Waarom ik blij ben dat ik geen broers en zussen heb

Sanne heeft geen broers en zussen. Haar ouders kwamen pas later bij elkaar, en toen ze geboren werd was haar moeder al 36 en haar vader 40. Dus is ze al 24 jaar het enige kind van haar ouders. En dat vind ze eigenlijk helemaal prima.

Als ik tegen mensen zegt dat ik enig kind ben, is hun reactie vaak meelevend. Ze vragen of ik niet eenzaam was vroeger, en of ik het niet mis om broers of zussen te hebben. Zij kunnen zich niet voorstellen hoe het is om op te groeien zonder, net zomin als ik me kan voorstellen hoe het is om wel een broer of zus te hebben. Maar als ik soms om me heen kijk, betwijfel ik of ik slechter af ben dan mensen die uit een groot gezin komen. Ik heb dan zelf dan geen broers of zussen, ik heb genoeg afleveringen van Het Familiediner gezien om te weten dat familierelaties heel complex kunnen zijn, vooral binnen gezinnen. Je bent nou eenmaal via bloedband verbonden aan mensen die je zelf niet uitkiest. Je wordt eigenlijk Big Brother style met een aantal mensen in een huis gezet, alleen dan niet voor een paar maanden, maar voor zo’n 18 jaar. En zelfs als je uit huis gaat is dat niet voorbij.

Volgens mij wordt het voordeel van broers of zussen als je kind bent een beetje overschat. Wat ik me herinner van vroeger is dat de oudere broers en zussen van vriendinnetjes niks met hen te maken wilden hebben (want: veel te jong), en wij hadden op onze beurt echt geen zin om de jongere kinderen te vermaken. Als kinderen in de puberteit komen willen ze sowieso met niemand in huis echt iets te maken hebben dus naarmate iedereen ouder werd, werden de banden er ook niet echt beter op. En dan waren deze situaties van peaceful coexistence (lees: elkaar grotendeels negeren) nog meevallers. Ik kwam ook wel in huizen waar kinderen elkaar constant de haren zaten. Bij twee nichtjes van mij was het elke dag ruzie, met schreeuwen, bijten, slaan en huilen. Hun ouders werden er wanhopig van.

Soms hoor je wel dat broers en zussen nadat ze volwassen worden en uit huis gaan weer dichter naar elkaar toe groeien. Zo is dat ook gegaan bij mijn nichtjes. Nu ze elkaar niet meer elke dag hoeven zien, zijn ze veel beter met elkaar. Maar ik zie juist ook het tegenovergestelde in mijn omgeving. Bij sommige vriendinnen lijkt het alsof het feit dat iedereen uit huis is er ook voor heeft gezorgd dat het belangrijkste wat je met elkaar deelde is weggevallen. Iedereen verlaat het nest en kiest zijn eigen vriendschappen, relaties en leven. En wanneer je elkaar dan weer ziet, lijkt het alsof de raakvlakken elke keer kleiner worden. Dat je familie bent, hoeft namelijk niet te betekenen dat je qua karakter ook bij elkaar past. En volgens mij is het best pijnlijk om je dat te realiseren.

Als ik om me heen kijk ken ik weinig mensen die een ongecompliceerde relatie met hun broer(s) of zus(sen) hebben. Natuurlijk houden ze van elkaar, maar er spelen heel veel gevoelige zaken mee in zo’n band. Hoe kinderlijk dat ook klinkt, de ‘strijd’ om de aandacht en goedkeuring van hun ouders verdwijnt bij kinderen nooit helemaal verdwijnt. Ook niet als je volwassen bent. Zo heeft de broer van een van mijn beste vriendinnen het heel goed voor elkaar (goede baan, net getrouwd), en ondanks het feit dat ze dat nooit zo zullen uitspreken voelt zij zich hierdoor in de ogen van haar ouders een mislukkeling. En dat ze dit gevoel heeft is niet uniek. Uit onderzoek van de Universiteit van Californië blijkt dat 65% van de ouders een voorkeur heeft voor een bepaald kind, al zullen velen van hen dit niet toegeven. Dit uit zich in onderbewust gedrag (waar ouders dus ook moeilijk iets aan kunnen doen), dat helaas door kinderen wel degelijk wordt opgepikt.

Natuurlijk lijkt het me af en toe heel fijn om broers en zussen te hebben om op terug te vallen, maar soms vraag ik me oprecht af of ik als enig kind niet beter af ben. Ik ben wel eens bang voor de toekomst, als allebei mijn ouders er niet meer zijn en er niemand is met wie ik me mijn jeugd kan herinneren. Maar aan de andere kant is een leven zonder broers of zussen een stuk minder gecompliceerd. Ik heb niet iemand met aan wie ik me hoef te meten, of met wie ik rekening hoef te houden. Ik zal het nooit zeker weten, aangezien ik nooit precies zal weten hoe het is om wel broers en zussen te hebben, maar ik vermoed dat het gebrek hier aan het makkelijk voor mij maakt om mijn eigen persoon te zijn.

Lees ook: Wat enig kinderen regelmatig te horen krijgen

(Beeld: iStock)

Geschreven door