Depressiedagboek: “Als dit nog lang duurt, vrees ik voor wat ik ga doen”

Tussen haar twintigste en haar dertigste heeft Femke regelmatig te kampen gehad met zware depressies. Ze hield er een dagboek van bij waaruit ze speciaal voor Mynd enige fragmenten van openbaar maakt. Om mensen die nú in een depressie zitten te laten zien dat het mogelijk is om uit die zware allesomvattende moedeloosheid te komen. Vandaag deel 4: “Ga nu naar huis, neem een oxazepam en ga op je zij liggen.”

Lees ook: Depressiedagboek deel 1: “Ik lag op de koude vloer en kon me niet bewegen.”
Lees ook: Depressiedagboek deel 2: “Ik maak mezelf van kant. Ik doe het echt”
Lees ook: Depressiedagboek deel 3: “Ik doe mijn best, maar leuk is het niet.”

Een maandag in maart, 2002
Het is weer helemaal mis. Een half jaartje ging het goed, maar nu is ie er weer. De zwarte donderwolk. Ik weet niet of ik het nog een keer trek. Weer hier doorheen gaan. Ik voel me totaal doorgedraaid. Er zit alleen maar ruis in mijn hoofd. Gisteravond stond ik op station Amersfoort en durfde ik ineens niets meer. Acute pleinvrees. Ik belde mijn ouders en kreeg mijn moeder aan de lijn. Het was half twaalf en ze lagen al op bed. Ze gaf meteen de hoorn aan mijn vader. Inmiddels weet ik dat dat betekent dat ze zelf meteen helemaal van de leg raakt en dat ze denkt dat mijn vader me beter kan hanteren als ik in de paniek schiet. Nou ja, dat laatste is ook waar. Mijn vader gaat altijd meteen in de rustige, therapeuten-modus en is mijn enige houvast op het moment dat ik flip. Dit keer zei hij: “Je stapt de trein in. Gaat naar Amsterdam, loopt naar je kamer, neemt een oxazepam en gaat in bed liggen. Dan val je in slaap en ’s ochtends bel je me weer. Dan kijken we verder.” Ik heb hem net weer gebeld. De paniek is gezakt, maar wat blijft is dus die ruis. Ik moet iets doen. Ik moet naar de faculteit, een tentamen voorbereiden, maar deze dag is verloren. Ik wil dat het stopt. Hoe ontkom ik eraan dat het me nog een keer gaat verpletteren?”

Een donderdag in maart, twee weken later, 2002
Ik ben een week mijn kamer niet afgeweest. Mijn telefoon heb ik consequent uit. Alleen ’s avonds zet ik em even aan en als ik dan hoor wie er op mijn voicemail staat, slaat de paniek alweer toe. Zelfs het feit dat mijn beste vriendin heeft gebeld versnelt mijn hartslag. ‘Oh jee, nu moet ik terugbellen. Hoe doe ik dan? Wat zeg ik dan? Zou ze me stom vinden? Zwak?’ Ik moet eigenlijk naar buiten, naar de appie, om iets te eten te halen, maar ik ben bang dat ik dan een huisgenoot tegenkom. En ik trek het echt niet als ik een praatje over niks met wie dan ook moet maken. Zal ik gewoon droge macaroni eten? Ik heb toch geen smaak. Ja, dat doe ik.

Een vrijdag in april, 2002
Ik heb een aquarium gekregen van een paar lieve vrienden, afgelopen december. Sinds mijn depressies heb ik een mateloze fascinatie voor vissen. In feite wil ik een vis zijn. Zwemmend in geruisloos water, je zorgen binnen 1 seconden vergetend. Ik zit per dag wel een uur naar mijn vissen te staren. Het maakt me rustig. Ik ken ze. Ik weet wat ik aan ze heb. Vandaag kan ik echter niet goed naar ze kijken, want het aquarium is helemaal groen uitgeslagen. Ik moet het ding schoonmaken, maar ik kan de kracht niet opbrengen. De hele dag heb ik niets anders gedaan dan liggen. Mijn plan was om het aquarium schoon te maken en een vuilniszak aan de weg te zetten. Er zijn namelijk muizen hier en de vuilniszak wordt ’s nachts aangevreten. En oh ja, het stinkt hier ook. Maar ik wil dus niet naar buiten, want dan kan ik mijn huisgenoten tegenkomen. Misschien kan ik het vannacht doen, dan heb ik een grotere kans dat ik niemand tegenkom.

Een woensdag in april, drie weken later, 2002
Volgens de huisarts werkt mijn antidepressiva niet goed genoeg meer. Ze heeft me doorgestuurd naar psychiater 4 en die heeft me op een nieuw middel gezet. Ik baal ervan, want ik voel me nu alleen maar slechter omdat ik nu in de overgangsperiode zit. Ik ben moedeloos. Dit leven. Ik weet het niet met dit leven. Moet ik op deze manier tachtig worden? Met angsten en donderwolken boven mijn hoofd. Zo kan ik toch niet afstuderen? Zo vind ik toch nooit iemand die een relatie met mij wil? Zo ga ik toch nooit kinderen baren? Als dit nog lang duurt, vrees ik voor wat ik ga doen.

Lees ook: Dit herkennen intuïtieve mensen!

Geschreven door