Mag ik alsjeblieft een keer géén mening hebben?!

Het lijkt alsof iedereen tegenwoordig overal een mening over heeft. En dus ook dat iedereen vindt dat je maar overal een mening over moet hebben. Margreet is het zat en heeft voor zichzelf een aantal regels opgesteld.

Lees ook: Iedereen een mening. Maar eh…anders houd je die gewoon lekker voor je

‘Wat is jouw mening over het vluchtelingenprobleem?’ Het wordt me gevraagd in een verhitte discussie in een groep mensen. Ik heb me tot die tijd zitten afvragen hoe het kan dat deze mensen over een onderwerp waarmee ze geen van allen direct in hun dagelijks leven te maken hebben, zoveel weten en zo’n duidelijke mening hebben. Hoe kan het toch dat in een halfuur tijd vol verve ultieme (en tegengestelde) oplossingen worden gegeven voor problemen die de wereldpolitiek boven de pet gaan? Hoe kan het toch dat deze mensen zoveel van ‘de materie’ weten om er zo overtuigend over te praten? En waarom voel ik me toch een beetje dom en laf als ik zeg dat ik het ‘eigenlijk niet weet’?

Maar werkelijk… Het vluchtelingenprobleem… Hoe moet ik van een dergelijk complex onderwerp iets genuanceerds vinden? Dat kan toch helemaal niet? Niet omdat ik er geen gedachten over heb. Maar waarop moet ik m’n mening baseren? Op de nieuwsberichten die we voorgeschoteld krijgen en die maar al te vaak ook een mening zijn in plaats van de harde feiten? Op de tot tranen toe bewegende beelden die ik zie, maar waarvan ik het achterliggende verhaal niet ken? Op de interviews gehouden met vluchtelingen? Het probleem met het vluchtelingenprobleem is dat er zóveel verschillende kanten aan zitten, zoveel individuele schakeringen, dat het onmogelijk lijkt er een genuanceerde mening over te hebben. Stomweg omdat je alle nuances niet kent.

Maar toch… Het vakje ‘geen mening’ voelt steeds vaker als het verdomhoekje voor de muurbloempjes. Géén mening ist nicht in Frage. En of je nu intellectueel bent of Tokkie JOUW MENING TELT! Vindt iedereen van zichzelf. Ik heb alleen niet altijd een mening. Echt niet. Soms omdat ik te weinig afweet van een onderwerp. Soms omdat ik het gevoel heb dat mijn mening weinig toevoegt. En soms omdat mijn mening niemand wat aangaat.

Een andere discussie: de Pietendiscussie. Je stemt zwart of je stemt wit, het liefst emotioneel onderbouwd. Die mening wordt vervolgens zo hard verkondigd dat er geen enkele ruimte is om te luisteren naar argumenten van gene zijde. Blij of gefrustreerd ronddraaiend in hun eigen overtuiging heeft niemand meer oor voor de andere kant van het verhaal. Als ik zeg dat ik dit ‘een lastige’ vind, word ik van twee kanten belaagd. Je bent voor of je bent tegen. Hoezo zwart-wit denken?! Maar door naar alle argumenten te luisteren vind ik écht dat voor beide standpunten wat te zeggen is en stel ik me dus neutraal op.

Er zijn tijden dat ik me er voor schaam. Omdat ik me dom voel dat ik geen mening heb. Maar eigenlijk vind ik dat het allemaal wel wat minder kan met die meningen. Wat als je eens een dagje meningloos zou zijn? Wat als je Twitter een tijdje laat voor wat het is (een publieke kotsgelegenheid)? Wat als je bij de vraag: ‘Wat vind jij ervan?’, antwoordt: ‘Ik moet me er daarvoor eerst nog wat beter in verdiepen.’ Wat als je op een feestje eens afsprak dat er alleen mag worden mee gediscussieerd als je verstand van het onderwerp hebt?

Daarom wil ik een pleidooi houden voor het af en toe géén mening hebben. Want los van het feit dat ik me daardoor soms wat dommig voel, is het ook heel relaxed om tegen jezelf te kunnen zeggen: ‘Daar hoef ik niet over te oordelen’. Dat scheelt een boel adrenaline, hoge bloeddruk en spijt. Vandaar een voorstel met een soort tien geboden. Zullen we, bij de volgende keer dat we denken dat onze mening echt van belang is, even stilstaan bij de volgende regels:

  1. Voordat ik tijdens een discussie mijn mening ventileer, zorg ik dat me vooraf grondig en van meerdere kanten heb verdiept in het onderwerp van discussie.
  1. Ik denk eerst na voordat ik m’n mening geef in plaats van eerst wat te roepen en er dan over gaan nadenken.
  1. Ik luister eerst, met een uitgesteld oordeel, naar wat de ander te zeggen heeft, voordat ik mijn eigen mening geef.
  1. Als iemand met mij wil discussiëren over een onderwerp waar ik weinig vanaf weet, vraag ik: ‘Hoe komt het dat jij er zoveel van af weet?’
  1. De volgende keer dat iemand me in een discussie probeert te betrekken waar ik geen zin in heb, zeg ik dat en zorg ik dat het gesprek over iets anders gaat.
  1. Als ik toch een mening heb, vraag ik me, voordat ik die deel, af of ie iets toevoegt. Zo niet, dan houd ik hem voor me.
  1. Als ik een discussie volg, ga ik op zoek naar de verbinding in plaats van naar de polariteit.
  1. Als ik m’n mening geef, dan klinkt die niet als een veroordeling of een aanval, maar als een suggestie ‘zo kan het ook misschien’.
  1. Ik zeg of schrijf geen dingen waarvan ik mogelijk later spijt krijg, oftewel: voordat ik iets zeg of schrijf vraag ik me af of dat niet onnodig kwetsend is.
  1. Voordat ik een oordeel heb over het gedrag of de uitingen van anderen, bedenk ik dat ikzelf ongetwijfeld ook dingen doe of zeg die voor andere mensen afwijkend zijn. Oftewel, ik probeer een beetje toleranter te zijn en af en toe m’n ogen af te wenden.

Lees ook: Waarom kwetsbaarheid je moedig maakt

Geschreven door