Een open brief aan de zingende collega

Iedereen kent er wel eentje. De zingende collega. In de kantoortuin, bij de receptie, in de keuken van het restaurant waar je hele dagen staat te werken. Reuze gezellig, echt waar. Maar het is even tijd voor een klein weerwoord.

Lieve, zingende collega,

Laat ik beginnen met zeggen dat ik –net als jij- dol ben op zingen. Niet dat ik er erg goed in ben, maar toch: dol, echt. Onder de douche ofzo, of op de fiets als niemand me hoort. Soms vergeet ik op dat soort momenten zelfs dat ik Whitney Houston dus helemaal niet ben, maar VOEL ik me haar in hart en nieren, terwijl ik vol overgave meekrijs met ‘Didn’t we Almost Had It All’ op de radio. In de auto. Terwijl, wederom, niemand me hoort. Want zingen, ik weet het niet, maar ik ga er niet zo vanuit dat iedereen erg zit te wachten op mijn versie van Adele’s ‘Someone Like You’ Of Michael Mc Donald’s ‘What a Fool Believes.’ Niet dat ik die nummers overigens niet uitstekend weet te vertolken, mind you. Maar ik vind: voor alles is een tijd en plaats. En die tijd en plaats zijn dus NIET op mijn werk.

Daar denk jij toch iets anders over. Dus zodra je binnenkomt op het werk en die radio aanzet, meestal op een democratisch afgesproken volume 2 ofzo, kan jouw show beginnen. En dat doe je altijd eerst zachtjes, want ook voor jou is het nog maar vroeg dag uiteindelijk. Maar voor we het weten vergeet jij tijd en plaats en ga je lós. Met heel veel lalalalaaaa’s en hmmmmhmmmmhmmmm’s en vroeg of laat gewoon de hele tekst van wat er dan ook maar op dat moment op de radio te horen is. Want jouw repertoire is werkelijk onuitputtelijk, en je ben ook nog eens behoorlijk tekstvast. En dan heb ik het nog niet eens over de vele andere zangtechnieken die jij moeiteloos beheerst. Zoals we daar hebben de Britney-kreun, de Adele-snik, de Michael Jackson-wiehiehie en –uiteraard- de sexy Justin-slaapkamerzucht. Jij draait er je hand allemaal niet voor om, terwijl je intussen noest op je toetsenbord zit te tikken terwijl je het rooster maakt. Of je excell-bestand zit bij te werken. Of je powerpoint afrondt. En dat is prachtig, echt waar. Ik wil je pret dan ook niet bederven, maar nu toch even wel. Want ik snap best dat je eigenlijk Beyoncé bent. Maar ik geloof toch niet dat ik daar dag in dag uit aan herinnerd zou moeten worden. En met mij vele anderen.

Ik weet dat ik hier niet in de enige in ben. Laatst vertelde een vriendin me dat ze op haar werk Sublime Radio hadden gevonden. Nu is dat mijn favoriete radiozender, maar zo niet die van mijn vriendin. “Helse muziek. Serieus. Wie bedenkt die troep?”
Dat begon dus al goed, maar mijn vriendin had zich er niet op voorbereid dat vervolgens drie (DRIE!) van de collega’s om haar heen allemaal precies die ochtend hun innerlijke Stevie Wonder aan het herontdekken waren. Daar en toen. Op dat kantoor. Waardoor mijn vriendin de hele ochtend in stilte had zitten lijden. Terwijl om haar heen de ene na de andere soulvolle ‘Prietoedeliewoeh Baby’ en ‘Aiiiiiii laaaaaaaaave ya, papapaaaaaah’ ten gehore werden gebracht. Soms ook gewoon a-capella. Of tweestemmig. Vol ritmisch getik op het bureau, hier en daar wat GEFLUIT en af en toe een zusterlijk ‘whaaawhaaawhaaa’, bij wijze van achtergrondkoor.
Net zolang tot mijn vriendin van het een op het andere moment en zonder enig overleg de radio uitzette. Ik kan je zeggen: dat was niet bijster sfeerverhogend. Maar ze kón gewoon niet meer.

Nu is radio een 24-uurs ding, dus ik ga ervan uit dat op veel werkplekken wel ergens een radio aanstaat. En dat is leuk, dat geeft afleiding en iets huiselijks aan de hele horror die werkplekken over het algemeen natuurlijk zijn (Dit was een grap. Nee, toch niet.). Soms kun je met dank aan de radio tussendoor zelfs samen Het Geluid raden, of een antwoord op een quizvraag geven, of samen naar het nieuws luisteren. Best leuk, het schept een band en je komt er de dag mee door, dus niets meer aan doen. Maar of het nou ook zo’n goed idee is om met hoge stem en half overmand door emoties plotseling loeihard Jolene in te zetten en dat nummer he-le-maal uit te zingen terwijl de rest van de collegaatjes net even een rustig koffierondje wilden doen: ik weet het gewoon niet.

Maargoed, ik wil ook niet de nay-sayer zijn hier want nogmaals: ik ben ook dol op zingen. Dus ik begrijp ook best wat je allemaal kan overvallen als je zonder enige aankondiging ineens Single Ladies op de radio voorbij hoort komen, en jij plotseling vanachter je bureau al je Single-Ladies-Moves wilt laten zien, omdat je die nu eenmaal kunt en Beyoncé gewoon altijd sterker is dan wat dan ook, sterker dan het leven zelf, zelfs. Maar ik weet niet of je dat ook moet doen als je in je hokje buiten op een kerkplein zit waar je intussen dus de tickets voor die kerk aan het verkopen bent. Want ja, ik moest ineens weer aan de zingende collega denken toen ik dat tafereel van de week ineens zag gebeuren. Heel lief deed je dat, en ook een beetje stiekem. Maar echt effectief was het allemaal niet, omdat je ook bezig was om kaartjes af te scheuren en wisselgeld terug te geven. Even werd ik verscheurd door een gevoel van intense vrolijkheid en diepe ergernis toen ik je zachtjes ‘and put your hands up!’ met iele stem hoorde tjirpen, terwijl  je me tegelijkertijd te weinig wisselgeld terug gaf en de rij achter me steeds langer werd. En besloot ik een oplossing voor je te zoeken.

Daarom hier een gratis tip: blijf zingen sister, zo vaak als je kunt. Maar schrijf je ook even in voor The Voice. De audities zijn in het weekend. En in weekenden werk jij dus niet. Hopelijk ligt er een glansrijke carriere voor je in het verschiet, het is je gegund. Werken wij de rest van de tijd intussen even door. Doordeweeks. Met de radio toch maar vaker uit, dan aan. Goed? Put your hands up!

LEES OOK: 12 superfijne werklesjes (om boven je laptop te beitelen)

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).