Positief denken? KLAAG juist eens lekker (en wordt gelukkiger!)

Positief denken is al jaren dé mantra in coachings-en zelfhulpboekenland maar er is sinds kort een fris tegengeluid te horen. En dat is dat we gerust negatieve gedachten mogen hebben (de dood! jaloezie! woede! angst!)  of mogen mopperen want: dat hoort net zo goed bij het leven. En er aan toe geven kan je op termijn zelfs gelukkiger maken, zolang je weet hoe. 

Er valt me de laatste tijd iets op. En dat is: we moeten maar zo POSITIEF zijn met z’n allen. Borst vooruit, kop in de wind en voorwaarts, want wie positief denkt kan de hele wereld aan. Sterker: als je niet positief denkt is alle ellende die je mogelijk overkomt eigenlijk ook gewoon een beetje je eigen schuld want ja: van sikkeneuren wordt niemand beter, toch?
Ik denk toch van niet. Ik denk dat het leven soms totaal overweldigend kan zijn. Dat er rampen kunnen gebeuren, dat je geliefden plotseling kunnen verongelukken, dat er baby’tjes dood geboren worden en kindertjes in een oogwenk kunnen verdrinken tijdens een dagje strand. Ik denk dat mensen ineens kanker krijgen ZONDER REDEN (dus ook niet vanwege hun levensstijl, en dan nog is het gewoon erg), dat er mensen zijn die moeten leven met het besef dat ze een kind/broer/zus/ouder hebben die het contact met ze hebben verbroken. Dat er relatief heel veel gepeste kinderen zijn (en volwassenen!), dat er groepsverkrachtingen plaatsvinden en er kindermisbruik, eenzaamheid,  vernederende functioneringsgesprekken en depressie en zelfmoord bestaan.

Dat denk ik allemaal wel eens maarja, dat is niet zo positief nee. Veel erger vind ik het alleen, dat ik hier volgens de geldende normen positief mee om zou moeten gaan als het mij zou overkomen. Terwijl er meestal niet zoiets bestaat als positief zijn over een terminale ziekte en een naderende dood, en er niets positiefs meer te zeggen valt als een meisje van 5 seksueel wordt misbruikt. Ik zou het serieus prima begrijpen als één van bovenstaande scenario’s voor wie dan ook de reden zou zijn om voor altijd een gat in het hart te hebben dat niets of niemand ooit nog zou kunnen helen. Om niets meer te willen. Om rouw te voelen, en verdriet en verlies. Maarja, dat is niet positief. Kom op! Borst vooruit! En o wee als je je naar voelt. Dat is dan je eigen schuld. Negatief zijn, je rot voelen is bijna een taboe geworden, een teken van zwakte. Dus zeggen ondertussen maar weinig mensen nog hardop dat ze zich gewoon radeloos voelen door wat hen is overkomen. En dat kan de bedoeling toch niet zijn?

Nu hoeven we ook niet massaal te gaan zitten zagen en zuurpruimen om niks, maar de constante, moderne nadruk op positiviteit is soms gewoon oneerlijk denk ik. Bovendien is het leven –en onze gevoelens- een stuk minder maakbaar dan we soms worden verteld vanuit deze gedachte. En goddank ben ik niet de enige die daar zo over denkt, maar kreeg ik steun uit Denemarken. Van hoogleraar psychologie Svend Brinkmann, die onlangs het ‘anti-zelfhulpboek’ Standvastig –onder alle omstandigheden jezelf blijven schreef. Want wat zegt hij? We moeten vermijden om onnodig positief te denken, en we zouden het recht terug moeten vinden om te vinden dat sommige dingen gewoon ellendig zijn. En dat doe je onder andere dus door je te richten op het negatieve, te mopperen als de situatie daar om vraagt en soms gewoon Te Leren Leven Met Verdriet, want soms kan iets gewoon niet veranderd worden. En dát kan nog wel eens de weg naar échte opluchting en geluk betekenen, zegt hij, want het wapent je tegen tegenspoed én maakt je intussen bewuster van het feit dat er ook veel goede dingen gebeuren.

Toch weer positief dus, maar dit keer tóch anders. Want zijn punt is dat we het negatieve ECHT eerst onder ogen mogen zien, dat niet weg te wissen of te wuiven, om het positieve –of geluk- te leren herkennen. En dus mag je jezelf gerust toestemming geven om te mopperen en te klagen als dat nodig is. Sterker: door negatieve visualisaties te oefenen krijg je meer grip op hoe je leven ondertussen ook echt in elkaar steekt, dan door alleen maar het positieve te wensen (en dat niet altijd te krijgen). En dat doe je als volgt, schrijft hij:

  • Denk erover na dat je iets of iemand kwijtraakt waar je van houdt, en voel hoe blij je bent dat dat iets of iemand er is. Hiermee train je je ‘hedonistische gewenning’, dat wil zeggen dat we heel snel gewend raken aan het goede dat in ons leven bestaat. Negatieve visualisatie kan die gewenning tegengaan en onze dankbaarheid vergroten.
  • Denk erover dat je zelf overlijdt; op een dag wordt je ziek of oud en sterf je. Daar elke dag even over nadenken –ook als je een crisis doormaakt, zal je meer waardering geven voor het feit dat je nu nog wel leeft. Je kunt je problemen misschien niet oplossen, maar met een beetje oefening kun je er wel beter mee leren leven.

Of ik het hier nou echt helemaal mee eens ben weet ik niet, maar een fris geluid is het in ieder geval wel in de halleluhjah-achtige positiviteitsratrace die ik zo vaak in de zelfhulpbestsellerlijsten zie staan. Dus mogen we best wat meer mopperen en klagen, of gewoon zeggen dat het k*t is als dat zo is. Door je bij (de gedachte aan) een crisis te bekwamen in het focussen op het negatieve, en daarover te mopperen, kun je jezelf een bepaalde wendbaarheid geven waardoor je het leven beter aankunt. Je gaat de werkelijkheid beter onder ogen zien én het geeft een bepaalde menselijke waardigheid. Heel wat anders dus dan manisch vol blijven houden dat er geen slecht weer bestaat (alleen verkeerde kleding). Want jawel: er bestaat wel slecht weer. En het is heel bevrijdend om daar even over te mogen zagen terwijl je ondertussen ook weet dat je binnen zit, met een kopje thee. Dat noem je mopperen ja. Maar het is ook een vorm van acceptatie van wat er daadwerkelijk gaande is, in goede én in slechte zin. En dat is uiteindelijk voor iedereen een stuk echter, geruststellender en menselijker denk ik.

Lees ook: 10 bemoedigende dingen die mensen in therapie moeten horen

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).