Waarom het moederschap soms zo lastig is als je prikkelgevoelig bent

Kinderen zijn heel erg leuk en gezellig. Maar ze brengen ook veel gedoe met zich mee. Veel geluid, veel beweging, veel gedoe. Kortom: veel prikkels. En als je als moeder best wel prikkelgevoelig bent, is dat niet altijd makkelijk. Vala worstelt daar regelmatig mee.

Als kind was ik al graag alleen. Had ik veel ‘downtime’ nodig. Kwam ik uit school, dan wilde ik niet meteen vertellen hoe de dag was geweest, wat ik had gedaan, met wie ik had gespeeld. Ik verdween naar mijn kamer en ging daar tegen de kachel aan zitten met een stapel boeken. Verzonken in de stilte en in mijn eigen wereld. Eigenlijk is dat altijd zo gebleven. Waar andere mensen kunnen genieten van een agenda vol afspraken, een huis vol drukte, een leven vol kleuren, geuren, geluiden en andere actie, vliegt het mij al snel naar de keel. Zet mij in een omgeving vol met prikkels en er ontstaat op een gegeven moment kortsluiting in mijn hoofd. En een moeder die niet tegen prikkels kan, die heeft toch wel een beetje een probleem.

Lees ook: Dit filmpje is een ode aan alle moeders

Kinderen zorgen namelijk voor een ware overload aan prikkels. Ze maken altijd geluid, staan nooit stil, hangen aan je benen, veroorzaken een ongelooflijke hoop troep en daarmee dus chaos, en verplichten je om te allen tijde scherp en alert te zijn. En daar word ik dus doodmoe van. Letterlijk. De nimmer aflatende stroom van prikkels zorgt ervoor dat het in mijn hoofd overuren draait in een poging om alles maar een plekje te geven. Iedere klap van een kist Lego die omgedraaid wordt, een glas dat van tafel valt, een ToetToet auto die begint te zingen, resoneert bij mij alsof er een kanonsschot is afgegaan. Het bekvechten van twee ruziënde kleuters doet letterlijk pijn mijn aan mijn oren, op een gegeven moment voelen alle aanrakingen, knuffels en kusjes (hoe lief ze ook bedoeld zijn) als venijnige speldenprikjes op mijn huid en als ik de wanorde in de woonkamer zie, moet ik me bedwingen om niet compulsief zes keer per dag alles weer op te ruimen en recht te zetten, zodat er er weer orde is. Zodat alles weer klopt in mijn hoofd.

Er valt heel goed te leven met prikkelgevoeligheid als je alleen bent, of met z’n tweeën. Na een drukke dag op het werk kun je je terugtrekken in een hoekje van de bank, een wandelingetje maken zodat je alleen het ruisen van de wind nog hoort, of gewoon, een avond heel erg vroeg naar bed gaan en de dekens over je hoofd trekken om de wereld buiten te sluiten. Maar met kinderen, als moeder, heb je eigenlijk gewoon geen downtime meer. Want kinderen gaan altijd door en moeder ben je 24 uur per dag. Na een dag met de kinderen ben ik niet zelden uitgeput. Niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal. Alsof mijn brein een marathon heeft gelopen. Ik ben doodmoe, maar kan dan ’s nachts niet slapen, omdat ik al die prikkels geen plekje heb kunnen geven. Ze niet in de doosjes heb kunnen stoppen waar ze horen, eigenlijk mijn hoofd niet heb kunnen opruimen. Mijn huiskamer is na kinderbedtijd dan eindelijk weer rustig en weer stil, maar in mijn hoofd gilt, schreeuwt, dreunt en piept het dan nog steeds. De chaos in mijn huis is weggewerkt, maar in mijn hoofd blijft het een puinbak.

Als prikkelgevoelig mens laad ik mijn spreekwoordelijke batterij alleen maar op door me soms even af te zonderen van het leven, maar dat is bijna onmogelijk als dat leven en de mensen daarin van je verlangen dat je er altijd bent. En het is terecht dat mijn kinderen dat verwachten, want ik ben hun moeder en ze hebben mij nodig om er voor hen te zijn. Maar tegelijkertijd heb ik het juist af en toe nodig er níet voor ze te hoeven zijn en op die spagaat is het moeilijk balanceren. Want de nimmer aflatende stroom aan prikkels pleegt roofbouw op mijn geest en op mijn lichaam en hoewel je heel lang kunt blijven lopen op je reserves, is de tank toch uiteindelijk echt wel een keer leeg. En als je dan niet toevallig bij een bezinestation staat (of in een Welnesscentrum, of bovenop een berg in Tibet), waar je de boel weer aan kunt vullen, heb je wel een issue. Want dan ben je gestrand en zie dan maar weer op weg te komen.

Hoe je prikkelgevoeligheid moet combineren met het moederschap, ik vind het een moeilijk vraagstuk. En na ruim zes jaar moederen heb ik het antwoord nog steeds niet echt gevonden. Dingen als Mindfulness of yoga, die doen het gewoon niet zo voor mij. En de spaarzame uurtjes downtime die ik heb, zijn eigenlijk net niet genoeg om die batterij echt weer helemaal tot 100 procent te krijgen. Waardoor ik dus eigenlijk altijd maar halfvol ben, ipv echt recharged. De realiteit is waarschijnlijk dat meer er gewoon niet in zit. Omdat dat nou eenmaal het leven is als moeder. Over een tijdje vallen er geen Legokisten meer om en hangen er geen peuters meer aan mijn benen. Dan is er misschien wel gangstarap en puberdriftbuien, maar dat doen ze dan maar op hun kamer (waar het dan waarschijnlijk een enorme chaos is, maar zolang hun deuren dicht zijn hoef ik dat niet te zien). Tegen die tijd krijg ik hopelijk de dagelijkse indrukken weer wat makkelijker netjes gecategoriseerd in de doosjes in mijn hoofd en trekt de prikkelmist weer op. Totdat het zover is overweeg ik zo’n geluidsdempende koptelefoon en een zonnebril met getinte glazen. Dat is weliswaar niet zo gezellig, maar een mama bij wie de prikkels uit haar oren komen spuiten, dat draagt ook niet bij aan de Zen in het gezin.

Dit artikel verscheen eerder op Me-to-we

Lees ook: Hoe je als chronisch zieke moeder toch een gezond leven kunt leiden

Geschreven door