De kerstgedachte van de dag: Merel speelt (een soort mislukte) kerstvrouw

De decemberdagen zijn kort en donker. In onze huizen vinden wij licht en warmte bij onze families. Ondertussen zitten er mensen buiten in de kou. Door een Facebook-filmpje voelde Merel zich in een vlaag van naastenliefde opeens geroepen daklozen te helpen. Dat bleek nog niet eenvoudig.  

Al die keren dat je in je stoel hangt en met tranen in je ogen naar een YouTube-filmpje kijkt. Breedgeschouderde brandweermannen die kuikentjes uit het riool vissen. Of mond-op-mondbeademing geven aan een kat. Mensen die zich inzetten voor de minderbedeelden onder ons. Ja, snik je, dáár gaat het om in het leven! Liefde, mensen, LIEFDE! Met een vol hart sta je op, klaar om ook een berg puppy’s van de verdrinkingsdood te redden, maar tegen de tijd dat je de kamer uit bent, zit je met je gedachten alweer bij het menu van die avond.

De wereld verbeteren is maar knap lastig. Zo weinig tijd. Zo veel afleidingen. Regelmatig neem ik mezelf voor om weer eens iemand te redden, maar verder dan wat oude T-shirts in een KICI-bak mikken kom ik vaak niet. Tot ik een Facebook-filmpje zie waarin een man aan een aantal daklozen in New York vraagt wat ze voor Kerst willen. Het is verrassend te horen wat ze willen. Een hamburger. Een rekenmachine. Een Starbucks giftcard. Hij gaat het voor ze halen en hun reactie is echt enorm ontroerend.

Terwijl wij dure hebbedingetjes aanschaffen voor onze naasten is iemand op straat blij met een hamburger. Opeens vind ik het zo idioot dat we dit niet allemaal doen. Gewoon iets liefs voor iemand die normaal gesproken alleen onaardige blikken krijgt van voorbijgangers. In een overmoedige bui slinger ik het idee op Facebook: wie wil met mij daklozen kerstcadeaus geven? Er komen een paar enthousiaste reacties, een paar kritische. Want ja, zijn ze niet allemaal aan de drank en drugs? Wil je daar je tijd en geld aan uitgeven? Ik besluit dat ik nu eens niet cynisch wil zijn, want ook iemand die geregeld een borrel teveel neemt mag wel eens iets leuks krijgen.

Maar waar vind je ze eigenlijk, de daklozen van tegenwoordig? Bij elke supermarkt staat een daklozenkrantverkoper, maar die zijn geloof ik niet echt dakloos. Ik besloot mijn hulpactie wat laagdrempeliger in te steken en in eerste instantie wat mee te nemen voor zo’n verkoper. Hoe gul ik me in eerste instantie ook voel, als ik mijn fiets vastzet voor de supermarkt nemen de zenuwen het over. Help, is die oude meneer een daklozenkrantverkoper? O nee, hij staat gewoon te wachten. Misschien is er hier geen. Ik merk dat ik een lichte opluchting voel. Niet dat ik spontaan gierig ben geworden, maar eigenlijk vind ik het een beetje eng. Wat als diegene me uitlacht? Me in mijn gezicht spuugt? En dat ik dan meteen HIV heb? Ik schaam me om mijn stereotype gedachten.
Ik loop naar binnen, draai naar de klapdeuringang en daar staat hij. De daklozenkrantmeneer. Oud. Groezelig. Weinig tanden.
Ik loop op hem af. ‘Hoi,’ zeg ik. ‘Kan ik misschien iets voor je meenemen? Wat eten of drinken?’
Verbijsterd gezicht.
‘Kan ik wat voor je meenemen?’ Ik wijs naar de uitbundige uitstalling van groente en fruit en verse pasta’s die ik vanaf hier kan zien.
‘Voor mij?’ vraagt hij.
‘Ja, heb je ergens zin in?’
Hij mompelt iets. Ik vraag wat hij zegt. Hij mompelt weer iets. Ik krijg het warm. Zie je, dit gaat helemaal mis. Dit is niet schelden ofzo, maar minstens zo pijnlijk. Ik versta hem niet. Flashbacks naar rumoerige tienercafés waarin ik ook nooit niemand verstond en zo alle leuke jongens misliep.
Hij wijst naar een schap, ik noem wat willekeurige items op (bosui? stofzuigerzak?),  hij schudt zijn hoofd en loopt een stukje met me mee.
‘Die.’ Hij wijst naar een koeling met pakken zuivel. ‘Vla.’
‘Vla?’
Hij knikt.
Ik loop naar de koeling. Er zijn acht verschillende soorten. Ik pak de eerste op, blanke vla, en houd hem omhoog. ‘Deze?’
Hij schudt zijn hoofd.
De volgende. ‘Deze?’
Hij knikt.
Ik steek joviaal mijn duim in de lucht en loop verder. Ik kijk op het pak, bananenvla staat erop. Hè bah, dat lijkt me best vies. Wil hij dat echt? Of dacht hij soms dat het vanillevla was? Want ja, ‘vla’ is natuurlijk vanillevla. Shit. Moet ik het nog eens vragen? ‘Meneer bedoelt u echt bananenvla?’ Dat lijkt me raar. Maar straks is hij ernstig teleurgesteld als hij opeens met bananenvla opgescheept zit. Ik wissel het toch maar om voor vanillevla. En weet opeens niet meer wat ik zelf ook alweer nodig had. Melk ofzo. Met twee pakken haast ik me naar de kassa en reken af. Ik snelwandel naar de daklozenkrantmeneer, druk het pak vla in zijn hand, lach nog even vriendelijk en hol dan de winkel uit. Even ben ik bang dat hij me boos achterna zal komen: ‘WAAR IS MIJN BANANENVLA!!??’ Maar dat doet hij niet.

Vermoeiend hoor, die altruïstische buien… Maar binnenkort ga ik het nog eens proberen. Kijken of het dan beter gaat 🙂

Bekijk de video hier: www.viralvo.com/homeless-surprise

Lees ook: Tien manieren om een vriend in nood écht te helpen

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.