Rijangst? Abbey helpt zichzelf de weg weer op

Abbey (45) heeft last van rijangst. Met knikkende knieën stapt ze de auto in. Dankzij heel veel opfrislessen en de ideale auto overwint zij haar angsten en onzekerheden.

“Mijn eerste rijles had ik op mijn negentiende. Het was al vrij snel duidelijk dat ik geen rijtalent had, ik zwoegde me door de lessen. Uiteindelijk heb ik er minstens zeventig gehad voor ik – bij de derde poging – slaagde. Ik heb daarna een paar keer gereden, maar dat was geen succes – to say the least. Ik drukte uit angst dat de motor zou afslaan het gas zo hard in dat er een penetrante rookgeur de auto in walmde, daarna veroorzaakte ik een kleine botsing in een file en durfde vervolgens de snelweg niet meer op . Vergeet het maar, zei ik tegen mezelf na een paar pogingen: dit is niet voor mij weggelegd. Omdat ik in hartje stad woonde met openbaar vervoer om de hoek, had ik een auto ook niet echt nodig.

Dat ging eigenlijk prima, op die enkele keren na dat ik naar een of ander gehucht moest waarvoor ik een tram, 2 treinen en een belbus nodig had om er te komen. Op die momenten vervloekte ik mijn rij-angst hartgrondig. Maar verder viel er goed mee te leven. Tot ik kinderen kreeg. Ik bedacht me dat het toch wel erg handig was om te kunnen rijden en besloot weer rijlessen te nemen om de boel op te frissen. Uiteraard zat ik weer als een bang, schuchter vogeltje achter het stuur. Waar het eigenlijk allemaal op neer kwam, was dat ik al die prikkels en al die handelingen die tegelijkertijd op me af kwamen, niet goed wist te handelen. Schakelen, vooruitkijken, al het verkeer om me heen in de gaten houden, gierende scooters en door rood rijdende fietsers pareren, bochten, rotondes, voorrang…het duizelde me gewoon. Ik werd er helemaal gestrest van. Gek genoeg kón ik het best. Van binnen was het dan misschien een grote paniekkermis, ik reed verder keurig. De rij-instructeur raadde me dan ook aan vooral zelf te gaan oefenen. Alleen. “Je kán rijden”, praatte hij me moed in, “Je moet het alleen wel dóen.”

Met die woorden in mijn achterhoofd ging ik alleen de weg op. De eerste keer vertrok ik extra vroeg naar mijn werk, een ritje van 15 minuten. Ik had de route van tevoren braaf een keer geoefend met mijn man, en dat was goed gegaan. Maar op D-Day merkte ik al bij het eerste stoplicht dat ik verkeerd stond voorgesorteerd. Ik stond op de baan die rechtsaf zou slaan terwijl ik rechtdoor moest. Paniek. Het ging letterlijk op zwart in mijn brein. Toen het stoplicht op groen sprong, ging ik braaf naar rechts en omdat ik geen houvast meer had aan de route die ik zou rijden, reed ik het eerste de beste straatje in. Zo reed ik vol de via verkeerde kant van een eenrichtingsstraat in. Oeps.

In de verte zag ik een enorme vrachtwagen aan komen rijden. Het was ook nog eens een smal straatje waar ik niet snel kon keren. Ik had inmiddels de straat helemaal geblokkeerd. Beschaamd stapte ik uit en vroeg de chauffeur of hij misschien de auto voor me kon keren. Dat deed de lieverd zonder problemen. Daarna ben ik met rode kop snel naar huis gereden om de fiets te pakken. En zo waren er nog wat gênante situaties en schaamtevolle momenten iedere keer dat ik een poging deed tot rijden. Ik besloot de handdoek weer in de ring te gooien. Ik Kon Dit Gewoon Niet. Rijden en ik, dat had ik inmiddels geaccepteerd, dat was gewoon een bar slecht huwelijk. Een gestránd huwelijk.

En toen ging mijn oudste zoon op hockey. En dat betekende veel wedstrijden spelen, ook buiten de stad. Er waren ouders nodig om te rijden en uiteindelijk kon ik mijn snor niet meer drukken. Dus daar ging ik, bijna 45 en wéér op ‘opfrisles’. Mijn grote geluk: ik trof de allerliefste rijinstructeur ooit: Jan. Jan was zo zen als Boeddha en gaf me alle vertrouwen. Iedere week ging ik naar hem toe en iedere week ging het beter. Tot er een moment kwam dat het kwartje viel. Maar echt viel. Dat ik merkte dat ik het te pakken had, dat hele autorijden. Dat ik niet meer overweldigd werd door alles om me heen, maar het bijna vanzelf ging. Dat was ook het moment dat Jan zei: ‘Je kan het echt alleen. Hup, hup, gá.’

Mijn man, die enorm blij was dat ik eindelijk de slag te pakken had, had voor mijn verjaardag een Kia Picanto gekocht. Een kek, klein maar veilig autootje waarin ik me meteen heel fijn voelde. Zo helpt deze auto je met al die ellendige speciale verrichtingen zoals achteruitrijden en hellingproef dankzij een camera met duidelijke aanwijzingen en een assistentiefunctie die de rem even vasthoudt zodat je niet achteruit rolt. De Picanto stond letterlijk met een strik eromheen op de stoep. Dat is nu drie maanden geleden en ik kan met trots zeggen dat ik sindsdien bijna dagelijks rijd: in de drukke stad waarin ik woon, maar ook hele stukken naar hockeyvelden in verre oorden. En het gaat super. Ik ben niet meer onzeker, ik ben niet meer bang, ik weet dat ik het kan en ik voel me ongelooflijk vrij omdat ik van niets en niemand meer afhankelijk ben om ergens te komen. Er is een wereld voor me opengegaan. Tegen iedereen met rij-angst wil ik dan ook zeggen: blijf oefenen, zet door. Als ík het kan, dan kan jij het ook!”

 

Dit bericht is het resultaat van een samenwerking met Kia, maar de inhoud is 100% van ons. Kijk hier voor onze advertentievoorwaarden.

Een stuk omrijden omdat de route zo mooi is, het eerste ritje in je nieuwe auto of gewoon even dat momentje voor jezelf.  Maandelijks zit je heel wat uren in de auto. De ene keer neem je je gewone dagelijkse route, een andere keer ben je misschien wel op weg naar een heel bijzondere bestemming. Onderweg maak je van alles mee. Dit zijn stiekem soms heel bijzondere gebeurtenissen. Deze momenten willen wij onder de aandacht brengen #KiaMoments

 

 

De Kia Picanto verrast je in elk opzicht. De Picanto heeft een hip design en slimme features. Ook is hij lekker zuinig, hartstikke veilig en voorzien van topklasse connectiviteit. Kijk op kia.com


Geschreven door