Lijdt Esthers ‘normale’ kind onder haar gehandicapte kind?

Esther (51 met leesbril) is moeder van Joris (19 met een verstandelijke beperking) en Sophie (14 en eigenwijs). Ze heeft zelf één zus en vroeger vochten ze heel wat af. Haar eigen kinderen kunnen er soms ook wat van. En extra bijzonder is dat omdat één van de twee ‘anders’ is. Of is dat juist een probleem?

Lees ook: Waarom mag ik niet zeggen dat ik het ouderschap zwaar vind?

“Joris, ik vind je écht stom!”. Mijn dochter Sophie roept het dwars door de kamer en ze kijkt hem woest aan. Even later helpt ze hem als hij zijn schoenen niet kan vinden. “Hier oekeltje”, zegt ze dan liefdevol “Jij kijkt ook écht met je neus hè!” Er is hier een mooi evenwicht. Een wankel evenwicht weliswaar, maar mooi en het klopt

Mijn zus en ik hebben een litteken op ons hoofd. Van vroeger. Ik sloeg haar met een pantoffel. Zo’n ouderwetse pantoffel met zo’n scherp hakje. Ik zie hem nog voor me, hij was roze. En zij sloeg mij terug, nou ja, prikte mij, met een loeischerp potlood op mijn hoofd. Of was het andersom? Ik weet het niet eens meer. De littekens zijn het bewijs. Maar we leenden ook elkaars kleren en sliepen samen op een kamer. We vonden elkaar ‘de stomste zus van de hele wereld’ maar als we verdriet hadden troostten wij elkaar. We hebben ruzie gehad, héél veel ruzie. Maar nu is zij mij allerliefste maatje. Zo gaat dat.

Iemand zei een keer tegen mij:  “Sophie heeft niet gevraagd om een broertje als Joris en ze heeft recht op een volwaardige wijze van groot groeien, zonder ‘de handicap’ van Joris. De aanwezigheid van Joris en de verantwoordelijkheid die ze voor hem voelt, hebben invloed op haar gedrag en haar welzijn. Voor een kind in ontwikkeling is dat een ongewenste situatie.” Ik dacht erover na, maar dit keer kwam ik er niet uit. Sophie heeft inderdaad niet gevraagd om een broer zoals Joris. Ik heb ook nooit gevraagd om een ‘raar kind’. Daar maak ik echt geen geheim van. Maar Sophie is nooit verantwoordelijk voor Joris. Ze is zijn zusje. Ze is het kleine zusje die haar grote broer inhaalt. Dat dan weer wel. Maar dat maakt haar niet verantwoordelijk. Joris gaat puberen en Sophie ook, ze doen het samen en dat botst wel eens. Is dat niet heel logisch? Als er twee kinderen zijn die gezond met de situatie omgaan zijn het Joris en Sophie zelf wel. “Doe eens normaal”, zegt ze woest. En dan kijkt ze mij lachend aan. “Oh nee, dat kan hij niet hè?”, en we grijnzen samen.

Natuurlijk is het lastig. En écht niet altijd even gemakkelijk. Sophie heeft een periode gehad dat ze zich schaamde voor hem. Maar nog lastiger was dat ze zich schaamde juist ómdat ze zich schaamde. En ja, soms neemt ze die verantwoording zelf maar ik geef het haar nooit. En juist dat maakt Sophie zo bijzonder. En volwaardig opgroeien? Wat is dat eigenlijk? Wie bepaalt er wat goed of fout is? Eén ouder gezinnen? Twee vaders? Twee moeders? Er zijn tegenwoordig zoveel varianten. Gaat volwaardig opgroeien alleen maar zonder obstakels? Tsja, dan gaat het hier wel eens mis. Maar als het gaat over veiligheid, stabiliteit en liefde? Dat is hier wel oké. De liefde spat er, tussen het puberen en ruzie maken van af. We zijn eerlijk tegenover elkaar. Ook over de minder leuke dingen. Is dat niet heel volwaardig?

In feite zitten we allemaal vol littekens. Of het nu van een pantoffel is, een potlood of van een gebeurtenis of een herinnering. Of van die hele nare ziekte of van het hebben van een bijzondere broer of zus. Ze horen erbij. Het hoort erbij. En niet altijd alles is een keuze. Het leven maakbaar? Nee. Dat denk ik niet. Het leven komt zoals het komt en daar moeten we mee dealen. Dingen overkomen je namelijk soms ook gewoon. En het gaat uiteindelijk niet om de dingen die ons ‘overkomen’. Ik denk dat het meer gaat om hoe je daarmee omgaat. En dat, dat doen we hier best goed. We hebben evenwicht, een wankel evenwicht, maar dat is oké. En eigenlijk, eigenlijk ben ik er wel uit. “Sophie heeft een práchtige broer die haar mooie kanten van het leven laat zien. Ze groeit op in liefde en leert dat moeilijkheden er zijn om te overwinnen. Ze leert verantwoording nemen voor haar eigen gedrag en niet voor dat van een ander. Door alle liefde en aandacht die ze krijgt ontwikkelt ze zich tot een bijzonder mens. En ja, misschien een beetje anders dan anders. Maar is dát niet juist heel bijzonder?!”

Lees ook: Je gelooft bijna niet dat deze mensen geen familie zijn

Geschreven door