Brief aan mijn depressie: “Je bent gif dat levenslust verlamt”

Femke was tussen haar twintigste en dertigste geregeld depressief. Dan lag ze wekenlang in bed, wilde ze met niemand praten, nam ze de telefoon niet op, at ze slecht en dacht ze alleen maar: “Als ik nu dood neer zou vallen, had ik daar geen enkel probleem mee.” Sinds ze een kind gekregen heeft, is de depressie weggebleven. Tijd om haar vijand eens aan te spreken of het effect dat hij jarenlang op haar had.

Hallo Depressie,

Daar ben ik dan. Overlevende. Iemand op wie jouw gif uiteindelijk geen vat heeft gehad. Wat ben ik ongelofelijk lang van je in de ban geweest. Ik dacht daadwerkelijk dat je altijd bij me in de buurt zou zijn. Je voelde als een stalker die me vanaf een afstand in de gaten hield en soms zijn tanden in mijn nek zette zoals vampieren dat doen.
Door jou heb ik lang niet geweten wie ik nu eigenlijk was. Want jij en mijn eigen persoonlijkheid waren maar moeilijk uit elkaar te houden. Je was ontzettend sterk. Van het ene op het andere moment kon je een grote, dikke, zwarte deken over me uitwaaieren waaronder ik dan tijdenlang bewegingsloos moest liggen. Herinner je de uren nog dat ik met mijn hoofd boven een vijver lag te staren naar de vissen en vurig lag te wensen: “Was ik maar een vis. Had ik maar geen hoofd met een ziek brein. Kon ik maar ver ver van hier zwemmen.” Of dat ik uit het raam keek, terwijl ik mensen in auto’s en op fietsen zag stappen, terwijl ik me afvroeg: “Waar gaan zij allemaal heen? Waarom? Wat heeft het voor zin? Uiteindelijk gaan we allemaal dood. Waarom zou je je uitsloven?”

Slapen liet je me. Mijn leven verslapen. Dat was de enige manier om de pijn te verdoven. Of misschien is pijn niet het juiste woord. Het was een combinatie van zwaarte, moeite, gevoelloosheid en ongrijpbaar verdriet. Verwoestend was het. Ik voelde me constant balanceren op de rand van ‘nog net normaal’ en gekte. Van dood en leven.
Nee, je hebt me niet zover gekregen dat ik mijn pillen verzamelde en ze in één keer wegslikte en ik heb ook nooit rond het spoor lopen wandelen, maar het idee spookte wel de godganse dag door mijn hoofd. Als ik over straat liep, na net een paniekaanval gehad te hebben in de supermarkt, was het enige wat ik wilde dat er een auto de hoek om zou komen racen die mij in één klap van het leven zou beroven. Botsing. Hup. Weg.

Soms werd ik gek. Gek van het ellendige gevoel en het feit dat ik er maar niet aan kon ontkomen. Gek van dat het maar niet beter werd. Gek van alle goed bedoelde opmerkingen van mensen die geen klap begrepen van wat een depressie inhoudt. En dan knapte er iets. Ik heb rare dingen gedaan. Geliefden bij me weggejaagd doordat ik ze belde en dreigde met zelfmoord. “Ik doe het hoor, ik pak een mes.” Het is waar wat ze zeggen: mensen die aankondigen dat ze zichzelf van het leven willen beroven doen dat over het algemeen niet. Maar het feit dat je zoiets tegen iemand zegt van wie jij houdt (en die van jou houdt) geeft al wel aan hoever je heen bent.

Nu je al zolang weg bent, zie ik welk effect je hebt gehad op de mensen om mij heen. Mijn moeder heb je aan het huilen gemaakt omdat ze niet wist wat ze met me aanmoest. Mijn man heb je bang gemaakt toen je me liet hyperventileren van de angst. Mijn vriendinnen heb je geschonden doordat ik ze in mijn achterdocht vertelde dat ik zeker wist dat ze met een mes in mijn rug stonden te steken. Je bent gif, Depressie. Gif dat levenslust verlamt. En wat ik heb ik een strijd gevoerd om het gif weg te werken. Om anti-gif te vinden. Therapie, pillen, het hielp altijd maar ten dele. Je wist altijd wel weer een binnendoor-weggetje te vinden om me toch te pakken.

Totdat mijn zoon geboren werd. Sindsdien heb ik je niet meer gezien. Ik heb geen idee waarom. Natuurlijk kan ik er een mooi verhaal van maken: dat je niet opkan tegen de overweldigende kracht van moederliefde…maar ik weet dat dat onzin is. Er zijn genoeg vaders en moeders die beven van angst voor jou. Misschien heb ik zelf een knop kunnen omzetten, waarvan ik geen weet heb. Misschien is het toeval dat de afwezigheid van jou samenvalt met de aanwezigheid van mijn kind. Maar het voelt heerlijk. Hoe langer je wegblijft hoe moeilijker het wordt om me te herinneren hoe het was toen je er nog was. Weet je wat het is? Het was zo’n verschrikkelijk gevoel, dat jij mijn leven zo verziekte, dat mijn brein zich ervoor af gesloten heeft om er ook maar aan terug te kúnnen denken. Het is als een bevalling: die pijn ben je na verloop van tijd ook vergeten. Gewoon weg omdat het té erg was.

Denk echter niet dat vergeten vergeven is, Depressie, want ik zal je nooit vergeven wat je mij hebt aangedaan. De macht proberen te krijgen over iemands wil en diegene zo intens slecht laten voelen dat hij of zij uiteindelijk geen andere weg kan vinden dan sterven…dat is een onvergeeflijk iets. Ik zou willen dat iemand je kon uitroeien, je voorgoed kon opsluiten, maar dat kan ik niet. Het enige wat ik kan doen is tegengif uitdelen. Vertellen dat het kan: een depressie te boven komen.

Dus bij deze een bericht aan alle mensen die midden in een depressie zitten: ook al denk je dat  je leven uitzichtloos is, er kan ineens een dag komen waarop het gif je lijf verlaat, de dikke zware deken wordt opgetild en je weer in de verte kunt kijken. Houd vol. HOUD VOL.

Femke.

Lees ook: Geluk zit in een heel groot hoekje

Geschreven door