66 gedachten die we allemaal hebben in de supermarkt

Supermarkten, Janneke heeft er een haat-liefdeverhouding mee. Het lijkt zo lekker snel, maar je spendeert er altijd meer tijd (en geld) dan je van plan was. En toch gaat ze er elke dag weer naartoe. Ook last van een verstoorde relatie met je supermarkt? Grote kans dat zich in je hoofd dan ongeveer de volgende monologue intérieur afspeelt als je je boodschappen inslaat.

  1. Oké, wat hebben we ook alweer nodig? Geen idee, maar gelukkig heb ik een boodschappenlijstje gemaakt! Wat een voortreffelijke voorbereiding.
  2. Maar waar heb ik het gelaten?
  3. Hier niet. Hier ook niet. En hier ook niet. Oké, dat boodschappenlijstje ligt dus nog op tafel.
  4. Maar ik weet het heus nog wel uit mijn hoofd. Melk, bananen, yoghurt, ehm… eten voor vanavond. Het was iets met artisjokharten, dat weet ik nog wel.
  5. Tjonge, wat ruikt het hier lekker.
  6. Het lijkt wel appeltaart.
  7. En er staat hier een enorme bak met appeltaarten bij de ingang. Voor maar 3 euro! Wat een toeval.
  8. Ik neem er een. Appeltaart is sowieso altijd goed. Dat maakt van zo’n dinsdagavond toch iets bijzonders.
  9. Ha, een vakkenvuller! Eentje die daadwerkelijk een vak aan het vullen is!
  10. Even drie van die enorme karren passeren.
  11. O, u wilt er ook langs, mevrouw met de boodschappentrolley? En dat kan niet even wachten zie ik.
  12. Gaat u gang hoor, ik heb namelijk alle tijd van de wereld.
  13. Waarom doen ze dat vakkenvullen eigenlijk niet in hun eigen tijd? Het lijkt hier wel een hindernisbaan.
  14. Wat een drukte zeg, niet normaal. Ik moet écht eens overdag boodschappen gaan doen in plaats van tijdens het spitsuur.
  15. Maar wacht eens, dan zit ik op mijn werk.
  16. Ha, meneer, u hebt ook haast, zie ik.
  17. Maar dan loopt u toch gewoon dóór me heen? Waarom niet.
  18. Hè, hè, ik ben er en dat zonder kleerscheuren.
  19. Ja, waar de artisjokharten staan, ja. Is dat zo’n gekke vraag?
  20. Dat zijn van die groene groenten, ongeveer zó groot, maar dan ingeblikt.
  21. Dan hoef je me niet zo vragend aan te kijken. Ik weet ook niet waar ze staan! Daarom vraag ik het dus aan jou.
  22. Oké, ga het maar aan een collega vragen. Ik wacht wel.
  23. Weet je wat, ik haal vast wat bananen.
  24. Ah, er zijn twee soorten vandaag: groene en bruine. Getver.
  25. Ik haal straks wel bananen bij de Turk.
  26. Ha, de frambozen zijn in de aanbieding! Twee euro maar. Die neem ik.
  27. Ah, daar is de vakkenvuller weer. De arisjokharten staan naast de olijven! Duh-huh. Dat ik dat zelf niet bedacht heb. Maar waar staan de olijven?
  28. O, dat weet jij ook niet.
  29. Weet je wat, ik eet wel iets anders vanavond.
  30. Even een receptje googlen.
  31. Geen bereik hier.
  32. Zal ik bij andere mensen in hun mandje kijken wat zij vanavond gaan eten?
  33. Nee, dat is sneu.
  34. Ik haal gewoon zo’n kant-en-klare salade, wel zo makkelijk.
  35. Hup, nog even wat yoghurt en dan snel naar huis. Het wordt de hoogste tijd.
  36. O, dat muziekje dat nu gedraaid wordt! Wat nostalgisch!
  37. Doet me denken aan de tijd dat ik nog liefdesbrieven schreef.
  38. Wie schrijft er tegenwoordig nou nog een liefdesbrief?
  39. Met thee erbij en chocola natuurlijk, en dan dit muziekje op de achtergrond.
  40. Ik haal toch even wat chocola voor het geval ik in de stemming kom. En ik thuis ergens een pen kan vinden.
  41. Kijk, de chocoladerepen zijn nog in de aanbieding ook! ‘Met coupon’ staat erbij. Geen idee wat dat bekent, maar ik heb zo’n kaart, dus dat komt vast goed. Ik neem er drie.
  42. O, en een vers croissantje, want ik begin inmiddels honger te krijgen.
  43. En meteen maar even wat thee en dan linea recta naar de kassa.
  44. Jeuzes, wat een lange rij!
  45. Maar goed dat ik dat croissantje heb gekocht.
  46. Hier ligt trouwens ook allemaal snoep en kauwgom, maar dat neem ik dus niet. Ik kan mezelf heus wel beheersen.
  47. Dit zou een prima moment zijn om even op Facebook te kijken, als ik tenminste bereik had.
  48. Bijna aan de beurt. Even kijken wat die vrouw voor me gaat eten. Worstjes, witlof… o lekker zeg, aardbeien. Had ik ook moeten kopen. Sla, prei, half-om-half-gehakt. Hoe doen sommige mensen dat toch, inslaan voor de hele week? Mij nog nooit gelukt… Brood, melk…
  49. Melk! Helemaal vergeten! Shit.
  50. Ik kan nou echt niet meer terug. Dan maar een pak melk bij de Turk straks. Als ze dat tenminste hebben daar.
  51. Heb ik nou echt een kwartier staan wachten voor zes boodschappen?
  52. Spaarzegels, nee, bedankt, ik hoef geen zegels. Ik heb al genoeg meuk thuis. Als ik meer meuk wil, ga ik wel naar de Action.
  53. Nee, óók geen koopzegels.
  54. En ik spaar ook geen Airmiles, nee.
  55. Dus ik kan voor servetringen sparen? Twintig zegels per servetring en dan hoef ik maar 5 euro bij te betalen? Tjonge.
  56. Doe me toch maar wat van die zegels.
  57. Vijfentwintig euro? Voor die paar boodschappen?
  58. Ik zie het al, er is helemaal geen korting van die chocola gegaan!
  59. O, dan had ik dus een bon moeten hebben. En die had dan opgestuurd moeten worden naar mijn huisadres. Als ik mijn kaart gekoppeld had aan mijn persoonlijke gegevens. Wie doet nou zoiets?
  60. En die frambozen dan? Daar is ook geen korting af.
  61. O, dan had ik een doosje van 140 gram moeten nemen? En dit is 120 gram?
  62. Oké, nou laat maar. Ik betaal wel de molle mep.
  63. Hónderden euro’s kosten dit soort geintjes me per jaar, als je het mij vraagt.
  64. Die ik allemaal kan uitsparen als ik gewoon al mijn boodschappen bij de Turk haal. Of op de markt.
  65. Maar ja, daar hebben ze dan weer geen aanbiedingen.
  66. Zó saai. Morgen gewoon weer lekker naar de supermarkt.
Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.