Brief aan mijn overleden vader: “Pap, het is goed zo. Maar kom nu maar weer terug”

Als je vader overlijdt, verandert de wereld. Of je nu tien, achttien of veertig bent. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Miriams vader stierf twintig jaar geleden en ze mist hem nog elke dag.

Lieve pap,

Afgelopen week vroeg iemand aan mij hoe lang ik al schreef. Ik antwoordde hardop: ‘Uh. Papa is éénentwintig jaar geleden overleden. Dus dat wordt al éénentwintig jaar’. Haar antwoord: ‘Zolang al?’ beantwoordde ik met een ‘Ja papa is al éénentwintig jaar dood’. Maar dat bedoelde ze niet. Ik moest er zelf ook om lachen. Om die verwarring. Niet dat jij dood bent natuurlijk. Dat ik je na zoveel jaar nog mis, begrijpen alleen maar mensen wiens ouder ook dood is.

Die eerste paar jaar zag ik je overal lopen. De eerste keer dat dat gebeurde ben ik gewoon achter je aan gegaan. Liep ik achter een man met hetzelfde loopje als jij en deed ik net of jij het was. Pas toen ik naar een andere stad verhuisde hield ik daar mee op.

De telefoon. Ook zoiets. Als ik alleen was en hij ging over dan vertraagde ik mijn pas. In mijn hoofd was jij het aan de andere kant van de lijn. Ik zou opnemen en dan zou ik jouw zware stem weer horen met één of andere boodschap over wat jij voor mij die dag zou komen doen. ‘Miriam. Met mij. Ik kom straks langs om je tuin in orde te maken/ dat plankje op te hangen / je meterkast controleren’. Bij elke keer dat die telefoon rinkelde sprak ik mijzelf toe: ‘Hij is dood gek. Hij belt ècht niet meer’ terwijl een ander stemmetje zei: ‘Nee hoor het was één grote grap. Of een boze droom. Wat jij wilt…’ En dan nam ik op en dan werd ik elke keer teleurgesteld. Wie het ook was. Jij was het nooit. Ook daar ben ik op een gegeven moment maar mee gekapt.

Ik zeg wel eens tegen mensen dat jij precies op tijd bent dood gegaan. Meestal denkt men dan dat ik bedoel dat ik je niet langer wilde zien lijden. Zo’n énorme vent van 1m93 van over de honderd kilo die werd geveld door een ziekte die hem totaal ruïneerde, waar niets meer van over bleef dan een klein mannetje in een rolstoel met van die oren die nog groter leken te zijn geworden. Een papa die pijn had en door de morfine wartaal uit begon te slaan. Mensonwaardig werd het. Maar dat bedoel ik niet als ik zeg dat jij precies op tijd bent gestorven.

In die negenentwintig jaar dat jij mijn vader was waren we vaker water en vuur dan mij lief was. Hoe vaak heb ik niet de deur keihard achter mij dicht geslagen na een confrontatie met jou? In één van onze laatste gesprekken hebben we alles uitgepraat wat er uit te praten viel. Het pijnlijkste moment was de stilte die er viel nadat jij tegen mij zei: ‘Ik ben geen goede vader geweest voor je…’. Ik zat met mijn mond vol tanden maar in die luttele seconden werd ineens alles duidelijk en ik antwoordde ik: Ik ben niet zo geworden ondanks jou maar dankzij jou. En pap daar ben ik blij om. Jij toch ook?’. Je keek mij aan met een blik die ik nog nooit eerder bij je had gezien. Zachtjes vroeg je mij om goed voor mama te zorgen.

In de jaren die daarop volgde begon ik je steeds beter te leren kennen. Ik begon mijzelf namelijk steeds beter te leren kennen. Bij elk stapje dat ik nam in mijn overgang van ‘kind met vader’ naar ‘kind zonder vader’ besefte ik dat ik steeds vaker handelde zoals jij. Zoveel momenten waarin ik werd geconfronteerd met mijn eigen tekortkomingen realiseerde ik mij dat ik exact zo reageerde zoals jij dat altijd deed. Ik begon jou steeds beter te begrijpen. Jouw afkeer voor mensenmassa’s. Jouw afkeer voor mensen die nodeloos anderen kwetsten. Jouw starre houding als je het ergens niet mee eens was. De wijze waarop jij orde schiep in jouw eigen chaos. Jouw cynisme. Het ergens in vastbijten als je iets wilde kunnen. Dat jij je nooit iets aantrok van wat anderen van je zouden denken. De grove manier waarop jij soms tegen mensen tekeer kon gaan. Ook tegen je geliefden. Ik ben het allemaal geworden.

Eenentwintig jaar geleden las ik een brief aan je voor tijdens je afscheidsdienst. Je collega van de krant luisterde naar mijn verhaal. Na een paar weken werd ik gevraagd of ik jouw plaats in wilde nemen op de redactie. Af en toe vraag ik mijzelf weleens af wat er zou zijn gebeurd als jij nog leefde. Zou dat boze kind in mij nog steeds boos zijn geweest op jou? Zouden we nader tot elkaar zijn gekomen? Zou ik mezelf zo hebben kunnen ontwikkelen? Zouden jij en ik een modus hebben gevonden die voor ons beiden leefbaar zou zijn geweest?

Ik zal het antwoord nooit weten. Maar één ding weet ik wel. Het grootste compliment wat ik de afgelopen jaren heb gekregen kwam uit de mond van mama. ‘Wat begin jij toch op je vader te lijken’.

Pap. Het is goed zo. Maar kom nu maar weer terug.

Miriam

Lees ook: Lees dit als je iemand verloren hebt. Om kracht uit te putten!

(Beeld: iStock)

Geschreven door