Als je weet dat je zonder medicijnen onhandelbaar bent (voor jezelf & anderen)

Femke slikt al vijftien jaar dagelijks antidepressiva. Ze heeft meerdere keren geprobeerd om ‘af te kicken’, maar dat lukte niet. Inmiddels heeft ze geaccepteerd dat de pillen vast onderdeel van haar leven zijn, maar dat ging niet zonder slag of stoot. En dit is waarschijnlijk herkenbaar voor veel mensen die functioneren met medicijnen…

Lees ook: Brief aan mijn depressie: “Je bent gif dat levenslust verlamt”

Elke dag nadat ik onder de douche vandaan kom, loop ik naar mijn make-up-tafel en grijp naar mijn doosje pillen. En elke dag neem ik 2 x 20 mg citalopram. Die twee pillen zijn voor mij de scheidslijn tussen normaal en ziek. Het is na vijftien jaar een automatisme geworden om ze te nemen, maar soms vergeet ik ze toch. En dat besef ik dan als ik op de fiets naar mijn werk zit of op de redactie zit te werken. Het eerste wat ik op zo’n moment voel is paniek. Ik weet dat ik best een dagje zonder kan, maar toch voelt het ‘eng’.  Eng omdat ik altijd bang ben om weer depressief te worden.

Dat is trouwens geen ongegronde angst: er waren tijd waarin ik overmoedig werd doordat de pillen zo goed hun werk deden. En toen ging ik met ze smokkelen. Ik lette er niet meer zo goed op of ik ze elke dag op hetzelfde tijdstip nam en soms sloeg ik twee dagen over of zelfs drie. Ontzettend onverstandig, kan ik achteraf zeggen, want zoiets merk je bij een stemmingsregelaar als antidepressiva meteen. Een licht hoofd, duizelig, snel aangebrand, snel janken. “Neem je je pillen wel regelmatig?”, vroeg mijn man in die tijd af en toe…en dan wist ik dat de alarmbellen bij hem afgegaan waren. Dat ik mijn onvoorzichtigheid moest inperken.

Wie zijn leven lang afhankelijk is van pillen is enerzijds dankbaar dat het medicijn er is, want het zorgt ervoor dat je een beter leven hebt (en zelfs soms voor het feit dat je überhaupt nog in leven bent). Maar anderzijds zou je willen dat je die pillen het raam uit zou kunnen gooien. Dat ze niet meer nodig zouden zijn. Medicijnen moeten slikken confronteert je namelijk met het falen van je eigen lichaam (of geest) en dat is nooit leuk om onder ogen te zien. Bovendien droomde ik in de eerste jaren van mijn pillengebruik ook heel vaak dat ik met een vliegtuig zou neerstorten en dat zou overleven, maar dat mijn pillen kwijt zouden zijn en dat ik wekenlang door de jungle zou zwerven met een groep overlevenden. Gekker en gekker wordende. Na deze droom wilde ik per se stoppen. “Ik ga het weer zelf doen”, zei ik dan tegen mijn man en dus probeerde ik af te bouwen.

Toen dat te langzaam ging naar mijn zin, besloot ik (eigenhandig, best stom!) om in één keer coldturkey met de antidepressiva te stoppen. Dat was helemaal geen goed idee natuurlijk. Een lijf dat zomaar een stof ontzegd wordt gaat rare dingen doen, kan ik je vertellen. Ik geloof serieus dat ik in die tijd bijna tegen een psychose aanzat. Het besef tussen wat echt was en wat niet werd steeds vager, ik kon hysterisch lachen en drie minuten later hysterisch janken en mijn hoofd heeft een jaar lang zwaar als een molensteen gevoeld. Rare dingen, deed ik ook in die tijd.

Mijn vriend bedriegen, liegen tegen vrienden en familie, ik was totaal de weg kwijt. Totdat ik de citalopram weer oppakte. Toen trok alles langzaamaan weer recht. Sindsdien weet ik dat ik nooit maar dan ook nooit meer zonder die pillen moet willen leven. Ja, ik ben afhankelijk van de medicijnen. Net zoals iemand die dagelijks insuline moet spuiten. En het is onzin om te denken dat ik het ‘zelf’ moet doen. Want wat is ‘zelf’? En hoe belangrijk is ‘zelf’ als je je leven erdoor in puin gooit? Een paar jaar geleden heb ik dus eindelijk besloten om te accepteren dat dit het is: ik en mijn 2 x 20 mg citalopram per dag.
For Life.

Lees ook: Wat je niet moet zeggen als er niets te zeggen is

Geschreven door