Miriam ging sporten om van haar depressie af te komen en dit is wat er gebeurde

Miriam kampt al haar hele leven met perioden van depressie. Ze probeerde van alles, maar niets hielp echt. Zeker niet op de lange duur. Totdat iemand op Facebook tegen haar zei: “Ga sporten”. Met lood in haar schoenen ging ze.

De bladeren vallen weer van de bomen. Hey Hey #depressie. Welkom terug. Je bleef zo lang weg. Soms miste ik je zelfs. Maar dat ineens. Bam. Rol je mijn gemoedstoestand weer binnen. Motherfucker. Lieve FB vrienden? Dat ik erkèn dat ik weer in een dikke zwarte wolk ben beland is de eerste stap. Ik wil geen likes. Ik wil zó graag dat iedereen een keer begrijpt dat een depressie iets is wat ik, en al die anderen, óók niet wil. Ik strijd al heel mijn leven met deze ‘disorder’. En ik wéét uit ervaring dat ik er elke keer weer beter uitkom. In elk opzicht. Ik onderga het. Vecht er niet tegen. Omdat ik wéét!? Die ommekeer gaat plaats vinden. En? Iemand die depressief is? Die heeft geen behoefte aan adviezen. Wel aan lieve woorden.

Wat had ik spijt een dag later. Spijt dat ik zo openhartig was geweest op Facebook. Met trillende vingers opende ik mijn app en zag dat in een énorme berg reacties had gekregen. Ik wilde geen reacties. En eigenlijk ook geen lieve woorden. Ik wilde gewoon dood. Al vanaf mijn vroegste jeugd kamp ik met deze stoornis. Ik heb allerlei therapieën gevolgd. Medicijnen geslikt. Er tegen gevochten. Jarenlang ging het goed totdat ik vorig jaar ineens wéér werd overvallen met die allesomvattende leegte in mij. Ergens had ik toen al besloten dat ik zo niet verder wilde leven. Dood wilde ik niet maar dit ook niet. Medicijnen dan maar? Zelfs dat stond mij tegen. Het duurt zolang voordat die werken en die periode daar naar toe? Weer die hel?

Met het lood in mijn schoenen scrollde ik door de reacties. Ze waren allemaal lief. De een nog liever dan de ander. Lieve warme bemoedigende woorden. Bijzondere woorden. Goedgekozen woorden. Ik voelde mij daardoor nog slechter. Wat deed ik mensen aan joh? Dat ze het nodig vonden om mij zo te ondersteunen. Wat nou als ik zelfmoord pleegde? Dan zou iedereen zich afvragen wat zij in hemelsnaam over het hoofd hadden gezien. Dan zou ik zoveel mensen met een schuldgevoel opzadelen puur en alleen omdat ik op social media mijn pijn had proberen te verwoorden. Meer nog dan ooit wilde ik dood. Ik scrollde verder. ‘GA SPORTEN’ las ikGa sporten? Ik vroeg godverdomme juist niet om advies. Ik werd woedend. Woedend! En toen klonk er een stemmetje dat aan mij vroeg: ‘Wat voel jij nou? Wees eens eerlijk….’ ‘Ik ben boos’ fluisterde ik terug. ‘Nee. Ik ben niet boos. Ik vóel boosheid. Ik vóel weer…woede weliswaar maar toch. Niet die leegte. In die leegte zit teveel woede…’

Een dag later kroop ik uit bed, trok wat sportkleding aan, kocht onderweg een paar sneakers en wandelde met een dichtgeknepen keel en de zenuwen door mijn lijf de sportschool binnen. Waarom zou iemand die niet hoeft af te vallen in hemelsnaam gaan sporten? Welke reden moest ik op gaan geven? Dat ik boos was? Ik wil eigenlijk dood en leven tegelijkertijd maar dat kan nou eenmaal niet? ‘Ik haat sporten. Ik heb een belabberde conditie en ik vind zweten verschrikkelijk goor’ was mijn mantra. Gelukkig viel het incheckgesprek enorm mee. Mijn begeleider concludeerde dat ik aan mijn conditie wilde werken en stelde niet al teveel vragen. Het was overduidelijk dat ik totaal niet gemotiveerd was dus kreeg ik een schema voor een paar weken. Daarna zouden we wel weer verder zien. Ik kreeg een globale tekst en uitleg en de toevoeging: ‘als je iets niet weet dan vraag je het maar’.

Ik moest beginnen met tien minuten cardio. Op een rare fiets. Een crosstrainer. Het huilen stond mij nader dan het lachen. Elke seconde duurde uren. En dat 6000 seconden lang. Compleet kapot en buiten adem kwam mijn begeleider na tien minuten op mij af lopen. ‘Drink even wat water. Rust even een paar minuten uit’. Ik wilde niet even uitrusten. Ik wilde weg. Naar huis. Naar mijn bank. Slapen. Na een paar minuutjes verscheen zijn vrolijke hoofd weer. ‘Nu krachttraining’ lachte het klootzakje. Ik kreeg instructies over één van die, in mijn ogen, martelwerktuigen, en moest drie keer vijftien keer tegen een stang aanduwen. Na de eerste set van vijftien wilde ik het opgeven. Ik kón dit niet. Echt niet. Mijn begeleider zei niets en keek mij alleen maar aan. ‘Jawel hoor. Dit kan jij gewoon’. En ik kon het. Nog twee sets van vijftien. Dat lukte. Samen met mijn begeleider vervolgde ik mijn trainingsschema. Pas na anderhalf uur was ik klaar. Ik liep naar huis en zag dat het herfst was. Ik rook de bladeren. Voelde de wind. Toen ik thuis kwam had ik geen trek maar honger. Diezelfde avond hoorde ik iemand keihard lachen. Ik was het zelf.

