Goed nieuws voor piekeraars: een beetje tobben is zo slecht nog niet

Wie de neiging heeft tot piekeren wordt al snel gezien als een zwaarmoedig, negatief persoon. Een zeikerd, een mierenneuker. Bepaald niet de beste reputatie. Maar al dat tobben hoeft helemaal niet per se verkeerd te zijn. Sterker nog, piekeraars zijn namelijk vaak heel intelligente mensen.

Ha! Ik ben dus geen negatieve zeikerd, ik ben gewoon superslim. Dat is voortaan mijn antwoord, als ik weer eens te horen krijgen dat ik me niet zo druk moet maken over alles. Want het is waar, ik zie heel vaak beren (en tijgers, en leeuwen) op de weg. Bij alles wat ik doe, wat er gedaan moet worden, wat ik eventueel zou kunnen gaan doen is het eerste wat er bij mij opkomt ‘Ja maar’, of ‘Wat als’. Ik kan ‘s nachts uren wakker liggen omdat ik me zorgen maak over het een of ander en ik heb de neiging om alles wat ik doe en wat er gebeurt tot in den treure te analyseren in een poging erachter te komen of ik misschien iets fout gedaan heb, of om alle mogelijke doemscenario’s van tevoren alvast uit te denken. Vermoeiend? Ja, best wel. En soms zou ik inderdaad willen dat ik mezelf wat meer een laisez-faire, come what may houding zou kunnen aanmeten. Dat lijkt me een stuk relaxter. Maar hoewel het soms irritant is, is piekeren niet alleen maar slecht. Want uit onderzoek blijkt dat mensen met een enigszins pessimistische het uiteindelijk beter doen dan zij die overal de zonnige kant van inzien.

Vroeger werd piekeren vooral gezien als een slechte eigenschap. Het zou een rol spelen bij het ontwikkelen van bijvoorbeeld depressies en paniekstoornissen en bovendien gewoon helemaal nergens goed voor zijn. En natuurlijk is het zo dat als je altijd alleen maar loopt te tobben, als jouw donderwolken echt helemaal nooit een gouden randje hebben, dat je je dan misschien moet afvragen hoe het komt dat je alles zo ontzettend somber inziet. Maar je regelmatig een beetje zorgen maken betekent niet dat je het beste maar even naar de dokter kan voor een potje antidepressiva. Het betekent weinig meer dan dat je gewoon gezegend bent met een goed stel hersens en dat je die dus ook actief gebruikt. Dat dat vaak midden in de nacht is, is dan weer een beetje jammer, dat moet ik toegeven. Maar aan de andere kant, ik heb overdag al genoeg te doen, dus als ik dan ook nog zou moeten piekeren dan kan ik niet meer werken, en wat als ik dan ontslagen word en hoe moet ik dan…oh god, PANIEK! Nou ja, je snapt m’n punt.

In Psychologie Magazine vertelt de Amerikaanse psycholoog Kate Sweeny dat er een hoop positieve kanten aan al dat negatieve gedoe zitten. Nadenken over wat er allemaal eventueel mis kan gaan, zorgt er namelijk voor dat je beter voorbereid bent als dat ook daadwerkelijk gebeurt. Je hebt dan er dan namelijk al een beetje rekening mee gehouden en waarschijnlijk ook al bedacht wat je dan het beste zou kunnen doen. Ben je er echter blind vanuit gegaan dat het allemaal wel los zal lopen, dan is de kans groot dat je nogal geschokt bent als dat niet zo blijkt te zijn en niet zo snel de draad weer op kunt pakken, of de schade kunt herstellen. En dan zit je dus toch opeens met een groot geldbedrag dat je moet terugbetalen aan de Belastingdienst omdat hun voorlopige teruggave toch niet blijkt te kloppen. Of die rare moedervlek blijkt toch een melanoom te zijn waar je eigenlijk een jaar geleden al beter mee naar de dokter had kunnen gaan. Dan kun je zeggen: wat voor leven heb je als je altijd rekening moet houden met het ergste. Maar doe je dat niet dan kost dat je in sommige gevallen misschien letterlijk je leven.

Daarnaast, zegt Sweeny, en dat is precies wat ik zelf ook altijd roep: voor een piekeraar kan het eigenlijk altijd alleen maar meevallen. Want je had je tenslotte al voorbereid op het ergste. En meestal gebeurt het ergste gelukkig niet, dus kun je nagaan hoe vaak je als pessimist dan eigenlijk heel erg blij bent, juist omdat al jouw doemscenario’s niet uitkomen! Je moet er een beetje voor omdenken, misschien, maar echt, het is waar. Als notoire zwartkijker leidt je dus eigenlijk gewoon een heel leuk leven, want de praktijk is eigenlijk altijd beter dan de theorie. En daar word ik dus best wel vrolijk van. Ja oke, je zou kunnen zeggen dat ik me de moeite van al dat tobben in dat geval dus net zo goed kan besparen, want nou ja, de paar keer dat er dan wel stront aan de knikker is, daar kom je dan uiteindelijk ook wel weer overheen. En dan slaap je tenminste een heel stuk beter. Maar ach, ik stap in ieder geval altijd dankbaar mijn bed in na een dag waarin er toch weer eens helemaal niks is fout gegaan. En gelukkig is er tegenwoordig Botox voor de fronsrimpels.

Lees ook: Waarom ik gelukkig word van streng zijn voor mezelf (+ 7 dingen die je herkent als dat voor jou ook geldt)

Geschreven door