Het geheim van dunne mensen (die zonder inspanning op gewicht blijven)

Het geheim van dunne mensen: ongemerkt heeft Barbara een paar gewoontes ontwikkeld die ervoor zorgen dat ze niet dik wordt. Sporten doet ze niet en diëten is niet nodig. Dit is wat ze ongemerkt zonder moeite doet.

Ik ben nooit dik geweest. Daarmee heb ik natuurlijk heel veel mazzel. Goed genetisch materiaal, zullen we maar zeggen. En toch – als ik kijk naar mijn ouders dan zie ik iets anders. Mijn moeder is altijd bezig met afvallen, mijn vader sport zich het leplazerus, maar blijft een flinke buik houden. Zelf sport ik nooit en let ik niet op wat ik eet – en toch blijf ik goed op gewicht. Ik zou best lokaal hier en daar wat kwijt willen raken, maar die rondingen kwamen door twee zwangerschappen.
Over het geheim van dunne mensen zijn talloze boeken geschreven, en ik herken daar een aantal principes uit waar ik me op natuurlijke wijze aan houd, en sommigen heb ik mezelf aangeleerd. Het is natuurlijk geen wondermiddel, want de basis blijft: wat erin komt (calorieën) moet er ook weer uit (calorieën), maar desem tips kunnen zorgen voor al die kleine beetjes bij elkaar die het verschil maken. Ze kosten mij in ieder geval geen enkele moeite. It’s all in the mind…

  1. Mijn geheim #1: Niet bang zijn voor honger
    Mijn schoonmoeder is eens 15 kilo afgevallen. Ik vroeg haar wat haar belangrijkste tip was. Ze antwoordde: niet bang zijn voor honger. Sindsdien laat ik het hongergevoel over me heen komen. Als het nog geen tijd is om te eten, aanvaard ik het gevoel in de wetenschap dat ik straks heus wel iets te eten zal hebben. (En anders zie #2!)
  2. Mijn geheim #2: Appeltjes
    Ik heb altijd een schaal appels in de buurt staan. Ik ga niet zo ver als Máxima die soms van haar diëtist de hele dag alleen maar appels mag eten. Nee, ik gebruik appels om mijn eetlust te remmen. als ik aan het lunchen ben op kantoor, lekker d hele tafel gedekt, dan zou ik na twee boterhammen het liefst willen afsluiten met een cracker met hagelslag en daarna nog een. Dat mag ik ook van mezelf, maar als ik eerst een appel neem, is die behoefte vaak weer weg.
    Hetzelfde geldt voor hongerimpulsen bijvoorbeeld aan het einde van de dag vlak voor je gaat koken: dan mag ik iets hartigs eten, maa im begin met een appel. In 90 procent van de gevallen is de behoefte  dan weg.
  3. Mijn geheim #3: Niet moeilijk doen over tussendoortjes
    Als de appeltruc niet werkt, eet dan gewoon een lichte cracker. Je hoeft echt geen honger te hebben.
  4. Mijn geheim #4: Altijd degene zijn die opstaat
    Gaat de bel op het werk? Kookt het water? Ontbreekt er iets op tafel? Dan sta ik altijd op. Tijdens de lunch ben ik zo voortdurend in beweging, waardoor mijn eten langer kan zakken en mijn gevoel van verzadiging kan gaan werken.
  5. Mijn geheim #5: Overdag veel afspraken hebben
    Ik fiets te hele dag de stad door naar afspraken. En als ik een dag veel stilzit op kantoor dan zorg ik ervoor dat ik de boodschappen doe, of even naar het postkantoor ga. Nooit een hele dag beweging loos achter een bureau zitten!
  6. Mijn geheim #6: Nooit de auto
    Een vriendin van mijn was redelijk op gewicht . Ze reisde al jarenlang met trein naar haar werk, daarna moest ze een stukje lopen. Tot ze een nieuwe baan kreeg waar geen station in de buurt was. Ze nam elke dag de auto en in no time was ze kilo’s aangekomen. Toen moest ze opeens ’s avonds naar de sportschool. Ik heb ervan geleerd dat ik de auto zo veel mogelijk laat staan en de trein neem – kan je onderweg nog lekker lezen of werken ook.
  7. Mijn geheim #7: Elke dag boodschappen doen
    Het is natuurlijk reuze handig om lekker op zaterdag de boodschappen voor de hele week te doen. En stiekem zou ik dat best willen. Ik kan alleen niet zo goed vooruit plannen. En dus doe ik het dagelijks. Ik fiets uit mijn werk naar huis, zet mijn fiets thuis en loop nog even naar de supermarkt. Daar zit zo weer een half uur lichaamsbeweging aan vast.
  8. Mijn geheim #8: Nooit iets lekkers in huis hebben
    Deze is voor mij erg makkelijk, want mijn man vreet alles wat zoet is ’s avonds op en anders de kinderen wel de dag erop. Maar als je het niet in huis hebt, kan je het ook niet eten.
  9. Mijn  geheim #9: Vroeg naar bed
    Vreetaanvallen schijnen mensen vooral rond 10 uur ’s avonds te hebben. Maar dan lig ik al in bed. Niet om te slapen, maar lekker met de laptop in bed. Tanden gepoetst, kop thee erbij. De stap om dan nog te gaan snaaien is dan wel erg groot.
  10. Mijn geheim #10: Nooit frisdrank
    Ik drink nooit frisdrank. Alleen water, thee en koffie (en wijn), maar dan altijd zonder suiker en zonder melk. Nul calorieën dus. Ik geloof ook niet in frisdranken zonder suiker, het geeft mij een slecht gevoel om iets waar suiker in hoort te drinken zonder suiker. Na een dag suikerloos drinken, mag ik ’s avonds van mezelf wel een wijntje, al is dat natuurlijk een persoonlijke keuze.
  11. Mijn geheim #11: Altijd groente als basis voor je maaltijd
    Vlees en zeker vis zijn natuurlijk prima. Maar als je als uitgangspunt begint met de groente, bouw je de maaltijd opeens heel anders op. Ik begin met: aubergine. Of spinazie. En bouw van daaruit de maaltijd op. Een lekker spinazieprutje bijvoorbeeld, met ui en tomaat en Indiase kruiden. Veel meer dan een schepje rijst heb je dan niet meer nodig.
  12. Mijn geheim #12: Schep eerst een berg groente op
    Als je een bord opschept, begin iedereen met de rijst of pasta en dan pas komt de saus. Draai de verhoudingen om: begin met een goede berg groente en schuif er dan wat koolhydraten bij. Een stuk vis of een worstje als aanvulling kan dan natuurlijk prima, als je de verhouding maar omdraait.
Geschreven door

Journalist, online ondernemer en mede-oprichter van Snippet Media. Heeft zichzelf al meerdere malen opnieuw uitgevonden in werk, de liefde en het leven.