Waarom het prima is om gemiddeld te zijn

Hoe denk jij over jezelf? Vind je jezelf beter dan anderen? De kans is groot van wel. Onderzoek wijst uit dat we een steeds hogere pet van onszelf op hebben. Want niemand wil gewoon zijn. Maar gewoon, dat is juist goed!

Er is een ware narcisme-epidemie aan de gang de laatste jaren. Terwijl nog niet zo lang geleden slechts 12 procent van de mensen zichzelf als beter dan anderen classificeerde, is tegenwoordig maar liefst 80 procent van de mensen overtuigd van zijn eigen superioriteit. Tegen iemand zeggen dat ‘ie zo lekker gewoon is, is een grove belediging. Want gewoon, daar doen we het niet meer voor. Gewoon is saai. Met gewone mensen dempen we gracht. Maar niet met jou, want jij bent geweldig. Aldus, nou ja, jijzelf. Geef het maar toe, stiekem vind jij ook dat je beter bent dan de meeste mensen. Dat je heel bijzonder bent. Dat loop je niet hardop te verkondigen natuurlijk, maar als je over straat loopt en je kijkt eens om je heen, dan denk je wel: ja, ik ben een special snowflake.

Maar weet je, dat is niet zo. Sorry. Hoogstwaarschijnlijk ben jij dus gewoon hartstikke, eh, gewoon. Net zoals iedereen. Slechts één procent van de mensen is dusdanig beter dan de rest dat ‘ie een significante bijdrage zal leveren aan de wereld, bijvoorbeeld door iets uit te vinden of een politieke verandering door te voeren. Eén procent. Dat zijn dus maar heel weinig bijzondere mensen. En de kans dat jij daarbij hoort is nihil. Jij bent, net als iedereen, slechts een simpele ziel. Die dertiende in een dozijn. Een eenheidsworst. En voor je nou op je achterste benen gaat staan en je verontwaardigd op je borst gaat staan kloppen: hee, het is oke. Gewoon zijn is oke. Sterker nog, gewoon is goed. Gewone mensen leven namelijk doorgaans langer en ze zijn ook nog eens gelukkiger. En zo’n Nobelprijs is leuk, maar daar heb je weinig meer aan als je voortijdig en miserabel aan je einde komt. Vind je niet?

Het lijkt misschien leuk om uit te blinken, maar onderzoek wijst uit dat er veel voordelen zitten aan normaal zijn. Gewone mensen hebben namelijk veel minder vaak last van lichamelijke en psychische aandoeningen. Waarom? Omdat ze dus zo lekker gewoon zijn en alles werkt zoals het zou moeten werken. Voor excelleren betaal je namelijk vaak wel een prijs. Het is tenslotte niet voor niets dat genieën zoals Albert Einstein of grote leiders zoals Abraham Lincoln kampten met psychologische problemen. Grote hoogten, maar ook diepe dalen. En de vraag is of je daar nou wel zo blij mee moet zijn. Want, hoe je het of wendt of keert, teveel van het goede verandert nou eenmaal al heel snel in het slechte.

Natuurlijk, we hebben speciale mensen nodig voor de ontwikkeling en de vooruitgang. Want zonder de Einsteins van deze wereld waren we niet zo ver gekomen als we nu zijn. Echter, de wereld is voornamelijk ingericht op normale mensen. En normale mensen kunnen zich daar dus ook het allerbeste in bewegen. Ben je namelijk niet normaal, dan loop je vaak tegen problemen, onbegrip, isolement of andere moeilijkheden aan. En dan kun je nog zo slim, mooi, goed, geweldig, of allemaal tegelijk zijn, dat is echt niet leuk. Bovendien: als we allemaal speciaal zouden zijn, zou de wereld niet meer kunnen doordraaien. Want wie gaat dan het brood bakken, de kinderen lesgeven, de zieken verzorgen, de belastingen heffen en het kantoorwerk doen? Als we allemaal de hele dag enorm briljant zouden zitten zijn, dan zijn we met z’n allen heel snel uitgestorven. En dat vind ik dan toch weer niet zo’n briljant plan.

Doe dus maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Want gewone mensen zijn niet saai, gewone mensen hebben we nodig. Die Pulitzer ga ik niet winnen en die bestseller zal ik waarschijnlijk ook nooit schrijven. En jij bent niet de nieuwe Nelson Mandela. En daarom leef je nog lang en gelukkig. Tja, het is weinig enerverend. Maar persoonlijk heb ik dat liever dan dat ik de geschiedenisboeken in ga als uitzondering op de regel.

Lees ook: Waarom je pas écht perfect bent als je dat NIET bent

Geschreven door