Hoe een beetje verdraagzaamheid iemand een hart onder de riem kan steken

Oordelen. We zijn er met z’n allen heel goed in. En het is natuurlijk ook wel makkelijk om niet verder te kijken dan je neus lang is. Maar als je daar vaak mee te maken krijgt, zoals Vala, dan word je daar best verdrietig van.

Er schijnen ouders te bestaan die het gezellig vinden om boodschappen te gaan doen met hun kinderen, die op zaterdag fluitend met een uit de kluiten gewassen rieten mand richting de Jumbo togen en daar dan rustig drie uur de verschillende pakken biologische muesli met elkaar kunnen gaan staan vergelijken, terwijl hun kinderen gedwee tussen de ontbijtgranen door dribbelen en nergens aankomen. Dat zijn ouders met brave kinderen. En, belangrijker nog, ‘normale’ kinderen. Geen kinderen zoals mijn zoon, die autistisch is.

Mensen hebben over het algemeen de neiging om overal een oordeel over te hebben. Blijkbaar vinden we het lekker om alles en iedereen om ons heen te verketteren. Harkt de buurman zijn tuintje niet goed genoeg aan? Dan zal het wel een lapzwanserige uitkeringstrekker zijn. Is het kind van je vriendin net een kilootje te dik? Zal wel komen omdat zijn ontaarde moeder hem iedere ochtend chocopasta op z’n brood geeft. Knijpt dat irritante jongetje in alle komkommers op de groente-afdeling van de Albert Heijn? Tja, dat komt gewoon omdat zijn moeder niet streng genoeg is. Kijk maar, na drie keer waarschuwen luistert hij nog steeds niet. Tjongejonge, wat een rotkind. Wat een slechte moeder. En bedankt maar weer. Want tja, dat rotjoch is mijn zoon. En die slechte moeder, dat ben ik.

Mijn zoon, die is autistisch. En dat betekent nogal wat. Dat betekent iets dat heel veel mensen niet begrijpen. Omdat ze er niet mee te maken hebben. Mijn zoon, die luistert niet. Hoe erg ik ook mijn best doe. Omdat wat ik zeg gewoon niet binnen komt. Hij hoort me wel, maar ook weer niet. Want hij zit in zijn eigen wereld. Soms niet, maar meestal wel en dan kan ik lullen als Brugman, maar mijn kind is niet bereikbaar. Ik zie het in zijn ogen en dan weet ik al hoe laat het is. Dat hij dus in die komkommers gaat staan knijpen. Dat hij dus een driftbui krijgt omdat hij niet een uur bij dat filmpje aan het begin van het gangpad met de frisdrank mag blijven en met mij mee moet naar de kassa. Maar toch moet ik naar die supermarkt. Want weet je, autistische kinderen en hun ouders moeten ook eten. En naar buiten moeten ze af en toe ook. De wereld in. Waar de andere mensen zijn. Ook al vinden die dat stiekem best wel irritant. Die gewone mensen. Nette mensen. Normale mensen. Maar ja, wij zijn er ook gewoon. Mijn excuses, meer kan ik er niet van maken.

Ga ik boodschappen doen met mijn kinderen, dan doe ik van tevoren eventjes een schietgebedje. Want ik weet niet hoe het lopen zal. Of ik het tot het zuivelschap haal zonder strijd of stemverheffing. Of we thuiskomen met alle boodschappen en zonder oorlogswonden. Laatst lukte dat in elke geval weer niet. Overprikkeld door alle fluorescerend vrolijke oranje hamsters, duwde mijn zoon zijn zusje tegen een bont gekleurde paal. Klap, koppie tegen het beton, tandje door de lip. En mama in de rij bij een overvolle kassa. Bloed, een klein brullend meisje en een wat groter hysterisch jongetje. En vooral: een legioen aan afkeurend starende ogen om ons heen. Ja dames en heren, geniet maar lekker van dit staaltje bedroevend ouderschap en denk er vooral het ongeremde uwe van. Thank you for staring, I always aim to please. En de lokale consumenten hadden weer een leuke zaterdag.

Je raakt eraan gewend, de starende blikken, afkeurend opgetrokken wenkbrauwen. Het onbegrip omdat iedereen zijn oordeel klaar heeft, maar niet de moeite neemt om door te vragen. Leuk is het niet, maar uiteindelijk wordt je huid wel dik, want van alle fronsen en opmerkingen groeit er op je vel als vanzelf een stevig laagje eelt. En voor mijzelf is het nog niet eens het ergste, want ach, ik ben volwassen. Ik ben in staat tot relativeren, tot het treurige besef dat blijkbaar heel veel mensen weigeren verder te kijken dan hun ontzettend sensatiezuchtige neus lang is. Ik kan dat, maar mijn kind, mijn zoon, mijn autist, die kan dat niet. Die staat schuldbewust en met traantjes in zijn ogen bij diezelfde kassa, terwijl zijn moeder zijn zusjes bloedende lipje droogdept met haar eigen mouw en de hele supermarkt stilzwijgend, maar oh zo duidelijk, haar afkeuring over dat kleine jongetje laat neerdalen en hij zich eens te meer beseft dat iedereen hem raar vindt. En vervelend. En natuurlijk moet ik even zuchten, want zijn zusje heeft een bloedlip. En ik een tas vol boodschappen die nog betaald en ingepakt moeten worden. Maar hij kan er niets aan doen, ook al had hij nog zo graag gewild van wel. Dus ik knuffel hem, in plaats van boos te worden. Maar ja, dat is natuurlijk helemaal een zonde.

“Hallo, wil jij soms dinoplaatjes?”. Terwijl ik het bloeden probeer te stelpen en mijn zoon schoorvoetend naast me staat, buigt er zich iemand over ons heen. “Ik denk dat jij die vast erg leuk vindt” zegt de stem en twee paar vriendelijke ogen kijken ons aan. Mijn zoon pakt de plaatjes verbaasd aan, stamelt “Dankjewel” en wordt een beetje rood. Ik kijk de oude vrouw verwonderd en enigszins verhit aan en zie zachtheid in haar ogen. “Autistisch?” vraagt ze en ik knik verbouwereerd. Ze glimlacht, legt haar hand even op mijn schouder en zegt: “Ja. Je doet het goed, hoor. En wat een leuke jongen is het” en loopt dan rustig weg.

Gelukkig zijn er ook nog dat soort mensen, die meer zien dan een irritant, vervelend jongetje en een moeder die de definitie van opvoeden in het woordenboek nog niet gevonden heeft. Die een onbevooroordeelde arm om je heen slaan en dinoplaatjes op je wonden leggen, in plaats van er hun net gekochte bus Jozo keukenzout in leeg te strooien. Door dat soort mensen durf ik toch nog naar de supermarkt, of überhaupt naar buiten met mijn kind dat zich niet gedraagt zoals het de goegemeente goed dunkt. Dus ben je voortaan in de supermarkt en loop je langs een fijngeknepen komkommer? Haal dan eens diep adem, oordeel niet en vraag bij de kassa om een extra dinoplaatje. Want jij kunt gewoon een andere komkommer kopen en als je straks naar huis gaat met een tas vol boodschappen, is er niemand meer autistisch. Op die manier heb jij een leuke zaterdag en wij weer eten voor de hele week. Dat noem ik nou nog eens een Bonus aanbieding.

Lees ook: Dit is wat deze vrouw met autisme wil dat JIJ weet

Geschreven door