Juf Mira vluchtte het onderwijs uit: “Door alle wensen en eisen (van kinderen, ouders, de baas, het bestuur) raakte ik totaal uitgeput en overspannen”

Vol enthousiasme begon Mira (40) tien jaar geleden aan haar carrière als basisschoolleraar. Maar al gauw merkte ze hoe slopend het werk voor haar was. Sinds kort heeft ze de handdoek helemaal in de ring gegooid.

Jarenlang werkte ik in de evenementen-business en hield me bezig met begrotingen, winst en meer snelle zaken. Maar het voldeed niet: ik wilde iets kunnen betekenen voor anderen, mensen raken, verschil maken. Daarom besloot ik te starten met de Pabo. Tenslotte was ik dol op kinderen, geïnteresseerd in deelsommen en spellingsregels en leek het me énig die schattige, leuke, frisse Amsterdamse kinderen wat bij te brengen.
Mijn eerste échte juffenbaan was op een ‘zwarte’ school die zwak werd bevonden door de onderwijsinspectie. Hier kon ik daadwerkelijk wat betekenen, dus he-le-maal mijn ding! De laatste week van de zomervakantie begon ik fanatiek aan de voorbereiding: lokaal en kasten moesten uitgemest worden want wat een troep had mijn voorganger achtergelaten! Tig blikken Zonnatura korreltjes-kruidenthee (?!) deden dienst als opslagplek voor paperclips, gummen en afgekloven potloden. Het is me tot op de dag van vandaag niet duidelijk waarom alles in het onderwijs altijd zo kneuzig is?!? Je kunt toch naar de Hema voor een gezellig opruimsysteempje? Anyway, schriften werden voorzien van naam, boeken lagen klaar, het rooster was gemaakt en de namen kende ik natuurlijk uit mijn hoofd. Pff, ik was na die week gesloopt en het schooljaar moest nog beginnen…

De kinderen waren leuk, lief en zeiden u tegen me. Heel fijn want respect is belangrijk. Maar al na een paar dagen (uren?) merkte ik dat het respect verder ver te zoeken was. Bij gedoe tussen kinderen onderling werd er een trap of beuk gegeven (zouden ze ‘on edge’ zijn door de Redbull en chips die ze na schooltijd snackten?). Ze hadden geen zin om mee te doen met de lessen, vonden het saai en stom! Tijdens het buitenspelen liep er geregeld iemand het schoolplein af omdat ‘ie boos was. Stond ik daar als gekke Gerritje te brullen dat ‘ie nu echt terug moest komen! Die middag zat ik jankend bij de directeur: ‘ik kan het niet meer aan!’. Uiteindelijk kon ik het nog vier lange jaren aan, nou ja áán. Ik stond in de overlevingsstand, had altijd stress en was altijd moe aan het einde van de dag. Ik ben van nature een relaxed en redelijk uitgebalanceerd persoon, maar door die baan als juf kwam mijn ‘dark side’ boven: om niemand aan te vallen moest ik regelmatig tot 10 tellen of deed een mindfulle ademhalingsoefening op de gang. Ook volgden er geregeld een paar binnensmondse f*ckerdef*cks!

Na die vier jaar kwam er voor leerkrachten een kans om binnen onze scholenstichting te wisselen van school. Ik pakte deze aan en ging van ‘zwart’ naar ‘wit’, van een flinke mep naar een duidelijk geformuleerde volzin en van E-nummers in het pauzehapje naar een zelfgemaakte gojibes-granola-bar. Dit zou mijn moment worden! Nu kon ik laten zien dat het onderwijs heus wel iets voor mij was. Ik begon vol goede moed en was opnieuw in de zomervakantie dagen bezig met het op orde krijgen van lokaal en lesjes. De pensionado waar ik de klas van had overgenomen, leed aan een obsessieve vorm van verzamelwoede. Hij was nogal dol op alles wat met planten, dieren en de kosmos te maken had. Ik vond bakken vol stinkende oude schelpen, opgezette torren en kilo’s aan bijzondere mineralen en stenen die nauwelijks te versjouwen waren. Praktisch als ik ben stopte ik een deel van de buit in het beroemde ‘bakje voor de jarigen’. Als een van de kinderen de klassen rond zou gaan en bij mij langs zou komen, zou ik scoren als juf. Hoe cool dat je bij mij geen sticker uit mocht zoeken, maar een stuk meteoriet from out of space! Ik zou aan populariteit winnen (helaas bleek later dat mijn fantastische cadeaus onderdeel uitmaakten van de educatieve Science-projecten, maar ze waren dus al vergeven).

Bij de start van het schooljaar vonden de kinderen van deze school de lessen iets minder boring, maar ze werden dan ook continu geëntertaind door cultuurprojecten, uitjes, sportdagen, dansclinics en workshops. My god, naast het juf zijn had ik er hier een tweede baan bij, als organisator van evenementen (had ik die baan juist niet vaarwel gezegd?!?). Ik was middagen bezig om ouders voor al dit soort activiteiten te regelen. Een mail naar de klassenouders met daarin natuurlijk veel begrip voor het feit dat ik heus snapte dat mensen wérken. Dat dinsdagochtend 10:30 uur niet het meest handige tijdstip was om ouderhulp te vragen, maar dat ik toch echt een extra ouder nodig had voor ons bezoekje aan de Nederlandsche Bank. Tja, ‘de week van het geld’ hè, dus de kids met een pinpas naar de Appie sturen voor een halfje spelt voldeed niet. En in Amsterdam met 25 leerlingen tram in, tram uit, vond ik toch net iets te risky in mijn eentje.

