één hand omdat de andere bezet is door Freggle (zoals ik nu doe…).
  15. Als je überhaupt al aan werken toekomt. Er zijn ZOVEEL leuke, schattige, grappige kattenfilmpjes die je moet zien en weer opnieuw moet zien en aaahh KIJK NOU!
  16. Eigenlijk bepaal jij sowieso vrij weinig. Afwassen doe je als De Meester daar toestemming voor verleent.
  17. Zo lees jij de krant. En dat vind je normaal.
  18. Zo lees jij een boek. Ook dat vind je normaal.
  19. Witte of zwarte kleding, daar doe je niet meer aan. Of het moet in de mode zijn om als een haarbal de straat op te gaan.
  20. Sowieso zijn (na de katten natuurlijk) deze rollers je beste vrienden.

  21. Je bewaart elke kartonnen doos. Want HALLO, dat zou zomaar het favoriete kattenbed ooit kunnen worden van Lucky Luke. Vooral als de doos iets te klein is.
  22. Je draagt de hele dag een badjas. Je weet niet helemaal waar die vandaan komt, maar sinds die in jouw huis is verschenen, woon jij er zo´n 78% van de tijd in. In de ene zak zitten aan elkaar vastgeplakte poezensnoepjes. In de andere zak zit Gizmo.
  23. Je telefoon zit vol met foto’s van je katten. En die moet je aan iedereen laten zien. Vreemd genoeg reageert niet iedereen even enthousiast. Toch doe je het steeds weer. Maar kom op, dit is toch superschattig?! (Dit is Zucchini by the way. SCHATTIG TOCH?!?!)
  24. Je kunt je eigen verjaardag nauwelijks onthouden, maar organiseert themafeestjes voor Mimi. Thema Hello Kitty, thema Dooie Muis, thema Als Een Waanzinnige Achter Onzichtbare Dingen Aan Rennen.
  25. Je beoordeelt mensen op hun liefde voor (of OKÉ tolerantie van) katten. Hondenmensen krijgen vaak een beetje een meewarige blik van je. Ze hebben géén idee.
  26. Poekie, Felix of Minoes kan natuurlijk eigenlijk niet. Bij nader inzien geef jij jouw poezenbeest niet zomaar een naam. Die heeft recht op iets gedragens als Professor Snorremans of koninklijks als Cleopatra. Of Broccoli, ook leuk.
  27. Mensen zeggen wel eens: Je bent net een kattenvrouwtje! Dat is schijnbaar een grap, maar jij snapt niet wat daar eigenlijk mis mee is.

The end (nu mag je je kat terug op je toetsenbord zetten).

Lees ook: Als je baas een kat was (geloof ons: de meest grappige illustraties ooit)

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.