Susan wil ophouden zichzelf te vergelijken met anderen – maar hoe dan?

Jezelf vergelijken met anderen is een one-way ticket naar ontevredenheid. Het maakt je er allesbehalve een mooi mens van, maar toch: het is zo makkelijk en verleidelijk  je eigen leven te meten aan dat van een ander. Susan wil ermee stoppen.

Met laptop op schoot zit ik apathisch te kijken naar een bloedknap stel dat hand in hand door Verona struint. Ze ontbijten met chocoladecroissants, lunchen met spaghetti en hebben ondanks dat het met bakken uit de lucht komt de tijd van hun leven. Zij draagt de loafers van Gucci die ik ook wil, maar zeker een halve maand huur kosten. Dat zeg ik tegen m’n vriend die met een half oog meekijkt en het liefst zijn oogballen eigenhandig uit z’n kassen wil trekken bij zoveel ondraaglijk lichtheid van het bestaan. Ik begrijp zijn ergernis, maar kan niet stoppen met kijken. En dan loopt ze een Gucci-winkel binnen om er in het volgende shot met een grijs van oor tot oor met een Gucci-tas uit te wandelen. Ze heeft nóg een paar Gucci loafers gekocht en ik heb het niet meer.

Lees ook: 35 dingen waar je de komende 35 jaar GEEN spijt van wil krijgen

Hoé dan? Ze is min of meer even oud als ik, is iedere maand op reis en bezit twee paar Gucci loafers. En een tas van Proenza Schouler, een zonnebril van Miu Miu en schoenen van Balenciaga. Die ze zelf heeft gekocht. Haar werk bestaat uit video’s editen van al haar reizen en perstrips en ik geloof meteen dat het heel hard werken is allemaal, maar dan nog. Ik ben stikjaloers en zak voor ik het weet in een minderwaardigheidscomplex van heb ik jou daar. “Ik ben een nobody”, pruil ik met groot gevoel voor drama en schaam me meteen voor het feit hoe pathetisch dit klinkt.

Het frustrerende aan dit alles is dat jaloezie de meest nutteloze emotie is die je kan hebben. Het brengt je precies nergens. Bovendien: ik heb niks te klagen. Maar dan ook echt niks. Ik heb (leuk) werk, fijne vriendinnen, een lieve vriend, woon in een geweldig appartement in de stad, heb een kast vol kleren en ben bovendien gezond. Waarom kan ik dan niet ophouden met mezelf vergelijken met anderen?

Jezelf vergelijken met anderen is pure zelfkastijding omdat je die strijd altijd verliest. Als buitenstaander ken je nooit het hele verhaal. Dat stel dat zo dolgelukkig liep te wezen met hun Gucci’s in Verona, heeft misschien wel net enorme bloedbonje gehad om het feit dat zij altijd de boel ophoopt omdat er altijd en overal gevlogd moet worden. En hij daar dan maar een beetje lullig naast staat. Je weet het niet, maar ik kan het me zo voorstellen.

Ik heb dit niet alleen met Gucci loafers, maar ook met alles op carrièregebied. Wanneer iemand van mijn leeftijd al haar eigen bedrijf runt met eigen personeel, tig lucratieve samenwerkingen, uitgenodigd worden in talkshows en een eigen schoenenlijn, begin ik meteen aan mezelf te twijfelen. Ben ik wel waar ik nu moet zijn? Pak ik het verkeerd aan, volg ik m’n hart wel? Wat wil ik eigenlijk? Waarom weten anderen mensen altijd precies wat ze willen? Blijf ik niet teveel hangen in m’n comfortzone? Heb ik goede keuzes gemaakt? En als ik dan niet oppas lijkt alles wat ik wel heb bereikt er niet meer toe te doen en heb ik mezelf gereduceerd tot een nobody.

“Comparison is the thief of joy”, zei Theodore Roosevelt en ik kan hem geen groter gelijk geven. Dus daarom: ik moet ermee stoppen. Het maakt me doodongelukkig – en velen met mij. Alleen: hoe dan?

  1. Word je bewust van het feit dat je het doet. Want meestal zit je jezelf te vergelijken met iemand anders zonder dat je het doorhebt. Wanneer je merkt dat dat soort gedachtes opkomen, kun je ze herkennen en er wat aan doen.
  2. Hou jezelf tegen. Zodra je jezelf betrapt op vergelijkingsdrang, zet je de knop op pauze. Voel je daar niet slecht over, maar constateer alleen dat die gedachte er is en verander dan voorzichtig je focus.
  3. Tel je zegeningen. Dat klinkt gruwelijk cheesy, maar het werkt. Kijk naar wat je wel hebt. Bedenk hoe blij je mag zijn met de mensen die je in je leven hebt en die het beste met je voor hebben. En dat je leeft, verdomme!
  4. Focus op je kracht. Omdat je er geen ene mallemoer mee op schiet om weg te kwijnen in alles wat je niet kan. Kijk naar je sterke punten en wees er trots op. Je hoeft er niet over op te scheppen, maar je kan ze wel in je voordeel gebruiken.
  5. Wees oké met je imperfecties. We weten rationeel allemaal dat niemand perfect is, maar emotioneel balen we daar toch van. Natuurlijk is het altijd goed jezelf te verbeteren, maar verwacht niet dat je ooit de perfecte persoon gaat worden. Imperfectie maakt je wie je bent.
  6. Haal anderen niet onderuit. Iemand omlaag halen om er zelf van te profiteren is destructief. Zo maak je vijanden in plaats van vrienden. Steun anderen in hun succes – dat leidt uiteindelijk ook tot jouw succes.
  7. Zie dat je genoeg hebt. Als je altijd wil wat anderen hebben, heb je nooit genoeg. Dat is een eindeloze cyclus waardoor je nooit gelukkig wordt. Hoeveel kleren je ook koopt, hoeveel huizen je bezit, hoeveel auto’s je rijdt… je hebt nooit genoeg. Probeer daarom in te zien dat wat je hebt genoeg is. Als je een dak boven je hoofd, eten op tafel, kleren aan je lijf en mensen die van je houden hebt, ben je een gezegend mens. Alles wat daar bovenop komt – en laten we eerlijk zijn: iedereen die dit leest heeft waarschijnlijk meer dan dat – is genoeg.

Maar die Gucci’s… die wil ik dus nog steeds. #hopeloos

Lees ook: Stuffocation: hoe je met minder spullen meer leeft

Bron: Zen Habits.

Geschreven door

Susan is freelance journalist en editor. Houdt van mensen die zichzelf niet te serieus nemen, want dat doet ze zelf ook niet. Lacht om haar eigen grappen, huilt om baby-aapjes. Zit meer op Instagram dan goed is voor een mens en koestert alles wat een luipaardprint heeft.