8 dingen die ik niet kan en waar ik nu totale vrede mee heb

Het ouder worden brengt naast de eerste rimpels, een paar grijze haren en chronische weemoed ook mooie dingen met zich mee. Zo heeft Anne inmiddels haar zwakkere kanten volledig omarmd. In deze 8 dingen is ze niet goed en dat is oké. 

1: Multitasken
De meeste vrouwen schijnen hier juist hartstikke goed in te zijn maar ik Kan. Het. Niet. Echt niet. Als mijn man tegen mij begint te praten terwijl ik aan het lezen ben, dan ben ik meteen de draad kwijt van het verhaal. Een tijd terug was ik een stuk brie kwijt. Overal gezocht, maar ik kon het nergens vinden. Tot een week later, toen ik de kaas ergens achterin het gootsteenkastje aantrof. Blijkbaar had ik het met mijn verwarde kop daarin gemikt (samen met de afwasborstel) toen ik aan het koken was, mijn dochter om mijn aandacht brulde en ik iets op mijn telefoon opzocht. Brain overload!

2: Hoofdrekenen
O, wat een jeugdtrauma heb ik overgehouden aan hoofdrekenen. De juf noemde de sommen op en al mijn klasgenootjes schreven verwoed de antwoorden op, terwijl ik blokkeerde en naar mijn lege vel papier staarde. Rekenen is absoluut niet mijn sterkte kant, en al helemaal niet als het on the spot moet. Maar ik heb er vrede mee hoor. Alleen kon ik in mijn studentenjaren een bijbaantje achter de bar of op het terras wel vergeten. Maar da’s niet zo erg, want… (We gaan door naar het volgende punt)

3: In de horeca werken
Met bewondering kijk ik altijd naar sierlijke serveersters die het overvolle, zware dienblad met een zwier en een zwaai door een drukke kroeg manoeuvreren. Zou mij never nooit lukken. Ik ben namelijk best slap – waarschijnlijk krijg ik het blad niet eens opgetild – en ik heb ook nog eens vaak last van trilhanden (gek familiekwaaltje). Menig glas zou sneuvelen tijdens mijn bardienst. Gelukkig heb ik andere talenten, zullen we maar zeggen.

4: Zonder handen fietsen
Voor het geval het je nog niet duidelijk is: ik ben dus best onhandig en heb een gebrekkige motoriek. Ik geef het feit dat ik als premature baby wekenlang in de couveuse heb gelegen hiervan graag de schuld. Hoe dan ook: iets simpels als zonder handen fietsen – kinderen kunnen het! – zou voor mij uitmonden in een gebroken sleutelbeen en een gehavend gebit. Ik probéér het niet eens, en dat bevalt me prima.

5: Een strakke eyeliner trekken
Als puber wilde ik mijn onkunde nog niet erkennen, en dus liep ik dag in dag uit met een zwart, bobbelig streepje boven mijn ogen (ik zei toch; trillende handjes). Inmiddels weet ik dat het mij echt niet lukt: zo’n stoere, strakke lijn met een wing trekken. Maakt niet uit hoor, binnenkort laat ik zo’n lijntje door iemand tatoeëren die wél een vaste hand heeft. Problem solved.

6: Mijn fietsband plakken
Menig feminist rolt nu met haar ogen omhoog, maar ik snap nog steeds niet hoe het werkt, een simpel bandje plakken. Iets met een teil water, een binnenband, een plakkertje en lijm. Nou ja, ik laat het dus altijd door mijn man of de fietsenmaker doen.

7: Sporten
Oké oké, er is hier een verschil tussen kunnen en willen. Dus laat ik het zo stellen: ik wíl niet sporten en daar heb ik vrede mee. ik ben zo iemand die bang is voor de bal, vroeger als laatste werd gekozen bij gym en hijgt als een molenpaard bij welke inspanning dan ook. Dus eigenlijk zou ik wel moeten sporten maar ik heb besloten er gewoon niet aan te beginnen. En dat geeft me toch een rust, heerlijk.

8: Mooie kapsels maken
Ik heb een vriendin die altijd de tofste dingen met haar haar doet. Heel vernuftig weet ze met speldjes en elastiekjes iets moois te maken. ‘Supermakkelijk!’ roept ze dan. Maar hoe vaak ze het ook voordoet, hoe veel tutorials ik ook kijk, bij mij wordt het altijd een hot mess. Beetje als Mirjam in GTST destijds. Prima, ik hou het wel bij mijn lange boblijn.

Lees ook: Je angst voor kwetsbaarheid omzetten in kracht: zo doe je dat

Geschreven door