Help, een zwarte kat! Maar waarom zijn we daar zo bang voor?

Vala loopt niet graag onder een ladder door. En als ze een zwarte kat tegenkomt op straat, loopt ze eigenlijk het liefst een blokje om. Want als ze dat niet doet, vergaat de wereld. Toch?

Soms denk ik dat ik een beetje gek ben. Als kind al, want toen mocht ik van mezelf niet op de lijntjes van de tegels lopen. En als ik een nieuwe knuffel kreeg in de speelgoedwinkel, moest de eerste die ik pakte het dan ook worden, anders was het ‘zielig’. En nu, ik ben inmiddels 36, klop ik nog steeds dingen af op ongeverfd hout en heb ik periodes dat ik drie keer het licht aan en uit moet doen. Soms voel ik mij net Melvin Udall uit ‘As Good As It Gets’ (en laten we eerlijk zijn: daar wil je niet op lijken). Maar gelukkig ben ik niet de enige neuroot.

Ook de meest weldenkende mensen zitten tijdens het WK voetbal in hun ‘geluksshirt’ voor de televisie, of laten altijd de blauwe M&M’s liggen, omdat het anders ‘ongeluk brengt’. Totaal irrationeel, maar toch kunnen we het niet helpen. Onze intuïtie (want dat is het eigenlijk) wordt niet altijd teruggefloten door onze ratio en daarom gaan we ‘magisch denken’. ‘Als ik drie keer in mijn handen klap, gaat morgen mijn presentatie goed’, ‘Altijd het blokje zeep afspoelen, want als er schuim op blijft zitten, mis ik morgen de bus.’ We wéten dat het onzin is, maar zo vóelen we het niet.

Bijgelovig zijn is eigenlijk ruzie maken met jezelf. Psychologen zijn van mening dat we twee denksystemen hebben, die elkaar met enige regelmaat de hersens inslaan: een intuïtief, onbewust denksysteem, dat weliswaar snel is, maar ook vaak wat verregaande conclusies trekt, en een bewust opererend denksysteem, dat wat minder snel op gang komt, maar vervolgens wel de haastige spoed van systeem 1 een halt probeert toe te roepen als dat weer eens doordraaft. Echter, je verzetten tegen je intuïtie is voor de meeste mensen een behoorlijke worsteling. Want wat we voelen zit heel diep, alsof het tot in onze botten doordringt, ipv alleen blijft hangen in ons hoofd, waar onze ratio kamp heeft opgeslagen. Dus als je lichaam schreeuwt dat de hel losbreekt als je op de lijntjes loopt, maar je hoofd begint vervolgens aan een goed beargumenteerde uiteenzetting waarom dat onzin is, dan loop je al springend over straat voordat je hoofd überhaupt één zin heeft afgemaakt.

Waarom zijn we bijgelovig? Waarschijnlijk omdat we grote behoefte hebben om de wereld te kunnen begrijpen en verklaren, als het ware te ordenen, zodat we weten waarop we kunnen rekenen. Daarmee hopen we de toekomst overzichtelijk te maken, want dat vinden we prettig. We hebben dan namelijk het idee dat we er actief voor kunnen zorgen dat ons voornamelijk goede dingen zullen overkomen en dat we slechte dingen kunnen vermijden. We willen graag geloven dat ons gedrag (drie keer achter elkaar je handen wassen, iets afkloppen, of welke andere nutteloze handeling dan ook) invloed heeft op de toekomst. Op die manier hebben we er in ieder geval ‘alles aan gedaan’ en kunnen we onszelf niets verwijten, hoeven we geen spijt te hebben. Onzin natuurlijk, want als jij morgen ontslagen wordt, komt dat echt niet omdat je gisteren de boeken in de kast niet gealfabetiseerd hebt. Maar ja, leg dat maar eens uit aan je gevoel.

Uiteindelijk draait het allemaal om onze collectieve wens controle te hebben over ons eigen leven. En het is eigenlijk niet eens slecht om een beetje bijgelovig te zijn, sterker nog, het is zelfs wel nuttig! Alhoewel de kleine rituelen die we onszelf opleggen en de zogenaamde talismannen die we onszelf omhangen (‘als ik mijn geluksarmbandje draag, gaat dat sollicitatiegesprek goed’) geen enkel meetbaar resultaat hebben, het placebo effect is wél krachtig. We worden er namelijk zelfverzekerder van en stress en spanning verminderen als we ons bijgeloof af en toe de ruimte geven. Moet je nu dus voortaan, zoals het überneuroot Melvin Udall betaamt, altijd je eigen bestek meenemen naar een restaurant, of 65 dezelfde blauwe overhemden in je kast hebben liggen omdat blauw je gelukskleur is? Nee, overdrijven is tenslotte ook een vak. Maar voel je af en toe de behoefte om midden op straat even een huppeltje te maken, of af te kloppen op het onbewerkte houten tuinhek van de buurman? Ga vooral je gang!

Lees ook: Waarom een béétje dwangmatigheid helemaal niet erg is

Geschreven door