Waarom ik een hekel heb aan groepen

Miriam heeft al haar hele leven een hekel aan groepen. Ze beseft heel goed dat zij niet de enige is maar dat er nooit over gepraat wordt omdat het sociaal gezien niet geaccepteerd wordt. Tijd voor verandering. En erkenning.

Ik heb mijn vriendinnen laten weten dat ik geen ‘weekendje weg’ met ze wil. Niet: ‘Gezellig samen in een huisje’. Ja ze waren teleurgesteld. En misschien ook wel een beetje gekwetst. Maar ze vonden mij ook wel eerlijk. Hoop ik. Ik liet hen weten dat ik elk van hen één op één lief heb, en dat ik het fijn vond om één keer in de zoveel tijd samen iets te doen ook reuzegezellig vind, maar om een heel weekend lang onderdeel te zijn van een groep? Dat is niets voor mij.

Ik ben net een kat. Als ik ergens ben en ik heb het naar mijn zin dan kruip ik op schoot bij iedereen en geef ik kopjes. Maar als van mij verwacht wordt dat ik op schoten ga kruipen en kopjes ga geven dan verstop ik mij het liefst. Als ik onderdeel ben van een groep ervaar ik stress. Het voelt alsof ik overal tegelijkertijd moet zijn en dus daarom nergens echt ben. En als ik er ben en het grote geheel aanschouw dan zie ik dingen. Voel ik ze. Spanningen tussen mensen. Woorden die niet hardop worden uitgesproken. Ergernissen die onderhuids aan het broeden zijn. Verwachtingen die niet uitkomen. Heel vermoeiend.

Daarom heb ik ook een hekel aan verjaardagen. Je komt ergens binnen. Er heerst een feeststemming. Je begroet iedereen. Vervolgens voel ik een bepaalde druk om mij te gedragen zoals dat van mij wordt verwacht. Ik ben, in de ogen van hen die mij niet goed kennen, behoorlijk uitgesproken. Op verjaardagen, feestjes, bijeenkomsten met een vrolijke noot, drukken vaak mensen die mij in een bepaalde rol. Ik moet dan naar moppen gaan luisteren. Geen idee waarom. Of naar verhaaltjes luisteren waarvan ik de clou al mijlenver aan zie komen. Saai. Of er wordt heel specifiek naar mijn mening gevraagd. “Wat vind jij daarvan Miriam?” Of van mij wordt verwacht dat ik de lolbroek uit ga hangen. “Wat ben jij stil. Ben je ziek?” Elke groep heeft een bepaalde dynamiek en de meeste mensen gaan daar gewoon in mee. Zij kunnen dat. Respect. Ik kan dat niet.

Dat ik dat eigenlijk al heel mijn leven heb, en ook al heel mijn leven probeer te vermijden, ontdekte ik op een Facebooksite van mijn Middelbare School. De ene na de andere foto van een groepsuitje wordt het internet op gesmeten. Ik sta op geen één foto. Behalve op foto’s waar ik niet onderuit kon. De laatste schooldag. Sportdag. Ik ging niet mee naar Londen, Rome of Parijs. Niet mee op vrijblijvende excursies. Ik sta bar weinig op foto’s van vriendengroepen gewoon omdat ik er niet bij was. Op vakantie met vriendinnen? Carnavalsavondjes? Stappen met zijn allen in Amsterdam? Foto’s van vrijgezellenfeesten? Ik ontbreek op elke foto. Vermeed het. Vermijd het. Ik heb een afkeer voor groepen.

Zelfs groepen waar ik, en al die anderen in feite geen deel van uit maken, ik noem een bioscoopbezoek, stemmen mij tot afgrijzen. Waarom zou ik vrijwillig tussen mensen die ik niet ken ook nog eens gaan zitten staren naar een gigantisch groot beeldscherm waarbij het geluid angstaanjagend hard staat? Saunabezoek. Same story. Dat ik naakt ben doet mij niets. Maar als ik al die anderen zie die allemaal op een zo vanzelfsprekende manier hun eigen ruimte innemen dan doet mij dat wèl wat. Ik bevries dan ter plekke en wil maar één ding. Weg. Het zijn teveel mensen. Mensen met meningen. Met gedachten. Gevoelens. Verwachtingen. Dan tolt het in mijn hoofd. Voel ik me overal tegelijkertijd maar nergens op mijn plek.

Ik weet inmiddels ook dat ik niet de enige ben. Er wordt alleen nooit hardop over gesproken en dat is jammer. Alsof deel uitmaken van een groep en daar heel gelukkig van worden het hoogste goed is. Alsof je, wanneer je aangeeft niets met groepen te maken wilt hebben, of jezelf verliest binnen een groep en dat ook duidelijk maakt, sociaal onwenselijk is. Ik wijs niemand af. Het zit in mij. Laat mij maar alleen.

Heel af en toe, maar alleen als ik honderd procent zeker weet dat ik zelf kan en mag bepalen wanneer ik weg kan gaan, geef ik niet toe aan mijn afkeer voor groepen. Dan geef ik mij wel op voor iets. Beloof wel ergens aanwezig te zijn of ergens aan deel te nemen. Dan geniet ik ook echt oprecht. Dan ben ik ook echt dat uitbundige en aanwezige wezen dat ook in mij schuilt. Negen van de tien keer blijf ik dan zelfs tot het einde. (Bijna. Bijna tot het einde) Negen van de tien keer stuiter ik dagen daarna nog vol energie door het leven. De reden dat ik die ene keer dat ik al vrij snel na binnenkomst rechtsomkeer wil maken? Zonder reden? Het is net een allergische reactie. Ik voel me dan ineens zo misselijk. Zó verschrikkelijk ontheemd en alleen dan móet ik weg. Ik kan mezelf dan forceren om te blijven en dat gaat meestal ook wel goed totdat ik mezelf weer onvindbaar voel, mezelf verlies. Er niet echt bij ben. Mezelf niet kan plaatsten in dat grotere geheel. Dan neem ik meteen afscheid en ga ik naar huis.

Ik weet dat zo’n weekendje met vriendinnen ook zomaar heel goed uit kan pakken, maar ik neem liever niet het risico dat ik een gezellig weekend verpest voor hen. Dan zijn ze maar even teleurgesteld. Of gekwetst. Liever dat dan een weekend met mij opgescheept zitten.

Lees ook: 12 App-types, herken jij jouw vrienden hierin?

(Beeld: iStock)

Geschreven door