Als je niet weet wat je moet doen als iemands hartsvriendin is overleden

Miriams hartsvriendin overleed. Niemand wist daarna wat ze tegen haar moesten zeggen. Tot dat ene moment.

Na de afscheidsdienst reed ik naar huis. Het liep tegen carnaval en ik zag hoe gevels werden versierd. Ik zag mensen op straat lopen verkleed als clown onderweg naar een pré carnavalsfeestje en ik dacht: zouden mensen aan mij zien dat ik vandaag mijn vriendin heb gecremeerd? Zouden ze aan mij kunnen zien dat ik verdrietig ben? Dat elke herinnering aan haar terug gaat naar onze kindertijd? Op de hoek van de straat waar ik woon botste ik tegen iemand aan. Ik keek op en zei: ‘Mijn vriendin is dood’. Die ander liep gewoon door. Ik was ook niks. Geen moeder die treurde om het onvoorstelbare verlies van haar dochter. Geen zoon die zijn moeder kwijt was. Niet de echtgenoot die zijn meisje moest gaan missen. Ik was de vriendin die haar vriendin kwijt was. Die hoeven niet te worden getroost.

Twee weken voor haar overlijden zaten we in haar tuin. Zij, en ons vaste groepje vriendinnen. Ze wilde een sigaret. Dus gaven we haar een sigaret. ‘Tja. Ik ga toch dood’. We lachten. We wisten dat het de laatste keer zou zijn dat we haar spraken en ja dat deed verschrikkelijk veel pijn. Ik zat bij haar in de klas op de basisschool in het kleine dorpje waar we beiden opgroeiden. Na de basisschool verloren we elkaar uit het oog om elkaar weer te vinden toen we beide moeder waren geworden. Ze was geen zak veranderd. Nog steeds die felblauwe ogen, dat dikke blonde haar, die klaterende lach en nog steeds recht door zee. We continueerden onze vriendschap alsof de jaren zonder elkaar nooit hadden bestaan. En toen werd ze ziek.

Weken gingen voorbij. Er waren dagen dat ik mijn bed niet uit wilde. Er waren dagen dat ik alleen maar moest huilen. Er waren dagen dat ik mijn telefoon pakte om haar een appje te sturen. O ja. Fuck. Kan niet. Ze is er niet meer.
Er was steeds die stem die dan tegen me zei dat het goed was zo. Dat was zij. Zij troostte mij na haar dood. Niemand anders. Voor de buitenwereld was er niets aan de hand. ‘Hoe is het met je?’ ‘Goed. Nou ja. Mijn vriendin is een paar weken geleden overleden’. ‘Oh wat naar. Was ze ziek? Verder alles goed?’

De enigen die wisten wat ik voelde waren onze andere vriendinnen. Maar zelfs zij zwegen. Elk van ons had tijd nodig om aan het idee te wennen dat wij nooit meer volledig zouden zijn. Af en toe kwam er via onze groepswhatsapp een berichtje binnen van één van ons. ‘Ik mis haar’ of ‘Ik heb een rotdag vandaag’. Dat zij er niet meer was kwam tussen ons in te staan. Waar we vroeger elkaar avondenlang op de hoogte hielden van alles, nu werd het stil.
De rouw om een vriendin is een eenzame tocht. Niemand vroeg aan me hoe het nu met mij ging. Het heeft geen naam. Zij had geen naam. Voor anderen was ik nog dezelfde persoon. Dezelfde Miriam. De moeder. De vriendin. De dochter. Over haar praten tegen mensen die haar niet hadden gekend voelde als heiligenschennis. Alsof ze nooit deel had uitgemaakt van wie ik was. Alsof elke herinnering aan haar maar weer gewoon terug moest in mijn hoofd. Omdat ze in de hoofden van anderen niet leefden.

Een klein jaar na haar dood kwam er een vriendin van mij langs die haar niet had gekend. Plotseling pakte ze mij vast en vroeg mij te gaan zitten. Ze keek me aan en ze vroeg aan mij hoe erg ik haar miste en ze noemde haar naam. ‘Rian’. Ik begon verschrikkelijk te huilen. Ze stond op en pakte me vast. Dat was precies wat ik nodig had. Iemand die haar naam noemde. Iemand die mij troost wilde geven.
Want? Wie het ook is? Het was niet zomaar iemand. Het was een vriendin. Iemand waar ik onwijs veel van hield. Iemand met wie ik herinneringen kon delen. Iemand die ik voor altijd zal moeten missen.

Dag Rian. Tot laterrrr.

LEES OOK: Overledenen geven tekenen na hun dood en dit is hoe

Geschreven door