Lief meisje uit Aleppo. Ik schaam me dood voor deze wereld

In huilen uitbarsten bij het journaal: het overkwam Liesbeth onlangs bij de beelden van een verdwaasd peutermeisje in Aleppo. Tijd dus voor een enorm excuus. Aan een kind dat niet meer kan huilen. Dankzij een oorlog die maar door blijft gaan.

Lief meisje uit Aleppo, lieve Ayah,

Ik zag je op het journaal, en deed iets dat jij al niet meer kan. Ik huilde, en ik weet –hoop- dat ik niet de enige ben geweest. Want daar zat je: zo klein, zo alleen. Met je krullenbol onder het stof en bloed in je gezicht. Met kapotte kleren en een verdwaasde uitdrukking. Je werd aangekondigd met ‘In Aleppo huilen de kinderen niet meer’, en dat was ook aan je te zien. Hoe lief je huilende moeder ook over je wang streelde, jij leek het niet te voelen of te merken. Ik ben bang dat jouw ogen al veel te veel gezien hadden. Dingen die geen mens zou moeten zien, laat staan een kind van amper drie. Maar jij zag het dus wel. En nu kon je niet eens meer huilen. Zo getraumatiseerd dat je niet meer leek te weten hoe dat moest. Het enige dat ik kon doen was in jouw plaats huilen. En dat luchtte niet op.

Lief meisje, je hebt hier helemaal niets aan maar ik wil dat je weet dat ik me dood schaam voor deze wereld. Een wereld waarin we dankzij een smerige oorlog en zoveel angst elke dag opnieuw live en online kunnen toekijken hoe onschuldige mensen, ouderen, kleine kinderen zoals jij, worden ingesloten, opgejaagd, uitgehongerd, gemarteld en gedood. Jij en jouw moeder ontsnapten, maar ik weet niet eens meer of ik dat nu goed of slecht moet vinden. Want waar was jouw vader, waar waren jouw broertjes en zusjes? Waar was je lievelingsknuffel, je warme jas? Had je wel gegeten en waarom lag je eigenlijk niet gewoon veilig in je bedje terwijl je zachtjes in slaap werd gezongen? Wat had je gezien, wat was je aangedaan, hoe kón het dat een kind als jij zo weerloos, gechoqueerd en aangetast was dat je een blik in je ogen had die ook wel de ‘1000-yard-stare’ wordt genoemd, een term die eigenlijk bedoeld is voor getraumatiseerde soldaten? En we daar allemaal naar zaten te kijken?

Ik las op BBC World dat je Ayah heet, dat betekent ‘teken’ in het Arabisch, maar ‘wonder’ of ‘engel’ kunnen geloof ik ook. Daar werd ik stil van, omdat ik me door jouw naam realiseerde dat jouw papa en mama ooit heel blij geweest moeten zijn met jouw geboorte, en dus met jou. Ik probeer me ze voor te stellen: trots, gelukkig, dankbaar. Vanwege hun mooie kleine babymeisje –sommige dingen zijn nu eenmaal universeel in een mensenleven. Geboren in een oorlog, maar dat ze waarschijnlijk heel voorzichtig en blij in hun armen hielden, en voor altijd zouden beschermen.  En nu, nog maar zo kort na dat moment, zit je hier, in een vreemd ziekenhuis terwijl buiten de bommen en geweren afgaan en er volwassen mensen om je heen hard aan het huilen zijn. Met stof in je haar, en de zieligste, hartverscheurendste uitdrukking die ik ooit heb moeten zien op een kindersnoet.

Ik wil dat je weet dat ik me schaam dat ik niets doe, behalve naar jou kijken op het nieuws en huilen. Want ik weet niet wat ik moet doen. Er zijn stille tochten georganiseerd, ik lees de kranten, kijk het journaal en heb al geld voor noodhulp overgemaakt. Maar ik kan dit niet voor je stoppen, want oorlog is zoveel meer groter, viezer en afschuwelijker dan een vrouw in Nederland en een onschuldig kind in Aleppo ooit zullen begrijpen.
Dus schrijf ik je dit, in de hoop dat het toch ergens, via de lucht of energie of hoe je dat ook wilt noemen, misschien, ooit iets uitmaakt. En al maakt het niets uit, toch wens ik je vrede en troost. Veiligheid en liefde. Ik wens je een wereld die eindelijk eens wakker wordt en gaat nadenken, en daarom nooit, nooit, nooit geweld of oorlog als optie kiest. Ik wens je dat mensen met elkaar praten en je over je hoofdje aaien en kinderen als de toekomst zien, inplaats van wat er nu gebeurt. En ook als deze oorlog ooit stopt, hoop ik nog steeds dat je het gaat redden. Er bestaat in mijn land een liedje over kinderen zoals jij, waarin deze zin voorkomt: ‘want al ben je uit de oorlog, gaat de oorlog ooit uit jou?’ Ik wens je daarom toe dat je je familie terug vindt, en alle andere mensen waar je van hield in je kleine leven. Dat je ooit weer zult spelen, naar school gaat, vrolijk kan zijn, een leven op kan bouwen, kind mag zijn. En vooral: dat je wat jou is overkomen kunt leren vergeten, of er in ieder geval mee kunt leven. Kortom: ik wens je alleen maar wonderen toe meisje, ik weet het. Maar ik doe het toch.

Want weet je lieve Ayah, ik heb ook hoop. Zonder hoop zijn mensen niets namelijk, wist je dat? Dus wil ik je vertellen dat, hoe zeldzaam ze ook zijn: wonderen echt bestaan, al moet je ze soms even zoeken. En daar ben jij het bewijs van. Want het was een wonder dat je in leven bleef en werd gefilmd in dat ziekenhuis, zodat wij jou allemaal konden zien. Dat de hele wereld jou nu kent, als symbool voor alle andere kinderen die het nieuws niet haalden, of niet meer leven. Weet dat dat heel belangrijk was, en ik je nooit zal vergeten. Je hebt er nu niets aan, maar ik hoop toch dat het eindelijk iets zal veranderen. Want oorlog is nooit een antwoord, en moet altijd stoppen. En jij liet ons precies zien waarom, jij gaf dat een gezicht.
Dank je wel kleintje, je hebt zonder het te weten iets heel groots gedaan. Moge jij en je moeder vanaf nu beschermd worden, en gezien. En vooral, hoe onwaarschijnlijk het misschien ook klinkt, moge alle wonderen op de wereld je toekomen. En alle andere kinderen in oorlog ook.

Liefs, Liesbeth

PS: Het nieuwsitem met Ayah vind je hier.

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).