Zevenenveertig en een half jaar van mijn leven wist Miriam niet anders dan dat hoe ze zich voelde, hoe haar gedachtegang was, normáál was. Totdat ze Ritalin innam.

Anderhalf jaar geleden werd een vriendin van mij gediagnosticeerd door een psychiater. Het verdict luidde: manisch depressief. Ze kreeg medicatie voorgeschreven, waaronder Ritalin, en ze vertelde mij hoe heerlijk rustig zij daar van werd. Impulsief als ik ben, of beter gezegd ‘was’, vroeg ik haar om een pilletje. Ik was benieuwd welk effect dat op mij zou hebben. Twee keer in mijn leven kwam ik op de divan van een psychiater terecht omdat het niet helemaal lekker liep in mijn hoofd. Twee keer ben ik uitgebreid getest en beide keren kwam er niets verontrustends uit. Een hele lichte bijna verwaarloosbare vorm van borderline, wellicht een vleugje autisme? De psychiater vond het absoluut onnodig om mij medicatie voor te schrijven. ‘U functioneert prima zonder pillen’. Beide keren werd ik gerust gesteld dat ik geen aantoonbare aandoening had en stond ik weer op straat.

Natuurlijk was ik opgelucht maar ergens in mijn achterhoofd wist ik dat er iets niet klopte. Ooit nam ik speed op een feestje. En waar anderen daar ’hard’ op gingen? Ik wilde alleen maar slapen. XTC. Zelfde verhaal. Het effect dat het op mij had stond haaks op het effect dat het had op de mensen om mij heen. Waar anderen wat vrolijker werden en enorme behoefte kregen om heel erg te knuffelen? Ik wilde met rust gelaten worden en slapen. Het had wel één fantastische bijwerking. Waar anderen op maandagochtend brakker dan brak waren na het nuttigen ervan op zaterdagavond? Ik werd er euforisch van. Althans. Zo vóelde dat. Nu, achteraf gezien, werd er iets in mijn hoofd ge-reset waardoor ik heel erg rustig en alles voor mij overzichtelijker werd.

Mij vriendin overhandigde mij een Ritalinnetje en vroeg mij haar ervan op de hoogte te houden wanneer ik het in zou nemen. Ze was benieuwd wat er zou gebeuren. Ik ook. Een dag later stond ik op. Ik deed de dingen die ik normaal altijd doe. Ik at wat. Dronk wat. En nam die pil in. Er gebeurde niets. Ik haalde mijn schouders op. Ook prima. Wist ik dat ook weer. En ik ging weer verder met datgene waar ik mee bezig was. Ik hoorde de bel van de wasmachine. Ik stond rustig op. Liep naar de badkamer. Deed de wasmachine open. Haalde de natte was eruit. Deed deze in een wasmand. Liep naar de kamer waar het droogrek staat. Hing de natte was op. Liep terug naar de badkamer. Pakte zorgvuldig wat kledingstukken uit de wasmand die kort gewassen moesten worden. Stopte deze in de wasmachine. Deed zeep in het daarvoor bestemde bakje. Draaide de knop om naar ‘kort wassen’. En zette de machine aan. Vervolgens liep ik terug naar mijn computer en tikte verder aan mijn stukje.

En toen zat ik ineens met grote ogen naar mijn beeldscherm te staren. Had ik, Miriam Mars nou gewoon de wasmachine gehoord en had ik daar op gereageerd? Had ik nou stap voor stap datgene gedaan wat elk normaal mens zou doen? Had ik dat nou werkelijk gedaan zonder dat ik het gevoel had dat ik teveel prikkels binnen kreeg? En? Waarom voelde ik me zo rustig? Waarom maakte ik mij altijd zo drúk om van die kleine dingen? Zouden ‘normale’ mensen zich altijd zo voelen? Wat was dit een fijn gevoel! Ik kon ineens hoofd- van bijzaken onderscheiden. Ik had geen last van de geluiden op straat. Ik zat niet dit te doen terwijl ik in mijn hoofd iets anders aan het doen was. Ik had Rust in mijn hoofd.

Binnen één week had ik een afspraak met dezelfde psychiater als mijn vriendin. Vanwege mijn leeftijd, mijn vorige diagnoses en met mijn uitleg over mijn ervaring met speed en XTC schreef zij mij Ritalin voor. Een kwartier later stond ik al buiten. Het enige wat ze wilde was dat ik haar de komende maand zou mailen over mijn ervaringen met Ritalin.

Al snel merkte ik dat ik het niet altijd even prettig vond om zoveel rust te hebben. Niet dat ik er apathisch van werd, ik werd er ànders van. Ik miste mijzelf regelmatig. De chaos in mijn hoofd. Dat ik normaal soms zeven dingen tegelijkertijd deed waarvan ik er zes afraffelde en één perfect tot uitvoer wist te brengen bijvoorbeeld. Ik werd er zo gemiddeld van. Ja. Ik deed alles wat ik wilde doen op één dag. En ja. Het was ok. Maar niets wat ik deed was ‘volmaakt’. Ook opdrachtgevers merkten dat er iets aan de hand was. Ze waren heus wel tevreden maar elke keer voelde ik een ‘maar…?’

Ik besloot, in overleg met mijn psychiater, te stoppen met Ritalin om te kijken welk effect dat had. Ik werd mezelf weer. Met één groot verschil. Samen met mijn psychiater besloot ik dat ik alleen maar Ritalin zou slikken als ik voelde dat ik ‘overliep’. Ik kreeg toestemming om op de dagen dat het werkelijk één grote chaos in mijn hoofd was een pilletje te slikken. Waar anderen elke dag dezelfde dosis moeten nemen, gebruik ik Ritalin dus eigenlijk als een drug. Niet als medicijn. Als ik merk dat ik enorm wispelturig ben, grenzen op ga lopen zoeken, mijn impulsiviteit bijna niet meer kan bedwingen dan neem ik dus een pilletje.

Sinds anderhalf jaar ben ik eindelijk in balans. En tja. Dat daar af en toe wat medicatie voor nodig is? Ik heb daar vrede mee. Alleen heel af en toe vind ik het jammer dat het zevenenveertig en een half jaar heeft moeten duren.

Lees ook: Als je een hypochonder bent (en Dr Google het alleen maar erger maakt)

(Beeld: iStock)

Geschreven door