Leerlingen denken dat je als juf op school woont en geen privéleven hebt. Dat is oké. Maar als ouders na een uitputtende excursie om 15:00 ’s middags zeiden dat het zo lekker voor me was dat de dag er al op zat, moest ik me inhouden om niet te flippen! Wat nou, om 15:00 uur klaar?!? Dan begin Deel Twee van het leraarschap! Nakijken: rekenen, taal, spelling, een verhaal, een crea-opdracht van 25 kinderen, ehhh, dat zijn erg grote stapels werk, kan ik je verzekeren. Voorbereiden van de volgende lesdag: het is toch fijn om even de doelen van de lessen te bestuderen en te weten hoe je de stof op een pakkende manier kunt overbrengen. Vergaderen: jaaa, dat doen we veel en vaak, ook in het onderwijs! En vooral zo gezellig met alleen maar vrouwen. ‘Heeft iemand nog iets voor de rondvraag?’. Nee hoor, niemand, want we zijn zo bescheiden. Of toch? Nou iets heueueul kleins dan, en vervolgens zit je weer een half uur te discussiëren over of de handdoeken nou wel/niet dagelijks of juist om de twee dagen vervangen moeten worden. En of je nu 1 of 2 consumptiebonnen per persoon krijgt tijdens de jaarlijkse schoolreis, want we moeten op de kleintjes blijven letten hè!

Tel hier alle uren bij op die je ’s avonds, in het weekend en ook in al die vakantieweken (want wat zijn het er veel hè!) besteedt aan het registreren van bijvoorbeeld mailtjes/telefoontjes/gesprekken met ouders. Want die heb je in allerlei soorten en maten! Van bescheiden ouders die je alleen spreekt tijdens de 10-minutengesprekken tot ouders die in regelmatige mails van tig kantjes laten weten dat ze het totaal niet eens zijn met jouw manier van lesgeven. Maar omdat ze hun kinderen nooit halen en brengen, zie je deze ouders nooit en zit een gesprek van mens tot mens er überhaupt niet in. Ook de tijd die je steekt in het schrijven van de rapporten hakt erin. Het gaat over sociaal-emotionele, cognitieve, creatieve en motorische vaardigheden. Om een goede analyse te maken van Het Kind heb je jarenlange ervaring in de psychologiepraktijk nodig, maar juf doet dit lekker tijdens die toch al veel te veel weken vakantie die ze heeft.

Tegenwoordig hebben veel leerlingen een vorm van dyslexie, autisme, AD(H)D of agressieregulatieproblemen. Zo ook in mijn klasje. Geregeld komen er ‘externen’ observeren. Geen probleem natuurlijk, zelfs heel fijn, maar het is toch onrustig als er steeds allerlei vreemden met notitieboek in de hoek van de klas zitten. Ik ga zelf dan meteen in de gastvrouw-modus en ben meer bezig met kopjes thee voor mijn bezoek dan met de leerlingen. Soms heb ik wel drie keer per week na schooltijd een gesprek met een of andere specialist die een of andere handige tip heeft tegen, of juist voor (dat weet ik dan soms ook niet meer), Asperger, ADD of Anger-issues. Steevast is het de bedoeling dat ik die leerling dan een op maat gemaakt werkboekje geef, dagelijks met die leerling 1-op-1 de dag doorneem, maar het liefst eigenlijk de hele dag, graag iedere seconde, ter beschikking sta van die ene leerling. Onhaalbaar. Nog onhaalbaarder zijn leerlingen in de klas die eigenlijk niet functioneren in het reguliere onderwijs en naar een speciale school zouden moeten, waar ze meer begeleiding kunnen krijgen. Dit soort kinderen blijven niet op hun plek zitten, praten overal doorheen, vallen andere kinderen aan, lopen boos de school uit en vreten zoveel energie, dat er niets overblijft voor de anderen. In eerste instantie heel naar voor hen, zij kunnen er helemaal niets aan doen, maar ook vreselijk voor de rest van de klas en voor de leerkracht zelf. Stel je eens voor dat je leiding moet geven aan een groep van 25 man, terwijl er eentje continu rent, springt, gilt, een dansje doet, met de deur smijt en wil vechten of nep-vechten. Pff, do I need to say more?

Ik raakte door alle wensen en eisen van iedereen (kinderen, ouders, collega’s, de baas, het bestuur, de overheid etc.) totaal uitgeput, gesloopt en overspannen. Ik kon echt geen individuele leerlijn, privé-programma en 1-op-1 hulp meer zien of horen. Dit is niet wat ik jaren geleden voor ogen had. Ik wilde iets betekenen voor anderen, kinderen raken, verschil maken. Maar ik kón het gewoon niet meer. Het onderwijs heeft mij zwaar teleurgesteld. Je kunt niet in je uppie zo’n grote groep kinderen op alle vlakken bedienen. Ik heb na 10 jaar werken in het onderwijs mijn juffen-baan opgezegd. Ik vond het moeilijk, naar mijn lieve collega’s, maar vooral naar de kinderen (en een beetje naar hun ouders). Maar ik mis het geen seconde. Het is zo’n bevrijding en opluchting. Het is zo heerlijk dat ik op dit moment voor niets en niemand even iets hoef te betekenen! Ik had het eigenlijk veel eerder moeten doen.

Geschreven door