De Scheiding (deel 6): Smeltkroes

Vala is een tijd geleden gescheiden. Haar ex-man en zij waren ruim 5 jaar getrouwd en hebben twee zorgintensieve kinderen: een autistische zoon van 5 en een chronisch zieke dochter van 3. Op Mynd vertelt Vala over haar scheiding en het proces dat dat geweest is. Vandaag deel 6.

Lees ook: De scheiding (deel 1): vasthouden wat al weg is

Het is een koude zondagmorgen als mijn vriend en ik in een grote gehuurde bus over de Achterhoekse landweggetjes rijden. Op weg naar de boerderij waar mijn ex-man en ik ons verleden samen begraven hebben. Om de restanten van ons leven die daar nog achtergebleven zijn nu op te ruimen. Een jaar nadat mijn ex-man en ik elkaar gedag zeiden, zien we elkaar weer op de plek waar plotseling alles anders werd. Als ik uitstap op het erf, de zon op de boerderij zie schijnen, overvalt me een groot gevoel van weemoed. Het had allemaal zo anders moeten zijn.

Het leven vindt zijn eigen weg en soms kun je weinig anders dan je met de stroom mee laten voeren, zoveel is me het afgelopen jaar wel duidelijk geworden. Hoe anders was onze richting, toen we, bijna exact twee jaar geleden, ook op dit erf uit een soortgelijke bus stapten en onze intrek namen in het huis waar we oud dachten te worden? Nu sta ik hier weer, maar hand in hand met iemand anders en tegenover degene wiens hand ik plotseling níet meer vast heb, terwijl de stemmetjes van mijn kinderen in mijn herinneringen over dit erf weerklinken. En hoewel het ergste al een tijd voorbij is en iedereen nu weer zijn draai gevonden heeft, doet het toch behoorlijk pijn.

Ik vul dozen met boeken, dvd’s en kleding, loop door ruimtes die nu plotseling leeg zijn, strijk over de vrolijke gordijntjes in de kamers waar vroeger mijn kindjes wakker werden en staar uit het raam van de kamer waar ik zo vaak mijn stukjes heb zitten tikken, uitkijkend over de groene velden van de Achterhoek. Tranen rollen stil over mijn wangen als ik denk aan hoe ik hier gefaald heb, hoe de verwachting van het leven dat we hier zouden gaan leiden genadeloos met de grond gelijk is gemaakt door onze eigen onkunde. En ik vervloek mezelf omdat ik het niet beter heb kunnen doen. Om de puinhoop die hij en ik geworden zijn. Het leed dat we onszelf en vooral ook, onze kinderen, hebben aangedaan. Ik schaam me. Voor de mislukking die ik ben.

Kun je ooit wel weer echt opbouwen, als er zoveel afgebroken is? Nu ik weer op deze plek sta, waar alles verloren lijkt te zijn gegaan, begin ik het me af te vragen. Of het niet te laat is, om opnieuw te krijgen waar ik al die jaren naar gestreefd heb, maar wat nu weg is. Of tweede kansen eigenlijk wel bestaan. Maar dan loop ik het erf weer op, om de laatste dozen in de bus te zetten en zie plotseling die twee mannen gezamenlijk een kast naar buiten sjouwen. Hij, die mijn verleden bij zich draagt en hij, die nu mijn toekomst heeft. Samen, gemoedelijk en in harmonie. Tegen het aanrecht in de lege keuken eten ze daarna naast elkaar een stroopwafel en het is zo’n surrealistisch gezicht dat ik er bijna van in de lach schiet. Maar ergens ook een beetje vol van schiet, omdat het betekent dat het dus wél kan, overnieuw beginnen. Dat het leven doorgaat, ook als het een tijdje stil heeft moeten staan. En dat na regen, uiteindelijk, toch blijkbaar inderdaad die zonneschijn weer komt.

Ik leef nu een ander leven dan ik twee jaar geleden voor ogen had. En hij natuurlijk ook. Maar toch zijn onze levens ook weer in elkaar versmolten, samen met de levens van onze kinderen en dat van de man met wie ik nu het mijne deel. We zijn een smeltkroes geworden waarvan we geen van allen hadden gedacht deel uit te gaan zullen maken, maar waarvoor we desondanks toch dankbaar zijn. Want het is die tweede kans geworden, waarvan we niet hadden gedacht dat we die nog zouden krijgen. En die ons de mogelijkheid biedt elkaar nog steeds vast te houden, ook al zijn we nu allemaal anders aan elkaar verbonden dan we hadden verwacht.

Het leven vindt een weg om door te gaan, wat er ook gebeurt. Loopt de ingeslagen weg toch dood, dan blijken er gelukkig toch nog meer te zijn die ook naar Rome leiden en dat is wat mij betreft een bemoedigende gedachte. Nu zijn we dus weer op weg en volgen we met hernieuwde moed de spreekwoordelijke yellow brick road. We zijn nog niet in terug Kansas, maar uiteindelijk komen we er wel. Zo makkelijk als even drie keer met mijn hielen is het helaas niet gebleken, maar we zijn hard op weg naar huis.

Lees ook: 46 Heerlijke herinneringen aan single zijn

Geschreven door