Tessa (46) besefte pas de ochtend na haar verkrachting wat er gebeurd was

Verkracht of Niet. Het programma van BNN is nog niet op TV en zorgt nu al voor verontwaardiging. Want: het is toch duidelijk wanneer iets verkrachting is? Of toch niet…. Zijn sommige situaties minder duidelijk dan andere? En kan het dat je pas achteraf beseft dat je bent verkracht? Dit is het verhaal van de 46-jarige Tessa, die twee jaar geleden in een heel penibele situatie terechtkwam.

Het was 00.30 uur. Ik kroop naast mijn vriend in bed. Slaapdronken vroeg hij of het gezellig was geweest. “Ja hoor”. Hij checkte de klok en grinnikte. “Het is pas 00.30 uur”. Ik voelde me heel raar, ik wist niet eens meer hoe ik thuis was gekomen maar viel desondanks als een blok in slaap. Toen ik de volgende dag wakker werd was hij al naar zijn werk. Ik liep naar de badkamer en moest ineens verschrikkelijk overgeven. Terwijl ik de toiletpot stevig omarmde, kwamen er ineens flarden beelden binnen. Hoe ik samen met mijn vriendin dat café binnen stapte. Hoe druk het er was geweest. Hoe dronken sommige mensen waren. Dat er een vreemd broeierig sfeertje hing.

Het was een warme avond geweest. Ik had de hele dag mijn benen uit mijn lijf gelopen om iedereen op het drukke terras van het eetcafé waar ik werkte, te bedienen. Tegen 23.30 uur was ik klaar. Mijn vriendin zat al een tijdje op het terras en had, samen met mijn vriend, al aardig wat biertjes op toen ik naast hen neerplofte. Mijn vriend had besloten dat ik met haar samen naar een bepaald feestcafé zou gaan. Ik protesteerde. Legde uit dat ik moe was. Wilde douchen. Ik zei ook dat ik alleen maar zou gaan als hij mee zou gaan. Maar hij moest de andere dag vroeg op en hij vond dat ik wel even wat ontspanning kon gebruiken. Mijn vriendin was melig en kondigde aan dat ze op mannenjacht ging en dat ik haar daar mee moest gaan helpen. Mijn vriend vond dat een heel erg grappig plan. Vooral omdat zij allesbehalve een mannenverslindster was en hij heel goed wist dat het misschien wel handig zou zijn dat ik haar zou vergezellen voordat ze iets stoms zou gaan doen. Ik weet nog dat ik besloot haar chaperonne te zijn. En wat verder?

Er stond een groep mannen in de deuropening. Hele jonge mannen. Een van hen had mij aangesproken. Hij was groot, breed en blond. Het soort jongen waar ik twintig jaar geleden voor een blok voor zou zijn gevallen. Ik wees hem op mijn vriendin herinnerde ik me. Ik wees naar haar en zei: ”Zij is op zoek naar seks vanavond. Ik niet”. Iemand van het groepje vrienden duwde een flesje bier in mijn hand. Ik nam een slok. Het bier smaakte verschrikkelijk. Lauw. Bitter. Ik nam nog een slok. En nog een. Gadver. Geen bier voor mij. Ik zag bekenden. Begroette hen. Ik zocht naar mijn vriendin om te zeggen dat ik echt naar huis ging maar zij leek wel te zijn opgelost in het feestgedruis.

Plotseling daagde het me, al hangend op de badkamervloer van mijn huis, dat ik op een parkeerterrein was geweest. De gele verlichting. Het logo van een bedrijf dat al jaren geleden failliet ging. Ik hoorde auto’s voorbij razen. Ik gaf weer over. Gal dit keer. Ik voelde me angstig. Steeds meer herinneringen kwamen langzaam maar zeker binnen.

De blonde jongen riep in mijn oor dat hij op rijpere vrouwen viel. Ik lachte. Ik legde hem uit dat ik geen fruit was. Hij snapte mijn grapje niet. Hij kwam steeds dichter bij mij staan. Ik wilde naar huis en zocht naar mijn vriendin. De muziek stond te hard. Er was geen gesprek mogelijk. Iedereen leek lazarus. Weg wilde ik. Ik schreeuwde in het oor van de jongen dat ik weg ging. Hij schreeuwde terug dat ik even moest wachten. Dat deed ik. Ik wilde minstens gedag zeggen tegen mijn vriendin. Ik wachtte twee minuten, drie minuten. Ik voelde de hand van de jongen over mijn kont. Tussen mijn benen. Deed hij dat nou expres of was het zo druk dat het per ongeluk ging? Ik wist het niet meer. Ik stuurde een appje naar mijn vriend dat ik naar huis kwam.

Wat was er gebeurd? Waarom voel ik mij steeds beroerder nu alles langzaam maar zeker weer boven kwam?

Zonder iemand gedag te zeggen was ik de kroeg uitgestapt. “Gaat het?” vroeg de portier. Ik vond dat een rare vraag. Ik wilde hem vertellen dat ik niets had gedronken maar dat lukte niet. “Ik breng haar wel even naar huis” hoorde ik de blonde jongen zeggen. De portier pakte mij vast. “Weet je dat wel zeker?” Waarom had ik die portier weggeduwd? Waarom vroeg die portier of ik het wel ok vond dat die blonde jongen mij naar huis bracht? Waarom had ik het überhaupt ok gevonden dat die onbekende jongen mij naar huis wilde brengen?

