Als je nog nooit drugs hebt gebruikt. Ben je dan saai?

Ooit rookte ze in een wilde bui twee sigaretten – met astmatische hoestbui tot gevolg – maar dat was het dan wel. Nooit waagde Mariëtte zich aan pillen of zelfs maar een joint. Saai hè?

Lees ook: Gelukkig ben ik heel gewoon

‘Geblowd, ja, maar wie niet?’ We zitten aan een wijntje met een aantal vrienden en het gesprek komt op drugs. Aan het woord is een van mijn vriendinnen die ik, toen dit onderwerp ter sprake kwam, in gedachten al meteen tot mijn drugs-soulmate had benoemd. Vooroordeel natuurlijk, maar op een of andere manier had ik gedacht dat zij – net als ik – nooit enige vorm van drugs had gebruikt. Als ik moet uitleggen waarom ik dat dacht, zou ik niet anders dan een aantal heel stomme cliché aannames kunnen noemen. Geen wild type, zeker geen sex-drugs-rocknroll-figuur, beschaafde drinker die ik nooit starnakel in een weiland heb kunnen betrappen en zo nog wat van die dingen die eigenlijk niietszeggend zijn.

‘Nou, ik’, beantwoord ik haar vraag.

Ik blijk de enige. Ooit rookte ik in een dolle bui twee sigaretten, maar toen die naar meer begonnen te smaken, haakte ik maar weer af. Een joint heb ik nooit opgestoken, laat staan dat ik pillen, paddo’s of iets anders van het serieuzere soort heb geprobeerd. Het hele principe van ‘je bent jong en je wil wat’ is op dat vlak aan mij voorbijgegaan. Achter de reden gaat geen activistisch en goed beargumenteerd antidrugs sentiment schuil noch heb ik op zekere momenten de verleiding dank wel groepsdruk weten te weerstaan. De waarheid is: het is er gewoon nooit van gekomen. Er was nooit verleiding of groepsdruk. Ik vond het al heel wat dat ik op m’n vijftiende passoa-jus ging drinken. Misschien kwam het ook doordat ik opgroeide in een dorp, al leerde ik later dat drugsgebruik onder jongeren in buiten de stad echt niet onderdoet voor daarbinnen.

Lees ook: Is jouw leven een sleur? Heerlijk, geniet ervan!

Ik moet het toch een proberen, heb ik lang gedacht. Want ik vond mezelf wel heel braaf, en saai. Maar ik weet zelf eigenlijk niet precies waarom ik dat dan zou moeten. Zodat ik mee kan praten? Ik mis eigenlijk nooit dat ik niet mee kan praten. Soms denk ik dat ik wil weten hoe het voelt, hoe het is. Niet dat ik keihard aan de coke wil, maar als de halve wereld heeft geblowd, moet het misschien toch wel leuk zijn? Hoewel, leuk… Als ik vraag aan mensen hoe het voelt krijg ik naast de ‘je wordt er zo relaxed van’-verhalen ook horror over kotsen uit een taxiraam en verschrikkelijke huilbuien. Maar ook over extreme lol en een net wat gezelliger feestje. Niks mis mee, maar ik ben niet echt overtuigd dat ik dit echt niet mag missen. En trouwens, ik zie mezelf al op dinsdagochtend naar de coffeeshop fietsen om daar tussen de zestienjarigen iets uit het menu te kiezen, waarvan ik waarschijnlijk niet eens weet wat het is. En waar ga ik dat dan oproken? Tussen het opgeschoten scootergroepje op de stoep voor de deur? Of thuis, onder de toeziende oogjes van mijn kinderen. “Doe jij, mama?” O, mama doet even een jointje. Misschien niet.

Ik heb vriendinnen die op een festival een half of heel pilletje nemen. Gecheckt, gekeurd, alles, dus zo veilig mogelijk. Lekker lang dansen en de hele wereld is roze, fijner, liever, leuker, zeggen ze als ik vraag waarom ze het doen. Maar ze zouden ook zonder kunnen. En bij een paar is ie weleens minder lekker gevallen, waardoor ook hier de kots-verhalen me om de oren vliegen. Gruwelend haak ik af, aangezien overgeven mijn grootste fobie is.

En controle verliezen ook, en ik geloof dat het daar allemaal om draait. Ik vind het doodeng om geen controle te hebben, en ook niet leuk. Dus durf ik natuurlijk niet vrijwillig iets te slikken slash roken met precies dat doel. Ook niet een beetje.

Op de verjaardag is het gesprek alweer verder gegaan over dedingendiewehebbengedaantoenwegeblowdhadden. Ik neem nog maar een slok van mijn wijn, wat voor mij drugs genoeg is. Wild als ik ben.

Lees ook: Pleidooi voor meer dolle buien

(Beeld: iStock)

Geschreven door