De andere dag ging ik weer naar de sportschool. Een dag later weer. Dat hield ik twee en een halve week vol. In plaats van zielenpijn had ik nu spierpijn. Ik vond het heerlijk om over mijn eigen grenzen heen te gaan. Kapot kwam ik thuis. Elke dag. Maar na twee en een halve week zei mijn lichaam: STOP. Genoeg. Ik was compleet uitgeput. Kon alleen maar slapen. En eten. Nadat ik drie dagen voor apegapen op de bank had gelegen werd ik bij binnenkomst aangesproken door de vriendelijke vrouw van de sportschooleigenaar. ‘Of ik wel wist dat ik na een intensieve training rust moest houden om mijn spieren weer te laten herstellen? En of ik mijn voeding wel had aangepast?’ Ze stelde vragen waaruit bleek dat mijn intrinsieke reden om te gaan sporten heel anders was dan waarom anderen gaan sporten. Nee ik wilde geen fitgirl worden. Of een snoeihard lichaam hebben voor de zomer. Samen met haar stelde we een soort van plan van aanpak samen. Niet te vaak. Niet te lang. Niet te zwaar. Gezonder eten èn minstens één dag rust na het sporten.

Zeven maanden geleden liep ik vol angst en beven, want zwaar depressief, de sportschool binnen. Al na één keer realiseerde ik mij dat het goed voelde om even honderd procent met mijn lichaam bezig te zijn. Ik kreeg de kans niet om thuis te gaan zitten malen want die spierpijn overwon. Het duurde wéken voordat ik door kreeg hoe al die martelwerktuigen moesten worden ingesteld en toen ik dat door had, begon ik er echt lol in te krijgen. Zelfs dikke zwarte regenwolken buiten weerhielden mij niet om naar de sportschool te gaan. Mijn eigen dikke zwarte wolken waren sneller weg dan ik ooit had kunnen hopen. Mijn ommekeer kwam door dat ene zinnetje ‘GA SPORTEN’.

Inmiddels ga ik zo’n drie keer per week. Soms wat vaker. Soms wat minder. Ik gebruik nog steeds een schema maar negen van de tien keer houd ik mij daar niet aan. Leefde ik tot zeven maanden geleden vooral in mijn hoofd, nu luister ik elke ochtend naar mijn lichaam. Als ik me ’s morgens verdrietig voel of stress ervaar ga ik eerst los op de crosstrainer. Niets fijner dan het moment dat het zweet over je rug begint te gutsen. Natuurlijk wist ik ergens in mijn achterhoofd heus wel dat fysiek bezig zijn enorm goed is voor iemand met een bipolaire stoornis zoals de mijne. Ik ga heus niet pleiten dat iedereen met dezelfde problematiek als ik moet gaan sporten. Mijn mazzel was dat ik blijkbaar een schop onder mijn reet nodig had om ook echt die gang naar een sportschool te maken. In mijn geval was dat die kreet ‘GA SPORTEN’. Mijn advies als je ergens in je achterhoofd best wel naar een sportschool wilt gaan maar het eng vindt?

  • Zoek een kleine gezellige sportschool uit. Misschien is die wel wat duurder maar je wordt wel beter begeleid.
  • Ga alleen. Niets frustrerender dan op het laatste moment te horen krijgen dat je sportmaatje niet kan.
  • Vraag gerust aan anderen die aan het sporten zijn om tips en adviezen. Iedereen helpt elkaar graag is mijn ervaring.
  • Streef geen onbereikbare doelen na. Rustig alles opbouwen werkt beter dan tien kilo af willen vallen binnen een korte periode.
  • Koop fijn zittende sportkleding.
  • Zeg niet tegen jezelf dat je het verschrikkelijk vindt maar maak jezelf wijs dat je het geweldig vindt. Klinkt raar maar het helpt je echt.
  • Verdiep jezelf een beetje in voeding voor- en na het sporten.

En tot slot? Ik zit gewoon lekkerder in mijn vel als ik heb gesport. Als ik drie dagen niet ben geweest dan merk ik dat meteen aan mijn gemoedstoestand. Dat ene uurtje per dag dat ik bezig ben maakt voor mij een énorm verschil. Dat ik daarna een uur aan de bar hang met mijn shake en de slappe lach krijg met mijn nieuwe sportschoolvrienden natuurlijk ook. Nog één fijne en toch wel onverwachte bijkomstigheid. Ik heb nu een strakke kont en weer zichtbare buikspieren.

Zo. En nu ga ik mezelf even omkleden. Even een uurtje krachttrainen. Doei.

Lees ook: Sporten: de verwachtingen versus de realiteit

(Beeld: iStock)

 

 

 

 

Geschreven door