Hoe Miriam een antirooknazi werd

Miriam had een geweldig plan. Ze zou stoppen met roken, een frisse blos krijgen en NIET zo’n irritante ex-roker worden die wild met haar armen gaat zwaaien als iemand een sigaret opsteekt.

Ik wilde niet zo’n ik ga stoppen met roken, houd rekening met mij-mens worden. Ik zou gewoon de laatste dag van september mijn laatste peuk roken en nooit meer roken of erover praten. Ik zou van de ene op de andere dag zo’n leuk niet rokend, lekker ruikend mens worden. Met zo’n frisse blos en zo’n gelukkig hoofd.

Zo’n type dat tussen rokers staat met een colaatje in de hand.
Zo’n type dat anderen aanmoedigt te roken in mijn bijzijn: ‘Steek lekker op joh.’
Zo’n type dat snuift: ‘Oh heerlijk, die geur van Marlboro!’
Zo’n type dat alle begrip heeft voor losers rokers. ‘Rook lekker door, joh. Je kunt pas stoppen als jij daar zelf aan toe bent.’
Zo’n type.
Dat was mijn plan.

Na twee dagen niet roken begon ik ineens weer te ruiken. Ik rook dat mijn houten tafel echt naar hout rook. Dat mijn afwasborstel stonk. Dat andere mensen hadden gerookt. Dat ze zich niet proper hadden gewassen. Dat al mijn kleren naar rook stonken. Dat mijn haar stonk naar haar. Dat mensen verkouden waren. Dat mijn dekbed stonk naar slaap. Die kakofonie aan geuren veroorzaakten een ongelooflijke migraine. Dit sloeg alles. Hoofdpijn x duizend.

 

 

Na drie dagen ontdekte ik dat alles lekkerder smaakt. Ananas! Kaneelstaafjes! Gebakken aardappelen met ketchup! De oude houten kast van de oma van JP! Klein likje hier, klein likje daar. Heerlijk. Ik likte zelfs aan aan mijn nieuwe laarzen – een fantastische smaakbeleving.  Wat raar dat ik daar nou nooit iemand over had gehoord.  Ik begreep ineens waarom kleine kinderen alles in hun mondjes stoppen. Alleen die dreinende hoofdpijn. Waar ik ook aan likte, de hoofdpijn bleef.

Na vijf dagen ontdekte ik dat de hele wereld verrot is. Dat de hele wereld er veel leuker uit zou zien als niemand ooit nog zou roken. Dat Trump wel een roker moest zijn. En Kim Jong-Un óók. Dat de hele wereld wordt gedomineerd door de tabaksindustrie. Woedend ging ik met barstende koppijn naar bed.

Op dag zes viel het mij op dat ik best wel een rotleven had. Ik wilde als ex-roker een nieuw leven beginnen. Zonder huis/verloofde/kinderen. Ik zou zo’n nomade worden met een laptop en een Volkswagenbusje. Zonder bagage. Nicotinevrij. Ik zou mezelf ontdekken. Mijn haar grijs laten worden. De mooiste dingen schrijven. Nobel- en Pulitzerprijzen winnen. Uitgeput van bedenken wat ik de komende dertig jaar allemaal zou doen viel ik met knallende koppijn in slaap.

Nu ik dit schrijf ben ik al zeven dagen (een wéék) gestopt met roken. Moeilijk? Nee. Echt niet. Ik voel me goed. Elke dag als ik wakker word denk ik: yes, weer een dag niet gerookt. Bij elke handeling die ik pleeg, zoek ik onbewust een peuk. Koffie? Zoekt naar peuk. Gegeten? Zoekt naar peuk. Naar de wc geweest? Zoekt naar peuk. Thuiskomen? Zoekt naar peuk. Hoezo moet ik roken? Het idee dat ik niet meer afhankelijk ben van die rare gewoonte komt steeds dichterbij.

Eén puntje:  ik ga zo’n irritante antiroker worden.
Zo’n type dat tegen andere rokers zegt: weet je wel dat roken heel erg slecht is? (die zijn het allerergst en zo ga ik dus worden).
Zo’n type dat roept dat roken verboden moet worden. Overal. Op terrassen, in parken, op straat, in  je eigen tuin.
Zo’n type dat het liefst bekeuringen uitdeelt aan rokers omdat ze de maatschappij verzieken.
Zo’n type dat gatver je stinkt zegt tegen een roker.
Zo’n type dat wild met haar armen zwaait als een roker naast haar staat.
Zo’n type dat vol meelij staart naar mensen die wel roken.

Zo’n antirook-nazi. Zo’n verschrikkelijke ex-roker met een frisse blos die óók nog eens aan vreemde voorwerpen likt. En de hele dag googelt op Volkswagenbusjes. Mijn hele plan om een leuke niet roker te worden ligt na slechts één week finaal aan diggelen.

Maar ik rook niet.

Lees ook: Waarom je meteen moet stoppen met het checken van je mail na werktijd

(Beeld: iStock)

Geschreven door