Polygamie is het nieuwe zwart (en waarom dat een utopie is)

Onlangs kon je in De Volkskrant lezen dat steeds meer jonge mensen polyamoureuze relaties hebben. Want dat is de nieuwe manier van liefhebben: open, vrij en zonder restricties. En de mens is nou eenmaal niet monogaam. Klinkt allemaal leuk en aardig, maar volgens Vala, blijkbaar aartsconservatief, kan dat natuurlijk nooit werken.

Als je jong bent en naïef geloof je nog in ware liefde en de Prins op het Witte Paard, denk je dat je op een gegeven moment tegen die ene persoon aanloopt en dat je kostje dan gekocht is. Dat je de rest van je leven in opperste adoratie naar diegene opkijkt, alle anderen afzweert al zouden ze poedelnaakt, met een lijf om je vingers bij af te likken en gedipt in chocola voor je staan en nooit meer gevoelens zult hebben voor iemand anders dan je partner. Echter, wie een tijdje langer meedraait in het leven en er inmiddels een paar duurzame relaties op heeft zitten weet: monogaam zijn is lastig. We zijn namelijk mensen, geen zeepaardjes. De meeste mensen in een langdurige relatie, die hebben afgesproken de rest van hun leven samen te slijten, zullen zich op een gegeven moment aangetrokken voelen tot iemand anders. Waarschijnlijk zelfs meerdere keren in hun leven. Vanuit dat licht bezien is er dus inderdaad een heleboel te zeggen voor de polyamoureuze relatie. Ware het niet dat de mens weliswaar misschien inderdaad eigenlijk niet monogaam is, maar wél jaloers en territoriaal. En dat gaat gewoon niet zo goed samen.

Delen vinden we moeilijk. Dat zie je al bij kleine kinderen die krijsend en schuimbekkend ter aarde storten als ze erachter komen dat de koekjes niet alleen voor hen zijn en eigenlijk sla je die neiging er gewoon niet uit. Ook al zouden we zelf best weleens buiten de deur willen eten, als onze wederhelft toegeeft aan de behoefte aan verandering van spijs, hebben we toch de neiging om ‘m aan de haren het restaurant uit te komen slepen. Onzin, volgens de polyamoureuzen in de Volkskrant, sterker nog, wie echt van zijn levenspartner houdt gunt hem/haar dat soort verzetjes. Juicht het zelfs toe en geniet er aan de zijlijn van mee. Want echte liefde heeft niks te maken met vasthouden, maar met loslaten. Maar dat is wat mij betreft een sprookje dat uiteindelijk nooit een happy ending heeft. Ik ken toevallig een aantal mensen die het geprobeerd hebben, een open relatie. En bij allemaal ging het uiteindelijk fout. Was er iemand die het niet meer aan kon. Die niet meer kon slapen als ‘ie wist dat de wederhelft op dat moment bij een ander in bed lag. Die daar eigenlijk helemaal geen lekker warm onderbuikgevoeletje van kreeg, maar gewoon een enorme knoop in de maag. En dan was er crisis. In sommige gevallen zelfs een breuk. Allemaal voor een paar oerdriften. En dan vraag ik me toch af: is dat het waard?

De behoefte aan seks, of, misschien minder kort door de bocht genomen, intieme verbintenissen met verschillende mensen, snap ik best wel. Ik heb zelf een aanzienlijk aantal bedpartners gehad, precies om die reden. Maar wel altijd als ik niet exclusief gebonden was. Inmiddels ben ik getrouwd en ik heb niet de illusie dat mijn man nooit een vrouw tegenkomt die hij, even wél kort door de bocht genomen, weleens even tegen de muur zou willen zetten. En uiteraard loop ik ook weleens tegen iemand aan met wie ik het in theorie op romantisch vlak waarschijnlijk uitstekend zou kunnen vinden. Zélfs kan ik prima redeneren dat die gevoelens helemaal niks af zouden hoeven doen aan de relatie die ik met mijn man heb. Desondanks heb ik niet de illusie dat die rationalisatie de emoties die het onvermijdelijke gevolg zijn van polyamorie de baas zou zijn. De intimiteit die wij delen zorgt er juist voor dat de relatie die wij samen hebben specialer is dan die met andere mensen waar we van houden. Het verbindt ons met elkaar op een manier die we met niemand anders hebben. Daar meerdere mensen bij betrekken zou die verbintenis degraderen. En de vraag is sowieso waarom je überhaupt een relatie met iemand zou aangaan als je alles wat daarbij hoort ook met andere mensen doet. Wat is dan nog de meerwaarde van je aan elkaar verbinden?

Misschien is het kortzichtig, maar ik geloof gewoon niet dat mensen op de lange termijn in staat zijn om degene van wie ze het allermeeste houden te delen met anderen. Hoe spannend en aanlokkelijk seks met een ander af en toe misschien ook mag lijken, ik weet dat ik het vreselijk zou vinden als mijn man zichzelf op zo’n intieme manier ook aan een ander zou geven. Mijn maag draait zich letterlijk om bij de gedachte. Want uiteindelijk is er toch altijd een winnaar en een verliezer, wordt het toch een concurrentiestrijd. Het wordt namelijk toch wel heel wat minder geil en spannend als de één aan de lopende band z’n tanden in de smakelijkste hapjes zet, terwijl de ander thuis op een houtje zit te bijten. Of als je partner plotseling toch verliefder wordt op de bèta dan op jou, de alpha. Mijn man is niet mijn bezit en ik gun hem echt een hele hoop. En die ene Ware, waar ik vroeger in geloofde, die is er niet, tot die conclusie ben ik inmiddels wel gekomen. Waarschijnlijk zijn er heel veel vrouwen waar mijn man zijn leven mee zou kunnen delen en de kans dat hij zo’n vrouw tegenkomt terwijl hij met mij is, is aanzienlijk. Maar dan bewaart hij haar maar voor zijn fantasieën, want het spreekwoord luidt niet voor niets ‘three is a crowd’. Laat staan als dat er vier, of vijf of zelfs nog meer worden; dan zie je door alle hitsige lijven uiteindelijk de echtelijke sponde gewoon niet meer.

De vrije liefde, het is een mooi concept in theorie, maar hebben de jaren ’70 ons niet geleerd dat het in de praktijk gewoon niet werkt? Want toen de feromonendampen waren opgetrokken was de puinhoop niet te overzien. Dus ja, monogamie is lastig en hard werken, maar eigenlijk geldt dat voor alles in het leven. En is het niet zo dat we als mensen dusdanig geëvolueerd zijn dat we in staat zijn onze oerdriften te beteugelen? If you love them, let them go, zegt men weleens. Maar misschien moet je toch maar even twee keer nadenken voor je je geliefde al te ver laat gaan. Want uit het oog is toch nog steeds maar al te vaak uiteindelijk ook uit het hart.

Geschreven door