Kut.

Een auto.

Een portier dat voor mij werd geopend. “Stap maar in”. Ik woon notabene aan de overkant. Waarom stapte ik toch in? Een leeg parkeerterrein. Handen onder mijn shirt. Twee handen die mijn broek naar beneden trokken. Het logo van een bedrijf dat al lang niet meer bestaat. “Dat bedrijf bestaat al lang niet meer” hoorde ik mezelf ineens weer zeggen. De handen zatten overal. Ik lag halfnaakt in een auto. Op een parkeerterrein. Met een hitsig blond knulletje boven op me. De smaak van bier. Van bloed. Ik duwde hem van me af. Ik wilde naar buiten. Kijken naar dat rare logo met die gele letters. In de verte schreeuwde iemand vuile hoer en slet tegen me. Die iemand was spiernaakt en duwde mij ineens tegen de auto. Hij was lang. En onvoorstelbaar gespierd. Hij leek op mijn zoon. Ineens begon ik heel hard te lachen. Hij vloekte. Weer noemde hij mij hoer en vieze slet. Ik stapte weer in zijn auto. Hij vloekte nog harder. Hij reed terug naar de kroeg. Ik stapte uit en liep naar huis. Niks aan de hand. Doei.

Ik snapte er geen zak van. Waarom was ik vannacht gewoon in die auto gestapt? Waar waren we heen gereden? Waarom herinnerde ik me niets van die rit? Waarom liet ik hem mij uitkleden? Waarom duwde hij zijn tong in mijn mond zonder dat ik protesteerde? Waarom had ik daar levenloos als een pop op die bijrijdersstoel gelegen? Dagenlang was ik van slag. Ik durfde mijn vriend amper aan te kijken. Ik schaamde me maar wist niet precies waarvoor. Ben ik vreemd gegaan? Had ik nou toch gedronken? Was ik zó dronken geweest dat ik een black out had?

Op een avond was ik zo verdrietig en van slag dat ik alles opbiechtte aan mij vriend. Minutenlang staarde hij mij aan. Ik zag verdriet. Woede. Teleurstelling. Liefde. En weer woede. Er klopte niets van mijn verhaal. Ik was vreemd gegaan. Ik moest oprotten. Ik was de wanhoop nabij. Dagenlang vermeed hij mijn blik. In bed ging hij helemaal aan zijn kant liggen. Niets van wat ik zei of deed veranderde iets aan onze situatie. Het enige wat hij steeds zei is dat het moest slijten. En dat ik hem die tijd moest gunnen. Ik voelde me smerig.

Hoe bewees ik in vredesnaam dat ik niet half laveloos was gegaan op de avances van een blonde knul? Hoe maakte ik mijn vriend nou duidelijk dat ik, als ik aangeschoten zou zijn geweest, ik echt wel de verantwoordelijkheid bij mijzelf had gelegd. Mijn vriendin had ik niet meer gezien sinds die dag en ik schaamde me zo erg dat haar ook niet durfde te appen. Zij was de enige die kon bevestigen dat ik in dat uurtje niet dronken was geworden. Maar zelfs dat kon ze volgens mijn vriend nooit bevestigen want ik was immers kwijt geraakt? Hij dacht dat zij mij een alibi zou gaan verschaffen.

Op een dag besefte ik ineens dat ik wèl een soort van bewijs had. Ik vroeg aan mijn vriend of hij zich nog herinnerde hoe laat ik die nacht thuis kwam. Dat weet hij nog. 00.30 uur. Ik scrolde door mijn appjes naar hem. Ik duwde met een vreemd soort van opluchting mijn tekst in zijn gezicht. “Ik kom naar huis. Vind er niks aan. Tot zo X”. Hij keek mij vragend aan. “Check het tijdstip dat ik het verzond” beval ik hem. 00.10 uur. “Denk aub na” smeekte ik hem. “Ik app jou dat ik naar huis kom en in de daaropvolgende twintig minuten ga ik uitgebreid liggen seksen met een onbekende?” Ik zag de pijn in zijn ogen. Eindelijk klonk het: “Kut. Je zou wel eens gelijk kunnen hebben…”

Ik pakte onmiddellijk mijn telefoon en durfde eindelijk te bellen naar mijn vriendin. Het eerste wat ze zei was: “Ik zag jou naar buiten lopen met dat blonde GHB-figuur achter je aan. Hij heeft mij een keer proberen te drogeren. Dat is zo’n engerd. Hij heeft je toch niet lastig gevallen, hé?”

Eindelijk viel het kwartje. Eindelijk durfde ik te huilen. En boos te worden. Samen met mijn vriend besloot ik om geen aangifte te doen. Die GHB was al lang uit mijn bloed verdwenen en dan was het zijn woord tegen het mijne. Een vrouw van zesenveertig die aangifte deed van verkrachting door een knul van vijfentwintig? Ik durfde het niet. Ondanks alles schaamde ik me dood.

Nu niet meer.

Afgelopen zomer kwam ik hem tegen op de kermis. Hij herkende mij niet. Ik hem wel.

Lees ook: Merel ging 10 dagen op stilteretraite en dit is wat er gebeurde

(Beeld: iStock)

Geschreven door