Brief aan mijn moeder: “Het grootste compliment is als mensen zeggen dat ik op jou lijk”

Miriam heeft ongelofelijk veel waardering voor haar moeder. Hoe zij de zorg voor haar gezin met drie kinderen combineerde met haar full time job.”Powervrouw? Wat een belachelijke term. Jullie zeuren gewoon teveel. Jullie zeuren al als er een scheet dwars zit.”  

Hé moedertje,

Vorig jaar kwam je ten val. Het was februari. Het was koud. Jij was buiten. Ik binnen. Je belde mij. Nog voor je had uitgesproken wat er precies loos was, nog voor ik hoorde waar jij je bevond, stormde ik al de trap af. Ik vond je. Op straat. Te midden van degenen die jou gevonden hadden en nu een beetje wazig naar jou stonden te staren. Schreeuwend rende ik op jou af. Mijn eigen moedertje lag half opgerold tegen een auto aan en had pijn. Ik werd woést op de omstanders. ‘Waarom hebben jullie godverdomme de ambulance niet gebeld?‘ Nu kan ik daar wel om lachen. Met grote ogen keken ze mij beteuterd aan. ‘Dat wilden we wel maar dat mócht niet. Van háár’. En terwijl ze de nadruk legde op ‘haar’ hoorde ik jou streng zeggen: ‘Ben je gek. Heb jou toch gebeld? Ben gevallen. Niks aan de hand’. Ik kan daar nu wel om lachen omdat ik precies weet hoe jij moet hebben gereageerd op al die mensen die jou de helpende hand boden. ‘Zeg sodemieter op. Ik bel mijn dochter wel. Ga nou maar gewoon weg’. ‘Maar mevrouw? Moeten wij dan niet even wachten tot uw dochter er is?’ Ik hóór jou antwoorden: ‘Waarom? Hebben jullie niets beters te doen dan?’

Als klein meisje zag ik bij veel mensen thuis een beeldje staan van jou met mijn kleine broertje op jouw arm. Op een dag trok ik mijn stoute schoenen aan en vroeg je waarom alle mensen een beeldje van jou in huis hadden staan. Je begreep niet waar ik het over had. De eerst volgende keer dat we bij oma waren, jouw moeder, greep ik het Maria-beeldje van het dressoir en duwde dat in je gezicht. ‘Kijk mama. Dit beeldje bedoel ik. Dit ben jij toch met Maarten?’. De hele familie barstte daarop in lachen uit. Jij niet. Jij trok mij naar je toe en hield mij stevig vast. In mijn oor fluisterde jij: ‘Oh Miriam wat lief’.

Afgelopen maand vroeg ik aan jou hoe jij het toch allemaal voor elkaar had gekregen. Drie jonge kinderen. Een full time baan. Een man die vaak ’s avonds voor zijn werk niet thuis was. Hoe kón het toch dat ik jou nooit zag balen. Nooit hoorden klagen. Tuurlijk schoot jij regelmatig uit je slof, als je thuis kwam en er lagen zeven met chips volgevreten en cola boerende pubers op de bank, maar om nou te zeggen dat jij ooit aangaf dat het je allemaal teveel werd? Ik kan het mij niet herinneren. Ik kan me ook niet herinneren dat jij tijd voor jezelf opeiste. Of wel eens aan de boemel ging met vriendinnen en de andere dag dan met een kater op de bank ging liggen. Of dat je ’s avonds riep: ‘Jongens. Boeien. ik ben moe. Ik kook niet vanavond. Bestel maar pizza of zo’. Of dat je de badkamer op slot deed met de mededeling: ”Ik ga nu even ongestoord twee uur in bad liggen met de Viva en wat borrelnootjes. Bekijken jullie het maar’. Of dat je met een mysterieuze glimlach naast papa ging zitten en zei: ‘Ik heb toch zo’n leuke man ontmoet.’…’

Je keek me aan zoals jij alleen dat kan. Je zweeg even. Dacht na. En sprak toen de woorden uit: ‘Ja fuck it. Daar had ik toch allemaal geen zin in joh’. Had jij dan nooit behoefte aan tijd voor jezelf? vroeg ik je. Jouw antwoord: ‘Nee joh gek. Dat is iets van nu. Jullie klagen al als er een scheet dwars zit’. Ik liet jouw opmerkingen even bezinken. In mijn herinnering regelde jij alles.  Onze opvoeding ( als we echt niet naar je luisterde dan wilde jij nog weleens zeggen; ‘ik vertel het aan papa hoor’. Lekker onpedagogisch maar het hielp altijd.) Onze verjaardagen. De feestdagen. De boodschappen. Het eten. De was. De financiën. En ondanks dat jij full time werkte had ik nooit het gevoel dat ik te weinig aandacht van je kreeg.

‘Eigenlijk was je een powervrouw avant la lettre’ zei ik tegen je. Dat vond je stom. ‘Welnee powervrouw? Die term alleen al. Ik deed dat gewoon. Soms hielp papa wel mee hoor, dan lapte hij de ramen of dan ging hij koken maar dan moesten we dat dagenlang aanhoren. Had ik geen zin in’. En toen, toen zei je heel zachtjes: ‘Oh ik moest ook weleens huilen hoor. Als ik ’s morgens in het donker naar mijn werk reed en wist dat het weer donker zou zijn als ik thuis kwam. Soms werd het mij ook allemaal teveel. Maar in plaats van ruzie te maken met je vader legde ik hem dat rustig uit. Ik kon mijn verhaal bij hem kwijt. Als je wilt dat iets veranderd zal je het toch zelf moeten doen. Niets wordt je aangereikt in het leven. Kom op. Bij de lurven pakken die handel. Eerlijk zijn. Niet afhankelijk worden van anderen. Jij moet het doen. Niet die ander’.

Na dit gesprek stonden we op. Ik zei tegen je: Elke keer als ik naast je sta zie ik wat een klein vrouwtje je eigenlijk bent. Beter gezegd. Hoe láng ik eigenlijk ben. Op het moment dat ik in mijn puberteit alle redenen had gehad om mij te schamen voor mijn lengte was jij degene die elke dag weer zei: ‘Oh wat ben jij toch mooi lang. Ik had graag zo lang willen zijn’ Daarmee poetste jij elke dag mijn onzekerheid weg’. Er verscheen een demonische glimlach op je gezicht. ‘Ja. Donder nou maar weer op. Heb het nu wel gehad met je’.

Bij het naar buiten gaan kon ik het niet laten. ‘Mam? Je lijkt op je vijfenzeventigste nog steeds op een Mariabeeldje’. Je keek me vragend aan. Wist je niet meer waar ik op doelde? Toen ik bij de lift stond riep je: Ik Ben Nog Geen Vijfenzeventig!!!

Mam? Het grootste compliment dat mensen mij kunnen geven is als ze zeggen dat ik op je lijk.

10000 kusjes

Je dochter

Lees ook: Deze reclame toont hoe belangrijk het is om liefde te uiten naar je ouders

(Hoofdbeeld: iStock)

 

Geschreven door