Deze dingen herken je als je de middelste, oudste of de jongste was thuis

De plek die je inneemt in het gezin waarin je opgroeide, kan veel invloed hebben op je latere leven. De oudste kreeg de meeste aandacht als baby, de jongste is de eeuwige benjamin. Janneke was thuis de middelste – een positie die niet zo’n beste reputatie heeft, maar zeker ook z’n voordelen heeft.

Niet alleen je karakter en je opvoeding bepalen hoe jij je ontwikkelt als persoonlijkheid, ook de plek die je inneemt in je gezin speelt daarbij een rol. Ben je de oudste, dan heb je waarschijnlijk de meeste babyfoto’s in je album, kreeg je het vaakst nieuwe kleren, maar moest je ook het hardste knokken toen je in de puberteit belandde. Waar jij pas voor het eerst op stap mocht toen je al bijna op kamers zat, genoten je jongere broers en zussen van de door jou zo gewenste grotere vrijheden. Waarschijnlijk ontfermde je al vroeg over je broertjes en zusjes en ontwikkelde je leiderschapskwaliteiten of verzorgende eigenschappen waar je nu in je werk nog steeds profijt van hebt. Oudste kinderen schijnen gemiddeld trouwens ook de slimsten te zijn, niet omdat dat is aangeboren, maar vermoedelijk omdat ze al vroeg bezig zijn om dingen uit te leggen. Daarbij zijn ze volgens onderzoek ook nog eens meegaander en kunnen ze beter regels naleven dan hun vaak wat meer rebellerende broertjes en zusjes. Voordelen die ook een nadeel kunnen zijn: als oudste heb je iets meer risico om te veel hooi op je vork te nemen en een burn-out te krijgen. Maar gelukkig heb je dan altijd nog je broers en zussen om je te steunen, want grote kans dat die graag iets terug willen doen voor hun grote broer of zus die vroeger altijd voor ze klaarstond.

Het jongste kind wordt als de benjamin van het stel niet alleen door z’n moeder het langst bemoederd, maar misschien ook nog door oudere zussen, of er is de geruststellende aanwezigheid van een of meer grotere broers. Heerlijk, al die aandacht, maar de jongste doet ook erg z’n best om erbij te horen en dat kan soms best lastig zijn als je wordt uit- of toegelachen door je oudere broers of zussen. Daarom doe je als jongste vooral ook je best om anders en uniek te zijn en – als je wat ouder bent – om een studie of baan te vinden die écht bij je past. De jongste komt vaak met veel meer weg en kan daardoor heerlijk avontuurlijk, creatief en ongeremd worden, of misschien leidt al die extra vrijheid wel tot grotere onzekerheid en het zoeken naar bevestiging. Wie ben ík?, is een vraag waarmee je als jongste nogal eens kan rondlopen als je oudere broers en zussen je altijd in alles zijn voorgegaan.

Dan de middelste. Het ‘sandwichkind’. Die loopt dus mooi alle voordelen van de jongste én de oudste mis. Loopt het vaakst in de afdankertjes van zus of broer, en moet het hardste vechten om aandacht: je doet immers nooit iets voor het eerst of voor het laatst. Al vroeg kun je worstelen met de kwestie hoe je net zo goed of slim wordt als degene boven jou en net zo schattig als degene onder jou. Gezien willen worden, dat is de thematiek waar je als middelste mee te maken kunt krijgen, zowel in je vroege als in je latere leven. Misschien was je als de middelste een echte aandachtstrekker, of deed je juist erg je best om ‘onzichtbaar’ te zijn, omdat je je toch nooit echt gezien voelde. Ikzelf wist als de middelste thuis nooit zo goed wat mijn plek was: de oudste trok naar mijn vader, de jongste was een moederskindje en ik liep altijd een beetje heen en weer tussen de ene en de andere ouder. Dat kan trouwens ook een voordeel zijn: de middelste is vaak de bemiddelaar, degene die het beste kan onderhandelen en later de familie bij elkaar kan houden in moeilijke tijden. Omdat middelste kinderen zowel met oudere als met jongere broers/zussen omgaan, kunnen ze goed compromissen sluiten, houden ze meer rekening met anderen en veroordelen ze gedrag van anderen minder snel. Het goede nieuws voor middelste kinderen: de nadelen uit hun jeugd werken later in hun voordeel en daardoor hebben ze meer kans om succesvol te zijn, een bloeiend sociaal leven te hebben en houden hun relaties over het algemeen langer stand.

Samengevat: of je nu de jongste, oudste of de middelste bent (of enig kind), je hebt sowieso last van je positie, maar gelukkig heeft elk nadeel ook z’n voordeel. Ikzelf heb me echt weleens gesandwicht gevoeld als middelste, maar ben uiteindelijk toch vooral blij dat ik mocht opgroeien tussen twee zussen in. Zo kwam ik rond mijn tiende eens eerder uit school met verschrikkelijke buikpijn: mijn ouders waren niet thuis, maar mijn oudste zus maakte warme chocolademelk voor me en aaide net zolang over mijn buik tot ik in slaap viel. Met mijn jongste zus speelde ik eeuwig met Barbies en beertjes, ook toen ik daar eigenlijk al te oud voor was. Door omstandigheden belandden we tegelijkertijd in ons eindexamenjaar en reken maar dat we in die tijd kleding, make-up en vriendjes deelden – en dat leverde maar zelden problemen ook.

Strijd was er ook, met beiden zussen, zowel onderlinge als innerlijke strijd. Maar volgens mij hoort dat allemaal bij het volwassen worden en bij het ontdekken van wie JIJ bent – los van de plek in het gezin die je inneemt. Want zoals elke relatie je een spiegel voorhoudt, zo leer je ook door de plek binnen je gezin jezelf langzaam steeds een beetje beter kennen. En daar wordt het leven uiteindelijk alleen maar leuker van.

Lees ook: 10 situaties die iedereen met een broer of zus herkent

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.