Waarom ik het moederschap als een isolement ervaar (en me daar dan weer voor schaam)

Het moederschap wordt altijd geportretteerd als iets geweldigs, bijna als een soort ultieme invulling van het leven. Maar wat als je dat zelf niet zo voelt? Sterker nog: als je het als iets beperkends ervaart? Vala heeft drie kinderen, waar ze uiteraard heel veel van houdt. Maar die haar voor haar gevoel ook gevangen houden. En blijkbaar is ze de enige die dat zo ervaart. Of niet?

Onlangs vertelde mijn man dat hij binnenkort misschien met enige regelmaat moet gaan reizen voor zijn werk. Dat hij dan dus soms bijvoorbeeld een paar dagen in Italië zal zitten. Wat betekent dat ik met enige regelmaat in mijn eentje ons gezin draaiende moet houden. Terwijl hij in zijn Valentino maatpak scroppino’s kan gaan zitten drinken op een terras in Milaan. Onzin natuurlijk, want we weten allemaal dat een zakenreis vooral betekent dat je in troosteloze conferentiehotels de hele dag naar PowerPoint presentaties kan gaan zitten kijken. Maar ik was stikjaloers. Vies jaloers. Omdat hij er dan dus even aan kon ontsnappen. Aan de kinderen. There, I said it. Niet fraai misschien, maar de truth is nou eenmaal niet zelden ugly.

Ik ben moeder van drie hele lieve, mooie, bijzondere kinderen. Daar ben ik dankbaar voor en ja, ik ben heel bewust moeder geworden. Maar ik vind het moeilijk. Zwaar. Frustrerend. Niet altijd, maar wel met zekere regelmaat. Want heb je eenmaal een kind, dan heb je levenslang. Dat klinkt vreselijk, ik weet het, maar zo voelt het wel. Alsof ik in een doosje zit en de deksel niet meer open krijg. Geen lucht meer krijg. Je kunt er namelijk niet uit stappen, uit het ouderschap. Maar vooral: uit het moederschap. Je kunt niet even op de pauzeknop drukken, nee, als moeder ben je altijd ‘aan’. Terwijl ik soms zo graag even ‘uit’ zou willen zijn. Wordt een vrouw moeder, dan gaat haar leven zich opeens heel strak om haar heen sluiten. Als een cocon, een soort keurslijf. Ik zie het niet alleen bij mezelf, maar ook bij de vrouwen om mij heen. Met het moederschap, verdwijnt ook hun vrijheid en de spontaniteit. De vaders, die blijven reizen, de kroeg in gaan en weekendjes weg gaan met hun vriendengroep. Maar de moeders blijven thuis. Alleen ben ik blijkbaar de enige die daar moeite mee heeft.

Althans zo lijkt het. Of de enige moeder die haar leven niet wil laten definiëren door haar moeder-zijn. Ja, ik heb kinderen, maar op de spaarzame momenten dat het kan, probeer ik me aan ze te ontworstelen. En dat dat vaak niet lukt, gewoon niet kan, frustreert me mateloos. Omdat ik mij geïsoleerd voel door dat moederschap. Me soms de gevangene voel van mijn eigen kinderen. Ik schaam mij daarvoor, omdat andere vrouwen blijkbaar wel vrede kunnen hebben met de beperkingen die hen door hun kroost worden opgelegd en ik niet. Maar ik kan nou eenmaal niet ontkennen dat dit is wat ik voel. Na zes jaar moederschap, kan ik niet anders dan voor mezelf toegeven dat ik eigenlijk van nature geen moedermateriaal ben. Dat wil niet zeggen dat ik geen goede moeder ben. Dat ben ik namelijk wel. Ik houd zielsveel van mijn kinderen, doe alles wat in mijn macht ligt om ze te geven wat ze nodig hebben en zou ze, geheel volgens het moeder-cliché, echt nooit meer willen missen. Maar het moederschap an sich, dat past mij niet zoals het blijkbaar alle andere vrouwen als gegoten zit.

Ik raak geïrriteerd van het constante beroep dat er op me wordt gedaan, door drie van die kleine mensen die aan de lopende band van alles nodig hebben. Ik word gek van de constante fysieke eisen die er aan mij worden gesteld door een kleuter die wil stoeien, een peuter die op schoot wil en een baby die uren in een draagdoek tegen mijn borst aan hangt. Alsof mijn lichaam niet meer van mij is. En dan is er nog het geklets, gehuil, geschreeuw, gezang en gezeur, kortom, het nimmer aflatende geluid dat kinderen produceren. Nooit stilte, nooit je eigen gedachten meer kunnen horen, in de verte kunnen staren met alleen het zachte ruisen van je eigen hersenspinsels in je hoofd. Toen ik, na drie jaar moederen, voor het allereerst weer een paar uur helemaal alleen was, omdat mijn kinderen naar de opvang waren en ik opeens de stilte weer kon horen, heb ik eventjes gehuild. Van opluchting en bevrijding. Ja, mijn kinderen hebben me absoluut verrijkt. Maar ze hebben me mijn lichaam, mijn geest, mijn leven, op een bepaalde manier ook afgepakt.

Had ik misschien nooit kinderen moeten krijgen? Dat vraag ik me weleens af. Misschien ben ik gewoon te egoïstisch om moeder te zijn. Of zijn er meer vrouwen zoals ik, die soms met hun moederziel onder hun arm lopen? Want ik vind het moeilijk te geloven dat ik de enige ben die zich soms zo voelt. Dat zou namelijk betekenen dat ik een soort monster, of op z’n minst gek ben. Wat op zich een verontrustende conclusie is om over jezelf te moeten trekken. Maar ik heb dan ook nooit gesnapt dat moeder-frustratie en moeder-liefde blijkbaar niet naast elkaar kunnen bestaan. Dat het één niet los van het ander gezien kan worden en dat je gelijk een slechte moeder bent als je toegeeft dat je nou eenmaal niet perfect gecast bent voor die rol. Toch sta ik gewoon weer iedere dag op die planken, in mijn kostuum dat dus helaas niet precies voor mij op maat gemaakt is. Misschien groei ik er uiteindelijk toch nog helemaal in, net zoals de perfecte spijkerbroek zich op den duur ook naar jouw lichaam vormt. Daar vertrouw ik dan maar op. Het is passen en meten, dat moederschap, maar er komt een moment dat het me als gegoten zit.

Lees ook: Helicopterouders, ga eens landen! De kindertijd is overrated.

Geschreven door