Je vaste baan opzeggen: durf jij het?

Stel: je hebt een vette vaste baan met een dik salaris, maar diep van binnen knaagt steeds dat stemmetje dat je iets anders met je leven moet gaan doen. Geef je er gehoor aan of niet? Mirjam deed het en waagde de grote sprong.

Ik weet het moment nog goed. Mijn vriend reed me naar mijn werk nadat we net een fijne vakantie hadden gehad. Eenmaal gearriveerd, stapte ik met buikpijn uit en sleepte mezelf weer met lood in mijn schoenen richting de lift. Werd het niet tijd om iets anders te gaan doen?

Mijn vakantiedagen had ik er al weer voor de rest van het jaar door heen gejast en ik wist zeker dat ik het einde van het jaar niet zou halen zonder een nieuwe break. Ik werkte als itemregisseur voor een populair tv programma en vloog daarvoor de hele wereld over. Dat klinkt leuker dan het in werkelijkheid was. We bleven namelijk nooit lang in die verre oorden. Als het vijf dagen waren, inclusief vliegreis, hadden de cameraman en ik een goeie trip te pakken, zeg maar. Eenmaal daar, moest je je weg zien te vinden in een vreemd land en was het keihard werken geblazen met die jetlag. Soms werd ik ook zonder cameraman op pad gestuurd en was ik verantwoordelijk voor het hele reilen en zeilen, waardoor ik super gestrest raakte. Alleen in de weekenden kon ik een beetje opladen, maar die waren altijd zo om en zelfs dan moest er soms nog wel iets afgemaakt.

Toen mijn schoonzus plotseling overleed, besefte ik dat het genoeg was geweest. Het leven was te kort om in twijfel door te brengen. Ik nam een paar maanden onbetaald verlof om hierover na te denken, maar eigenlijk wist ik het antwoord al: ik wilde niet meer, maar vond het doodeng om die stap te zetten. In de tussentijd praatte ik wat af met vrienden en bekenden, maar eerlijk gezegd hielp dat niet. Wat het wel bracht was een hele hoop verwarring waardoor ik alleen maar verder van mijn eigen gevoel kwam af te staan. Het merendeel van de mensen met wie ik sprak vond dat ik moest blijven natuurlijk. Zo’n salaris zou ik nooit meer gaan verdienen, zeiden ze dan. En een vaste baan? Kon je wel naar fluiten in deze tijd.

Uiteindelijk, na lang wikken en wegen, heb ik de knoop door gehakt en ben vertrokken. Je verkeert dan even een tijdje in niemandsland. Of noem het maar gerust een zwart gat. Soms kreeg ik paniekaanvallen – Wat heb ik gedaan? Ben ik nou helemaal gek geworden? Ik ga nooit meer een baan vinden en dan kan ik de huur niet meer betalen etc. – en zat ik echt thuis op de bank met mijn ziel onder de arm. Ook vond ik het lastig om niet gelijk in het geregel van praktische zaken of andere ongein te schieten, maar in plaats daarvan eindelijk eens proberen een beetje bij te komen. Bovendien wilde ik koffie drinken en hierover kletsen met vrienden, maar die mensen waren natuurlijk allemaal aan het werk.

En er komt inderdaad een dag dat je nog wel eens terug denk aan dat dikke salaris en dat je je afvraagt hoe je het toch voor elkaar kreeg ál dat geld binnen twee weken uit te geven. Vooral als je jezelf terugvindt in een winkel waar je voor een habbekrats meubels staat te verkopen omdat je even helemaal niets meer met de media te maken wil hebben, maar het je wel leuk leek om weer eens collega’s om je heen te hebben. Want bij tijd en wijlen kun je je heel eenzaam gaan voelen en het raar vinden dat die collega’s, waarvan je dacht dat ze eigenlijk meer dan collega’s waren, toch steeds minder gaan bellen en dat je ze op een gegeven moment zelfs helemaal nooit meer spreekt. Ook is het gek om jezelf nog heel lang heel trots te horen te zeggen dat je zo ontzettend lang bij dat ene bedrijf hebt gewerkt, alsof het nog steeds deel van je is, terwijl het dat allang niet meer is, want je wilde toch zelf weg?

En toch zou ik niet meer terug willen. Ik tik dit stukje nu namelijk gewoon thuis in mijn joggingbroek. Alleen dat al is een groot goed: jezelf niet iedere dag weer in één of ander pakje te hoeven hijsen en maar te hopen dat de treinen geen vertraging hebben. Om vervolgens nog even je make-up bij te willen werken in die overvolle coupé en dat die irritante collega ineens bij je komt zitten en dat je werkdag daarmee eigenlijk al begonnen is. Nee, dan echt liever in mijn uppie achter de laptop kruipen elke ochtend. Hier ook geen vergaderingen of gekonkel bij de koffieautomaat. Oké, ook geen uitbundige kerstborrels of eindejaarsbonussen, maar aan het ontbreken van dat laatste raak je al snel gewend en die borrel drink ik wel met vrienden in de kroeg.

Wat heeft het me wel gebracht? Ik ben eindelijk de dingen gaan doen die al jaren op mijn lijstje stonden, maar waar ik nooit aan toekwam door alle drukte. Ik ben gaan schrijven en heb mijn oude liefde radio maken weer opgepakt. Al die nieuwe projecten, die echt uit mijn hart kwamen, brachten me verder dan ik ooit heb durven dromen. Van de ene klus rolde ik in de andere, zogezegd. Ook schreef ik een boek en kwamen er twee kinderen, die ik in alle rust de eerste maanden door kon loodsen aangezien er geen werkgever op me zat te wachten. Ik heb cursussen gedaan en zette samen met mijn, inmiddels man, een bed& breakfast op die nog steeds als een tierelier loopt. En ja, soms moest ik noodgedwongen onder mijn niveau bijbeunen wat best een klap voor het ego was. Maar dat opnieuw uitvinden en tegenkomen van jezelf is een ervaring die ik nu van onschatbare waarde vind. Net als het zelfvertrouwen wat het me uiteindelijk heeft gegeven en het feit dat ik veel meer vanuit van mijn kern leef dan voorheen. En daarmee is mijn vertrek de beste stap ooit geweest.     Dit alles is nu zeven jaar geleden. Soms, heel soms, lonkt het comfort van een vast dienstverband nog en kijk ik ineens weer naar banen. En waar ik in die eerste maanden na mijn vertrek in paniek nog wel kon denken, ‘oh ze willen me vast niet’, denk ik nu als ik de hele trits aan voorwaarden lees: ‘pfff laat maar, ík heb geen zin’. Het is wel best zo. Dit nieuwe leven past gewoon echt veel beter bij me.

Tekst: Mirjam van Biemen

Lees ook: Een pijnlijk ontslag, deel 1: “Je hebt een kort lontje en iedereen vindt dat.”

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).