Natalie gaf haar goedbetaalde baan op om les te gaan geven op een VMBO

Natalie (39) gooide het roer om in haar werkende leven. Ze stopte met haar goedbetaalde baan als consultant om les te gaan geven op een VMBO. Terwijl iedereen riep dat ze gek was, ging ze ervoor…Het is nu zes jaar later. Hoe is het Natalie bevallen? En werkt ze nog steeds in het onderwijs?

Ik werkte als consultant bij een adviesbureau. Mijn adviezen gingen over jeugdbeleid. En dat terwijl ik zelf nog nooit met jongeren had gewerkt, want ik was vooral bezig met problemen op papier en niet met de mensen erachter. En dat begon na een tijdje te steken.

Na een periode van lange werkdagen, veel reistijd en vooral heel hard werken wilde ik iets anders met mijn leven. Maar die knoop durfde ik pas door te hakken toen ik een leuke man ontmoette. Door hem wilde ik aarden en niet langer meer van klus naar klus door het hele land racen. Ik wilde gaan lesgeven, want elke keer als ik tijdens mijn adviesklussen een school bezocht trok de dynamiek van het onderwijs mij aan. Lesgeven op een middelbare school, dat leek mij wel wat.

Tegen de werkdruk in het onderwijs zag ik totaal niet op, want als adviseur had ik ook altijd lange dagen gemaakt. Maar ik was naïef en dacht dat het allemaal wel mee zou vallen. Ook konden de lage lonen in het onderwijs mij heel weinig schelen. Serieus, ik dacht dat ik die klus wel even ging klaren en zo echt iets kon betekenen voor anderen. Zo begon ik enthousiast aan mijn opleiding tot docent Nederlands en mocht ik al na twee maanden stage lopen. Een aanbod voor een vaste baan volgde snel daarop bij een school in de buurt van mijn woonplaats.

Eigenlijk ideaal, want ik stond voor de klas en kon ik tegelijkertijd mijn studie afmaken. De grootste uitdaging was aansluiten bij de belevingswereld van een gemiddelde vmbo-leerling. Ik dacht te weten hoe deze wereld in elkaar stak, maar het was zo anders dan alles wat ik tot dan toe kende. Ik heb namelijk een hoge opleiding en verdiende jaren lang een heel goed inkomen. Daardoor kon mijzelf tot de gelukkige tien procent van Nederland rekenen. Verder kom ik ook niet uit een gebroken gezin, waar jeugdzorg en de schuldsanering aankloppen of waar alle broertjes en zusjes ADHD hebben in combinatie met andere gedragsproblemen.

Maar de leerlingen die ik les ging geven hadden dat dus wel meegemaakt. Het begon al om acht uur als er een tsunami van kinderen over mij heen kwam. Vaak moest ik lesgeven aan klassen met zo’n dertig kinderen, die dan allemaal de klas binnenkwamen en tegelijkertijd riepen ‘Mevrouw, Mevrouw’. Soms was ik dan net bezig om een voet van de één bij het hoofd van de ander weg te halen, terwijl anderen vroegen of ik de avond ervoor een bepaalde film had gezien. En dan riepen iedereen door elkaar heen: ‘Mevrouw, mevrouw ik heb mijn huiswerk niet af. Of juist er dwars doorheen. ‘Mevrouw kijk eens ik heb het wel af. Kijk, kijk, kijk.’

Natuurlijk, kende ik de verhalen en weet ik dat docenten het lastig hebben, maar ik was naïef. Ik wilde vooral over leuke boeken vertellen en met leuke werkvormen aan de slag,  zodat de kinderen niet te lang stil hoefden te zitten. Veel kinderen op de mavo kunnen het maar net halen en kunnen bijvoorbeeld al helemaal niet acht uur achter elkaar stil zitten. Maar de kinderen kwamen binnen en hadden soms al helemaal geen zin om te starten. Hoe ga je ze dan toch motiveren?

Het waren schatten van kinderen, maar ik wist ook dat ze problemen hadden. Daar wilde ik iets aan veranderen, maar dat is heel ingewikkeld als jeugdzorg er bijvoorbeeld al bij betrokken is. Hierdoor kreeg ik steeds vaker het gevoel tekort te schieten, maar ook omdat ik een best ingewikkelde klas had waar niets vanzelfsprekend was. Daar kwam bij dat Nederlands geen favoriet vak was en dat terwijl ik mijzelf tot doel had gesteld om cum laude te slagen voor mijn docentenopleiding, terwijl ik  helemaal geen invloed had op de kinderen. Mijn collega’s vertelden mij dat sommigen nieuwe docenten al na 2 maanden opstapten en dan vroegen ze aan mij of de beamer nog aan het plafond hing. Als ik dan ‘ja’ zei, dan was er blijkbaar niets aan de hand. Toch wilde ik het doceren onder de knie krijgen, al mistte ik ook steeds vaker het denken en werken op beleidsmatig niveau.

En toen werd ik zwanger en kreeg ik een dochter. Na de zwangerschap keerde ik terug, maar de rek was eruit. Ook wist ik inmiddels dat ik niet één van die mensen wilde zijn die op z’n 60ste door het onderwijs in de ziektewet terecht kwam, teruggaan naar mijn leven als adviseur was ook geen optie meer. Ik wilde namelijk tijd kunnen doorbrengen met mijn dochter. Toen kwam eigenlijk vrij onverwachts een nieuwe baan op mijn pad bij de overheid. Ik wist gelijk dat dit echt bij mij paste, want er was een klik in mijn hoofd: dingen die ik leuk vind en die ik goed kan vallen in deze baan samen.

Voor het eerst koos ik weer voor mijzelf. Maar bovenal durfde ik mijzelf kwetsbaar op te stellen en te erkennen dat lesgeven gewoon niet bij mij paste. En vooral dat het niet erg is om een sprong in het diepe te maken en dan op je bek te gaan. Eerlijk gezegd voelt mijn huidige baan als thuiskomen. Het geeft precies de juiste energie waarnaar ik op zoek was.

Door het werken in het onderwijs ben ik erachter gekomen dat ik introvert ben en dat ik momenten nodig heb om alleen te zijn, want alleen zo kan ik mij weer opladen. Lesgeven aan dertig verschillende ‘prikkels’, van bel naar bel toewerken en van lokaal naar lokaal rennen past dus gewoon niet bij mijn persoonlijkheid. Voor anderen die de sprong in het diepe willen wagen, trek je niets aan van gedachten over hoe het hoort en je leven eruit moet zien.

Heel veel mensen verklaarden mij namelijk voor gek dat ik ging lesgeven en al helemaal dat ik na zes jaar weer iets anders ging doen. Doe gewoon wat je fijn vindt, want uiteindelijk zijn al die ervaringen nuttig. Sterker nog, misschien had ik mijn huidige baan wel nooit gekregen als ik niet de switch had gemaakt van consultancy naar onderwijs.”

Lees ook: Droombaan? Professionele knuffelaar, het bestaat

(Beeld: iStock)

Geschreven door