Hoe overleeft je relatie het ergste wat je kan overkomen? Tips van een ervaringsdeskundige

Vraag ouders wat het ergste is wat hen kan overkomen en je weet zeker dat ze zullen antwoorden: een kind verliezen. Laura en Casper verloren niet één, maar twee kindjes, Lennard en Simon, én de hoop op een gezinsleven. Ik had je gedacht mijn kind vertelt aan de hand van hun dagboekfragmenten het verhaal dat bijna te pijnlijk is om te lezen.

Bij het lezen van dit boek (en ga het lezen, want het is in al zijn droefheid zó prachtig en liefdevol geschreven!) zijn er twee vragen die maar blijven bovenkomen: hoeveel ellende kan een mens aan? En hoe voorkom je in een lange periode van zoveel verdriet dat je relatie er niet aan onderdoor gaat?

Over Ik had je gedacht mijn kind
Casper en Laura komen in 2004 in een emotionele achtbaan terecht die jarenlang duurt. Een heel normale zwangerschap eindigt dan in een acute keizersnee en de hals-over-kop-geboorte van Lennard van Koppenhagen. Vader Casper, in het dagelijks leven revalidatiearts, ziet met zijn doktersblik meteen dat zijn zoontje enkele afwijkingen heeft, maar zijn vaderhart jubelt het uit van trots.
De uren en dagen daarop leven Casper en Laura tussen hoop en vrees, waarbij de hoop steeds meer vervlogen raakt. Na een week intensief afscheid nemen, moeten ze Lennard loslaten.

Net bekomen van dit verlies, blijkt Laura opnieuw zwanger. Als tijdens de  zwangerschap blijkt dat dit jongetje Simon hetzelfde syndroom heeft als z’n broertje, wordt hij na 22 weken geboren om kort daarna te overlijden. In de jaren daarop doen Casper en Laura pogingen via een ingewikkeld IVF programma (Pre implantatie Genetische Diagnostiek) zwanger te worden. Tevergeefs… Opnieuw moeten ze afscheid nemen, nu van het idee dat ze ooit toch een gezin met opgroeiende kinderen zullen vormen.

Elf jaar na de geboorte van Lennard, verschijnt hun boek. Casper: “Meteen vanaf het begin voelden we: we moeten vasthouden wat hier gebeurt. We moeten dit opschrijven. Dat hadden we allebei en het werd ons ook aangeraden.”
Wat niet wil zeggen dat er ook automatisch een boek van kwam. Casper was daar al snel aan toe, maar Laura niet. Eind 2005 schrijft Laura: Casper vraagt me of ik zijn manuscript wil lezen, hij wil ons verhaal graag uitbrengen. Heb gezegd dat het nog niet kan uitkomen, mijn verhaal is nog niet af.
Casper: “We hebben echt strijd gevoerd over het manuscript. Ik begreep niet waarom Laura er zo lang mee wachtte om alles weer door te lezen. Maar het was voor haar niet te doen om eraan te werken. Dat snapte ik pas toen ik haar manuscript ging bewerken. Het deed gewoon te veel pijn.”

Het geeft weer hoe verschillend je met verdriet, rouw en verwerking kunt omgaan en hoe makkelijk het zou kunnen zijn uit elkaar te groeien. Waarom gebeurde dat toch niet? Wat was het geheim van hun relatie?
Casper: “Laten we voorop stellen dat het bij ons ook niet vierentwintig uur per dag rozengeur en maneschijn is. Ik heb meerdere malen ervaren dat de rek uit mijn bestaan was en dat ik bij wijze van spreken makkelijk als clochard kon eindigen op een bankje in het park. Die somberheid is enorm destructief. Daarin kun je alles kwijtraken. Het voordeel van Laura en mij is dat we allebei een gezonde bovenkamer hebben en uit een stabiel nest komen. Dat is echt een heel groot voordeel. Dat neemt niet weg dat het soms heel hard werken was. Ook hard wíllen werken, voor jezelf, voor elkaar.”

Toch vonden Casper en Laura handvatten om aan vast te grijpen in tijden dat de bodem onder hun bestaan leek te worden weggeslagen. Dat maakt dat Ik had je gedacht mijn kind óók een ode aan de liefde is. En de handvatten waaraan Laura en Casper zich vastgrepen, zijn misschien wel universeel voor alle relaties die grote tegenslagen krijgen te verwerken:

Accepteer dat je elkaar niet begrijpt
Verdriet verwerkt iedereen op zijn of haar manier. Juist door onbegrip daarover kun je uit elkaar groeien. Maar wie accepteert dat hij de ander niet begrijpt, en dat dat ook niet altijd nodig is, accepteert de ander zoals hij is.
Casper: “Duurt dat niet-begrijpen te lang, zoek elkaar op en probeer erachter te komen waarom de ander doet zoals hij doet.”

Accepteer dat je in verschillende fasen zit
Er zijn verschillende rouwfasen, waar je kriskras doorheen kunt gaan. De een is boos, terwijl de ander intens in de put zit. Dat kan onbegrip opleveren, als je de ander daarin niet in zijn waarde laat.
Casper: “De essentie van pijn is hetzelfde, maar ze uit zich soms anders. Wees je daar bewust van.”

Steun de ander bij een terugslag
Verdriet hoeft geen constante factor te zijn. Het kan je soms ineens aanvliegen. Dat is niet verontrustend of erg. Juist op die momenten kan de ander, die even sterker in z’n schoenen staat, steun bieden.
Casper: “We zijn niet jaren achter elkaar alleen maar verdrietig geweest. En soms Laura wel en ik minder, of andersom. Op die momenten konden we elkaar steunen als we maar accepteerden dat het even wat slechter met de ander ging.”

Geef de ander de vrijheid
Wat iemand nodig heeft om het verwerkingsproces te doorlopen, is voor iedereen anders. Gun iemand de vrijheid zijn eigen proces te doorlopen, ook al doet hij/zij daarin onbegrijpelijk dingen.
Casper: “Door te accepteren dat sommige dingen blijkbaar nodig zijn, geef je de ander vertrouwen.”

Zoek hulp
Als je er samen niet uitkomt, zoek dan hulp om met elkaar in gesprek te blijven.
Casper: “En als de ander professionele hulp zoekt, schuif daar dan bij tijd en wijle bij aan voor de aansluiting, zodat je weet waar de ander staat in zijn of haar proces.”

Uit het voorwoord van Ik had je gedacht:
“Samen staan we nog fier overeind bij het uitkomen van dit boek. We leven ons leven met passie en vrolijkheid, hebben een rijke sociale kring om ons heen, inclusief vele kinderen. We hebben zinvulling verkregen in ons werk en door te zijn wie we zijn. Laura en ik leven samen, dat vooral. En daar is niets vanzelfsprekends aan.’

Ik had je gedacht mijn kind, Laura en Casper van Koppenhagen, € 17,95 Klapwijk & Keijsers Uitgevers Bestel het hier.

Geschreven door