Waarom ik gewoon niet goed ben in go with the flow

Mariëtte heeft een probleem: ze is niet zo goed in go with the flow. Ze zou wel willen, maar het lukt gewoon niet zo. Hoe komt dat toch?

Lees ook: Minicursus loslaten (omdat loslaten ruimte geeft!)

Ik vind het zo’n mooi idee: van die mensen die bepakt met een rugzak (één rugzak, ja) op Schiphol hun familie gedag zeggen en gewapend met slechts een enkeltje Buenos Aires vertrekken voor Het Grote Avontuur. Een hotel bij aankomst? Niet geboekt. Een reisplan? Wat landen losjes genoteerd op de achterkant van een bierviltje. Een terugreis? By far niet gepland. Het avontuur tegemoet, zonder plan, zonder route, gewoon: go with the flow.

Ik zou het nooit kunnen. Niet dat ik niet van reizen houd. Nu ik twee kinderen heb is het even wat minder, maar voor die tijd bezochten de man en ik de binnenlanden van Afrika, camperden we door Australië, hopten we eiland in de Cariben en bedwongen we de fameuze Route 66 van begin tot eind. Heerlijk was het. Als we er eenmaal waren dan, want hoe dichter de reis naderde, hoe meer ik altijd werd overvallen door de neiging het hele plan af te blazen. De vlucht alleen al, zo lang, zo ver. En dan bij aankomst – ja oké, we hadden een huurauto geregeld, maar wat als het een exemplaar met kapotte remkabels bleek te zijn, waarmee we binnen no time van een rots zouden storten? Uiteraard zag ik al voor me hoe we – als de huurauto ons toch niet meteen de dood in jaagde – uren zouden ronddolen op zoek naar het geboekte appartement  of lodge die dan niet bleek te bestaan ofzo. Ik weet ook niet waar al deze beren en spinnen vandaan kwamen, maar ze hielden me aardig uit m’n slaap. Eenmaal op de plaats van bestemming duurde het nog een paar dagen en dan begon ik langzaam te ontspannen. Dat is trouwens nog steeds zo, al reizen we nu naar Zuid-Spanje en niet naar Afrika. Het kost me gewoon tijd om wat te ontspannen en tot die tijd houd ik krampachtig vast een de vooraf geboekte zekerheid.

Want go with the flow, ik ben er niet goed in. Niet op reis, maar ook niet in het dagelijks leven. Ik probeer het echt, maar het lukt me gewoon niet. In mijn hoofd zit altijd het plannetje voor die dag. Ik wil heel graag de toekomst onder controle hebben. En terwijl ik dacht opschrijf, zie ik zelf ook wel de onmogelijkheid ervan. Toch heb ik een aardige poging gedaan. Ik kocht mijn eerste huis toen ik 23 was. Goed idee toch, leek me. Vroeg beginnen, want dat huren, daar had je toch ook niks aan. Een koophuis komt tenminste naar je toe. Bovendien waren de huurhuizen die ik tot dan toe had bewoond nou niet meteen van het geweldige soort en zo’n koophuis, dat was toch veel mooier. Maar het was meer dan dat ik een mooier huis wilde. Ik wilde ook de zekerheid die voor mijn gevoel bij een koophuis hoorde. Het voelde als vastigheid. Ik wilde weten waar ik de komende jaren – desnoods mijn leven, als ik dat wilde (wat niet gebeurd is) – zou wonen. En zo is er wel meer, grote en kleine dingen. Ik wilde per se een vaste baan (die kreeg ik, trouwens, maar die bleek uiteindelijk wat minder vast dan ik dacht, dus nu ben ik freelancer met genoeg vast werk om me toch lekker zeker te voelen), ik woonde op mijn twintigste samen (bleek een goed idee), ik maak elke dag een lijst met dingen die ik wil / moet doen en het is pas relax-tijd als die lijst klaar is (klinkt dit freakerig? Wel, hè? Maar voor mij werkt het), en als ik ergens naartoe moet, zoek ik de straat van tevoren op op Google Streetview, zodat ik in elk geval weet waar ik kan parkeren. Wie me nu wil laten opsluiten geef ik groot gelijk, maar nogmaals, voor mij is dit echt heerlijk.

Lees ook: Deze 10 dingen mag je NU loslaten om gelukkig te worden!

Lijd ik onder mijn gebrek aan flow? Nee, niet echt. Het zou alleen relaxter zijn, in de eerste plaats voor mezelf, om wat meer blanco te zijn. Het lijkt me ook weleens fijn om zo vaak mogelijk te zeggen ‘we zien wel’, en dat we dan ook echt wel zien, zonder dat ik het heel stoer roep, maar ondertussen allang heb bedacht hoe en wanneer en waarom we het gaan zien. Misschien komt het ook doordat kinderen nou eenmaal met een schemaatje komen, waar je natuurlijk best wat van kunt afwijken, maar niet teveel want dan eindig je altijd met gehuil. Dat klopt niet helemaal, want ik had dit ook toen ik nog geen kinderen had, maar het speelt wel mee. Als ik met de flow moet go’en, moet ik zoveel verschillende scenario’s uitdenken, dat ik al zenuwachtig word bij het idee. Hoeveel flessen moeten er mee, moeten ze slapen in de kinderwagen en zo ja, gaan ze dat dan doen en als ze dat niet doen, hoe ga ik dat dan oplossen? Moet ik niet iets te eten voor ze in de luiertas stoppen, want als ze hongerig zijn en we gaan nog niet eten… Afijn, enzovoort, enzovoort. Dus nu heb ik bedacht: plannen is mijn go with the flow. Ik word er rustig van, om niet te zeggen ‘zen’. Het is mijn houvast, anders zou ik de deur denk ik amper uit komen. Het maakt me blij en dat hoor je go with the flow-types ook altijd zeggen, dus wat dat betreft doe ik blijkbaar iets goed. Ik go echt graag, maar ik heb de flow gewoon liever onder controle.

Lees ook: 11 dingen die je herkent als je een zekerheidszoeker bent

(Beeld: iStock)

Geschreven door