Depressie-dagboek: “Ik lag op de koude vloer en kon me niet bewegen”

Tussen haar twintigste en haar dertigste heeft Femke regelmatig te kampen gehad met zware depressies. Ze hield er een dagboek van bij waaruit ze speciaal voor Mynd enige fragmenten van openbaar maakt. Om mensen die nú in een depressie zitten te laten zien dat het mogelijk is om uit die zware allesomvattende moedeloosheid te komen. Vandaag deel 1: Hoe het begon.

Lees ook: Dit citaat uit 1700 zegt alles over ons streven naar geluk

2001, een dinsdag in juli, 00.40
Ik lig in een bed op mijn vroegere kinderkamer. Beneden hoor ik de stemmen van mijn ouders. Zouden ze over me praten? Ik hoor mijn moeder huilen. Ze weet niet wat ze met me aan moet. Ik zou haar willen vertellen dat ik het wel weet, maar ik weet helemaal niks. Ik wil alleen maar heel lang slapen. Hier blijven liggen met mijn hoofd onder de dekens en me wentelen in vergetelheid.

De afgelopen dagen heb ik alle schepen achter me verbrand, tenminste: zo voelt het. Ik heb geen leven meer. Ik begon net een beetje te wennen op de uitgeverij waar ik sinds kort werkte of nee, laat ik niet liegen: ik wende er helemaal niet. Elke dag ging ik er met een grote donderwolk in mijn hoofd naartoe. Elk uur keek ik op de klok. Van elk onverwacht geluid deinsde ik ineen, alsof ik bang was dat ik vanuit het niets kon worden aangevallen.
Ja, zo voelt het eigenlijk wel een beetje: er hangt een bom boven mijn hoofd en ik weet dat ie gaat vallen, alleen niet wanneer. En daarom ben ik dus voortdurend bang. De angst werd zelfs zo heftig dat ik afgelopen donderdagochtend op de redactie in één lijn naar mijn leidinggevende ben gelopen om te zeggen dat ik ermee stopte. Hij zei: “Je bent er nog maar vier weken…hoe komt dit zo?” Ik lulde er maar omheen. Dat het toch niet was wat ik zocht. Hij was zichtbaar beledigd en ook een beetje kwaad dat hij mij de kans had gegeven uit de vele sollicitanten die hij had gesproken. Ik mompelde ‘sorry’ en ben weggehold.
Zodra ik buiten was heb ik staan kotsen in de gracht. Kotsen tot mijn maag leeg was. Daarna ben ik naar huis gefietst, langzaam en verdoofd, en thuis, op mijn kamer boven coffeeshop Wolkewietje, ben ik op de vloer gaan liggen en heb daar voor mijn gevoel ontelbare uren gelegen. Mijn telefoon ging, maar die lag een meter bij mijn hand vandaan en ik kon de kracht niet vinden om hem te pakken. Huilen lukte ook niet. Het enige wat ik dacht is: “Ik kan niks, ik wil niks, hoe moet ik leven, kan iemand mij vertellen hoe dat moet: leven?”
Na een dag lang op die vloer, zonder eten of drinken, toch maar mijn ouders gebeld. Mijn vader kwam me halen. In de auto zwegen we, totdat we Harderwijk binnen kwamen rijden. “Je beseft wel dat een psycholoog alleen je niet meer gaat helpen he?”, zei hij. Ik vroeg: “Wat bedoel je?” “Ik vrees dat je toch medicijnen moet gaan slikken, want in je eentje kom je niet uit dit dal”, antwoordde hij. Als ik niet zo verdoofd was geweest, had ik misschien moeten huilen.

Hoe ben ik hier terecht gekomen? Van een adolescent meisje dat een beetje in de war is en een paar gesprekjes met een psycholoog voert, ben ik klaarblijkelijk gedegradeerd tot een echte patiënt. Dat denk ik niet alleen omdat mijn vader over pillen begon, maar ook omdat mijn psycholoog me plotseling naar een psychiater heeft verwezen. “Er moet gesproken worden over medicatie”, zo zei hij over de telefoon. De testresultaten van de vragenlijsten die je vorige week hebt ingevuld laten ook geen twijfel bestaan: “Je bent depressief. Alles wijst erop.” Ik schamperde een beetje: “Welke test kan mij nu vertellen wat ik echt voel en hoe zwaar ik het wel of niet heb. Ik heb misschien wat depressieve gevoelens, maar echt depressief? Vindt u dat niet wat ver gaan?” Het was even stil aan de andere kant van de lijn: “Hoevaak heb je vandaag gedacht dat je dood wilde?” Ik zucht. “Vijf keer ofzo” De psycholoog zegt: “Ik wil echt dat je met de psychiater naar wie ik je verwijs gaat praten. Je moet zo snel mogelijk aan de medicijnen. Sterker nog: eigenlijk zou je opgenomen moeten worden in een psychiatrische kliniek.”

Lees ook: Waarom iets goed doen alleen kan met rust in je hoofd

Geschreven door