Hoe een onbekende vrouw met een roos me leerde om meer te lachen

Het is een cliché, maar desondanks wel waar: we nemen het allemaal veel te makkelijk voor lief. Wat precies? Nou ja, het leven. We staan veel te weinig stil bij hoe mooi het is en wat we hebben. Daar werd Vala onlangs door een volslagen vreemde op gewezen.

Het was een druilerige maandag. Zo’n dag die typerend is voor januari: grijs, grauw, guur. Zo’n dag waarop alles stom is, ook al is er helemaal niks stoms gebeurd. Maar die je gewoon al chagrijnig maakt als je ’s ochtends de eerste blik naar buiten werpt. Ik werkte thuis en had dientengevolge een typisch januarihumeur. Wat alleen nog maar erger werd toen mijn anderhalf jaar oude dochter koortsig en met de zoveelste krentenbaarduitbraak uit bed kwam en ik me dus genoodzaakt zag om door de miezerregen en de ijzige wind naar de apotheek te gaan voor een zalfje. Onderweg, met een jengelend kind in de wandelwagen en de regen striemend in mijn gezicht, daalde mijn humeur helemáál tot onder het vriespunt. Een ziekig kind, deadlines hijgend in mijn nek, drie manden met was die op zolder stonden te wachten en niks anders dan nog meer grijze, grauwe winterdagen in het vooruitzicht. Fuck my life, dacht ik dus toen ik met een antibioticacrème de apotheek weer uit kwam. En toen stond er opeens een vrouw voor me. Een vrouw die ik niet kende. Een vrouw met een grote lach op haar gezicht en een bos roze rozen.

“Mag ik je deze roos aanbieden?” vroeg ze en stak me direct een bloem toe. Verwilderd keek ik om me heen. Het winkelcentrum was verlaten en stak treurig grauw af tegen het felle roze van de roos. “Ik…eh…ja hoor” stamelde ik en liet me de roos in mijn handen drukken, waarna ik onwillekeurig een lach over mijn gezicht voelde trekken. “Maar, waarom eigenlijk?” vroeg ik haar toen en haar antwoord resoneert nu nog altijd in mijn hoofd. “Dáárom,” zei ze en wees op mijn gezicht, “om die glimlach.” En legde toen heel even kort haar hand op mijn arm, waarna ze zich omdraaide en wegliep. Verwonderd bleef ik staan, midden in de regen, in het winkelcentrum, samen met mijn geïnfecteerde, korstige dochter, op die grauwe januarimorgen. En een glimlach op mijn gezicht. Een glimlach die plotseling in mijn gezicht gegroefd leek en iedere keer als ik naar de roze roos keek een beetje groter werd. Omdat de onbekende vrouw natuurlijk gelijk had: we zouden veel meer moeten lachen. Want het leven, dat is dus best wel leuk.

Natuurlijk, je kunt niet altijd huppelend door het leven gaan. Maar als we eerlijk zijn: altijd is nog wat anders dan nooit. En hoe vaak gaan we nou wél huppelend door het leven? Bijna nooit dus. Omdat we er eigenlijk vrijwel niet bij stilstaan dat dat leven dus inderdaad best wel een heel grote glimlach waard is. Als ik op een gemiddelde dag eens om me heen kijk, zie ik maar bar weinig mensen met een glimlach op hun gezicht. We bewegen ons allemaal door het leven met diezelfde stuurse blik. Die blik op oneindig, zonder echt iets te zien. Met in gedachten al die dingen die we moeten doen, alle zorgen die we hebben en vooral ook: alles waar we níet blij mee zijn. We glimlachen zo weinig dat we stomverbaasd zijn als er eens iemand naar ons lacht. Dan vragen we ons af ‘waarom’, zoals ook ik deed bij de vrouw die mij de roos gaf. Terwijl dat eigenlijk best een beetje raar is. Want zou dat eigenlijk niet gewoon normaal moeten zijn, dat we naar elkaar lachen? Naar het leven lachen? Simpelweg omdat we vaak meer hebben om blij mee, dan ontevreden over te zijn? Ik wel in ieder geval.

Onderweg naar huis keek ik naar mijn roos en dacht aan alles wat mij blij maakt in het leven. Zoals bijvoorbeeld mijn werk, dat me weliswaar deadlines, maar ook heel veel voldoening geeft. En mijn dochter met haar op dit moment weliswaar enigszins ranzig uitziende, maar wel oh zo lieve gezicht. Mijn andere twee kinderen, die me veel zorgen geven, maar ook ongelooflijk trots maken. Die drie manden met was op zolder waar al die leuke nieuwe kleren die ik laatst gekocht had in zitten. En de Nederlandse januarikou, die een goed excuus is om iedere middag warme chocolademelk met slagroom te drinken. Allemaal dingen die een hele dikke glimlach waard zijn en die zelfs de grauwste dag nog kleur geven. Net zoals die mooie roze roos, die nu in een vaasje op mijn keukentafel staat. En die me er weer even heel goed aan herinnert dat ik meer zou moeten lachen. Omdat het leven mooi is. Ook op de allerlelijkste dagen in januari.

Lees ook: Waarom succesvolle mensen de pomodorotechniek gebruiken.

Geschreven door