Ben je nooit goed genoeg? Check dan eens het Oplichters Syndroom

Ken je dat gevoel; je haalt altijd al je deadlines, niemand heeft wat aan te merken op je werk, je bent succesvol in wat je doet. En tóch, toch knaagt er iets. Dat gevoel dat zegt dat het beter had gekund. Dat je misschien toch op je flikker krijgt omdat het niet perfect is. Je bent niet de enige die er last van heeft. Menigeen is er bang voor, om door de mand te vallen.

Lees ook: 18 Simpele tips voor een happy healthy leven

Maar hoezo dan, want er is toch niets of niemand die jij voor de gek houdt? Je doet het toch allemaal goed? Inderdaad, dat is ook zo. Dat gevoel is ook nergens op gebaseerd. En toch blijkt dat maar liefst 75% van de succesvolle en talentvolle vrouwen bang is dat er een moment komt dat men ontdekt dat ze stiekem helemaal niet zo goed zijn en dat het doek dan valt. Terwijl ze hun diploma’s en ervaring hebben om het tegendeel te bewijzen en iedereen bovendien aan alle kanten veren in hun achterste steekt. Maar dat innerlijke stemmetje, dat stiekem op de achtergrond blijft fluisteren: “Loser…loser…” overstemt desondanks toch nog al te vaak de lofzang van de omgeving.

Er is naam voor: het ‘Impostor Syndrom’, oftewel het ‘Oplichters Syndroom’. Ontdekt door twee psychologen, die tot de conclusie kwamen dat hoogopgeleide mensen (en dan vooral vrouwen) ondanks hun succes het hardnekkige idee hebben dat ze stiekem toch niet zo intelligent zijn en dat anderen hen onterecht te hoog inschatten. Dat ze dus eigenlijk iedereen voor de gek houden door de rol te spelen van iemand die ze helemaal niet zijn. En dat het dus onvermijdelijk is dat er op een gegeven moment iemand naar de voorstelling komt kijken die dwars door de farce heen prikt, waarna je met hangende pootjes de planken moet verlaten. We zijn er als de dood zo bang voor: uiteindelijk verworden tot een uitgerangeerde has-been, uitgejouwd door ons voormalig publiek, dat eindelijk onze ware waard heeft gezien.

Om onszelf die vernedering te besparen, gaan we veelal nog harder werken dan we al deden. Wat er in eerste instantie vaak in resulteert dat ons succes nog groter wordt (en het gejuich dus alleen maar harder), waar we dan alleen nog méér stress van hebben, omdat die ballen die we in de lucht moeten houden steeds maar zwaarder worden en we ze uiteindelijk inderdaad dus niet meer op kunnen vangen. Gevolg? Je voelt ‘m vast al aankomen… De burn-out. Conclusie? Onze eigen angst is waarheid geworden, want uiteindelijk zitten we dan inderdaad echt thuis als een sneue zieligerd die het allemaal niet aan blijkt te kunnen. Hallo selffulfilling prophecy! Hallo therapie!

Zoals zo vaak hebben de mannen weer heel wat minder last van dat pesterige stemmetje in hun hoofd. Zij kunnen zich heel wat makkelijker wentelen in hun eigen succes en hebben weinig moeite met aannemen dat ze inderdaad geweldig zijn. Heb je nog een veer? Dank je, druk ‘m er maar in! Een heel wat betere mindset dan die van ons vrouwen, want het werkt nou eenmaal zo: wie in zichzelf gelooft, is vaak ook daadwerkelijk succesvol. Het is dus zaak dat we die zanikende criticaster in ons eigen hoofd hardhandig zijn vuilbekkende mond snoeren en in plaats daarvan gaan luisteren naar het applaus dat van buiten komt. Want die staande ovatie krijg je niet voor niets, je doet het gewoon wél goed en echt, daar mag je best wel trots op zijn.

(Bron: De Volkskrant)

Lees ook: Tijd, toch écht belangrijker dan geld

Geschreven door