Annemarie had een dwangstoornis: “Het duurde twee uur voordat ik de deur uit was”

Annemarie (32) had lange tijd last van dwanggedachten en dwanghandelingen. Vanaf het moment dat ze depressief raakte en daardoor heel angstig werd, controleerde ze alles wat los en vast zat. “Het ging met me op de loop. Ik kon niet stoppen. Af en toe dacht ik echt dat ik gek aan het worden was.”

Lees ook: Het verhaal van de echo: waarom je krijgt wat je geeft

Annemarie: “Het heeft er altijd in gezeten. Als kind al klom ik vijf keer per nacht mijn bed uit om te voelen aan de knop van de verwarming of ie uit was. Of om te kijken of het raam dicht was. Of tig keer het koptelefoontje van mijn walkman op mijn hoofd zetten om te luisteren of het ding wel echt uit was. Toch werd dat minder mettertijd. Ik bedoel, ik zou nooit een huis uitlopen zonder te controleren of het gas wel uit staat, maar jarenlang ging het niet verder dan dat.

Totdat ik een paar jaar geleden depressief thuis kwam te zitten.  Het was een heel donkere periode, waarin ik werkelijk geen enkel licht aan het einde van de tunnel zag. Ik kreeg medicijnen van de huisarts en heb een paar gesprekken gevoerd met een psycholoog, maar het ging maar heel langzaam vooruit. En ergens in die duistere krochten van  mijn leven ontstonden allerlei dwanghandelingen en gedachten. Tijdens zo’n hele lange dag thuis ging ik alles recht leggen (van de boeken en kranten op tafel tot de kleedjes in de mand van de kat). En als ik de deur uit wilde om boodschappen te doen deed ik er wel twee uur over omdat ik eerst ontelbare keren langs alle ramen liep om te controleren of ze dicht waren. Vervolgens checkte of de douche en alle kranen uit waren. Of het gas uit was (en dan keek ik serieus wel twintig keer vijf minuten per knop. Of het streepje wel écht naar boven stond.) Magnetron. Oven. Alles moest nagelopen worden. Talloze keren.

Het rare was dat ik mezelf steeds minder ging vertrouwen. Ik geloofde mijn ogen letterlijk niet meer. Dus als mijn vriend me op kwam halen om ergens heen te gaan wilde ik dat hij mijn controle-rondje liep, dan konden we sneller weg van huis. Alleen het huis verlaten duurde op een gegeven moment zo lang dat ik het steeds minder ging doen. Als ik weg was had ik namelijk ook altijd het idee dat er iets gigantisch fout aan het gaan was thuis. Dat de oven tóch aan stond en het huis in vlammen op zou gaan, dat de douche op wonderlijke wijze toch nog liep en dat het huis zou overstromen…enorme visioenen over rampspoed had ik.

Van dwanghandelingen breidde het zich langzamerhand uit naar dwanggedachten. Ik kwam een oud-collega op straat tegen met wie ik een heel goede band had gehad. Toen we nog samenwerkten, hadden we altijd de grootste lol en gingen we vaak na het werk nog wat drinken. Maar tot mijn verbazing reageerde ze helemaal niet enthousiast toen we elkaar voor het eerst sinds een hele tijd zagen. Kil en afwerend, deed ze. Alsof ik haar iets had misdaan. Ik dacht er over na en kon niet stoppen om er over na te denken. In mijn hoofd creëerde ik een oorzaak: had ik ooit iets lulligs over haar gezegd? Had zij dat onverhoopt opgevangen? Ja, dat was het waarschijnlijk. Ik had waarschijnlijk iets heel ergs over haar gezegd. Maar wat dan? Waarom keek ze me zo vijandig aan toen ik haar wilde omhelzen? Met zo’n kleine gebeurtenis kon ik maanden zoet zijn. En maar denken. En maar denken. Steeds in hetzelfde rondje. Helemaal gek werd ik ervan.

Het belemmerde alles. Mijn relatie liep op de klippen (mijn vriend wilde mijn controle-slaafje niet meer zijn) en mijn vrienden begonnen me steeds raarder te vinden. Op een dag belde mijn beste vriendin me op dat ze een psychotherapeut had gevonden die gespecialiseerd was in dwang en samen met die vrouw ben ik het gevecht aangegaan. We hebben eerst heel lang gepraat over waarvoor ik zo bang was en zo kwam ik erachter dat ik mijn depressie zo ongrijpbaar en angstig vond dat ik via een andere weg (mijn dwangstoornis) de controle wilde behouden. Elke week ging ik een stapje verder met de psychotherapeut. Ik moest met haar doornemen wat mijn doemscenario’s waren en wat het allerergste was wat er kon gebeuren. Ze wilde ook dat ik het opschreef. Telkens weer hetzelfde verhaal, totdat het minder bedreigend werd. Totdat ik zou inzien dat het zinloos was wat ik deed. Verder spraken we af dat we mijn dwanghandelingen gingen afbouwen. Van tien keer naar vijf keer naar twee keer het gas controleren. Dan het huis verlaten en kijken wat er zou gebeuren. Vanuit het feit dat er niets gebeurde vertrouwen proberen op te bouwen dat er geen ramp op me lag te wachten.

Hetzelfde gold voor de dwanggedachten. Van de therapeut moest ik met mezelf afspreken dat ik mijn dwanggedachten zou uitstellen. Dus als ik ze voelde opkomen dan moest ik zeggen: “Nee, je mag er vanavond om half acht vijf minuten aan denken, maar nu niet.” Het was verschrikkelijk moeilijk, omdat die gedachten en handelingen de hele dag de hoofdrol speelden, maar langzamerhand ging het beter. Ik durfde de controle beetje bij beetje los te laten en ging inzien dat het geen echte controle was, maar slechts mijn manier om om te gaan met mijn ongrijpbare depressie.

Die depressie heeft nog een hele tijd, in periodes, aangehouden, maar mijn dwangstoornis werd vrij snel steeds minder groot. Ik merk nu, nu we vijf jaar verder zijn, dat ik nog steeds de neiging heb dingen te gaan controleren als ik even in een lastige periode zit, maar over het algemeen kan ik de deur uit nadat ik één keer gekeken heb of de verwarming en het gas uit staan. Daar ben ik enorm dankbaar voor, want als dit heel lang had geduurd weet ik niet of ik het had volgehouden.”

Lees ook: 6x Wat je niet wist over dankbaarheid (En yes, je wordt er gelukkiger van!)

Geschreven door