Er zijn geen winnaars of verliezers als je kanker hebt

Het is een beetje overgewaaid uit Amerika: om over kanker te praten alsof het een gevecht is, een soort wedstrijd. Wie kanker heeft, gaat onverschrokken de ring in. Dapper, strijdbaar, niet bang. En dan zul je zegevieren, winnen. Ben je een ‘survivor’. Maar, is dat eigenlijk niet een beetje raar? Want wat als je het nou niet redt? Ben je dan een verliezer?

Het afgelopen jaar heb ik in mijn omgeving maar liefst vier dierbaren gehad die kanker kregen. Drie daarvan leven nu nog, eentje heeft het niet gered. Allevier hadden ze een ander soort kanker, maar wat ze met elkaar gemeen hadden was dat Zwaard van Damocles dat ze boven hun hoofd hadden hangen. En dat geen van hen wist of, en wanneer, het zou vallen. Dat het, letterlijk, voor ieder van hen, een kwestie was van de dood of de gladiolen en dat ze er eigenlijk helemaal niks over te zeggen hadden. Hoe erg ze ook hun best deden. Want, iedereen die kanker krijgt wil het overleven. Iedereen wil er alles aan doen om beter te worden. Maar dat is dus het ding met kanker: je krijgt niet altijd wat je wilt. Sterker nog, heel veel mensen leggen het af tegen kanker. Hoeveel chemo, bestralingen, gezonde diëten, lifestyle changes en ‘positive thinking’ ze er ook tegenaan gesmeten hebben. Maar dat betekent niet dat ze gewoon met hun staart tussen hun benen op hun rug zijn gaan liggen en zich zomaar hebben over gegeven. Dat ze niet hun best hebben gedaan. Want dat is op de één of andere manier het idee geworden: als je maar wilt, als je maar hard genoeg vecht, dan win je. Altijd.

“Ik ben geen overlever. Geen winnaar” zei één van de bovengenoemde mensen met kanker toen ze ‘schoon’ verklaard was. De irritatie was duidelijk hoorbaar in haar stem. “Ik heb gewoon geluk gehad.” En ze heeft gelijk. Want die tendens om kanker te zien als iets maakbaars, iets dat je met pure wilskracht en moed neerslaat is eigenlijk best vreemd. Eén van de eerste dingen die mensen van hun omgeving te horen krijgen als ze gediagnosticeerd worden met kanker is: “Jij kunt dit verslaan. Jij gaat vechten en je zult overwinnen.” Alsof het zo eenvoudig is. Hup, schouders eronder, tanden laten zien en gáán. Bang? Laat me niet lachen. Die kanker moet bang zijn voor jou! Fuck die kanker, jou krijgt ‘ie niet. Wish it, dream it, do it. Zoiets. Wie moedig is, zich niet laat kennen, alles geeft, wordt niet verslagen door zoiets banaals als kanker. Wat natuurlijk pure onzin is, maar daarnaast ook nog eens oneerlijk tegenover degene die kanker heeft. Want er wordt met dit soort ‘oorlogsretoriek’ gewoon voorbij gegaan aan het feit dat mensen met kanker naar alle waarschijnlijkheid dus wél bang zijn. Zich misschien helemaal niet (altijd) strijdbaar voelen. Of moedig. Dat ze een potentieel doodsvonnis hebben gekregen wat helemaal niet onrealistisch is. En dat dus best wel, nou ja, een dingetje is. Maar daar is geen ruimte voor. Want, wil je winnen of verliezen? De keus is aan jou.

Maar die keus, die is dus helemaal niet aan jou. Die keus is veelal aan de kanker. Je kunt je zo hard verzetten als je wilt, als kanker je wil hebben, dan komt kanker je halen. Je mindset kan sterker zijn dan die van Hulk Hogan, kanker heeft er maling aan. Het maakt niet uit hoe moedig of hoe sterk je bent, want je vecht niet met kanker. Kanker is geen wedstrijd. Kanker overkomt je gewoon. Deze ziekte is veelal een kwestie van domme pech en genetische aanleg en als het je eenmaal treft is het een kwestie van Russische Roulette. Overleven doe je door een combinatie van vroege diagnosticering, wetenschappelijke ontwikkeling en vooral, een hele hoop geluk. Moed heeft daar helemaal niks mee te maken. Want als je niet moedig bent, als je doodsbang bent en iedere dag jankend over de grond rolt, heb je het dan aan jezelf te danken als je de kanker niet overleeft? Ga je dan dood omdat je niet hard genoeg hebt gevochten? Wat een onzin. Je gaat dood omdat je kanker hebt. En omdat sommige mensen dat overleven en andere mensen niet. Dat heeft niks met jóu te maken, maar simpelweg met hoe de kaarten blijkbaar geschud zijn. En daarnaast, wat is moed dan eigenlijk? Ben je niet moedig als je dus wel bang bent? Als het soms wel hopeloos voelt en je het niet kunt opbrengen om positief te doen? Alsof je dan krijgt wat je verdient als je het loodje legt. Ga je al dood, is het blijkbaar ook nog je eigen schuld. Lekker dan.

In de huidige samenleving willen we graag geloven in de maakbaarheid van het leven. We willen onszelf voorhouden dat we onze demonen altijd kunnen verslaan. En ziekte, de dood, is een universeel monster dat ons allemaal op de hielen zit. Briesend in onze nek hijgt en ons ’s nachts bezoekt in onze ergste nachtmerries. En kanker is misschien wel de grootste draak in het leven van tegenwoordig. En dus maken we van hen die tegenover die draak komen te staan, helden tegen wil en dank. Om onze eigen gemoederen te sussen. Omdat we onszelf willen voorhouden dat de draak niet ons, maar wij de draak zullen verslaan. Maar iemand die de dood in ogen kijkt is niet alleen een held als ‘ie zonder blikken of blozen z’n lans recht in het hart van de vijand boort. Hij is net zo goed een held als ‘ie met knikkende knieën verstijfd een schietgebedje staat te doen en eigenlijk het liefst rechtsomkeert zou willen maken. Angst, twijfel, onzekerheid en verdriet zijn geen tekenen van zwakte, van gebrek aan moed. Het zijn tekenen van menselijkheid. Wie kanker krijgt moet hopen dat ‘ie het overleeft. Meer kun je niet doen. En je hoeft niet te ‘vechten’. Want er zijn geen winnaars of verliezers. Het leven wordt je gegeven en het wordt je ook weer afgenomen. Het is gewoon een kwestie van afwachten hoe en wanneer je aan de beurt bent. Want je kunt nog zo moedig zijn, uiteindelijk gaan we allemaal dood. Misschien aan kanker, misschien aan iets anders. Maar dood gaan we. Echt waar.

Lees ook: Lees dit als je iemand verloren hebt. Om kracht uit te putten!

Geschreven door