Waarom ik me schaam voor mijn gewicht

Nog niet zo lang geleden woog ik nog geen vierenvijftig kilo. Precies daar was het goed toeven. Maar toen kwam er een relatie met een kok en een zwangerschap. Sindsdien ben ik permanent een paar kilo te zwaar. Ik heb zeker geen overgewicht en met een BMI van 23 ben ik prima gezond. Maar toch word ik van mijn vetrolletjes chagrijnig. Ik voldoe niet meer aan mijn eigen schoonheidsideaal en begin me langzamerhand een beetje te schamen voor mijn lichaam. En daarmee stap ik plotseling een nieuwe wereld binnen. Dit is wat ik leerde.

Size does matter
Voorheen pasten spijkerbroeken, t-shirts en bikini prima. Maar wie zich einmahl aan een grotere maat moet overgeven denkt continu met weemoed terug aan die tijd toen je nog in maat 36 paste. Je leven is sinds dat moment altijd ingedeeld in maat 36 en: daarna – als was het een huwelijk, jaartal of de geboorte van een kind. In elk geval zag het leven er met maat 36 heel anders uit. Je kon je meten met andere vrouwen en vond het nog leuk om jezelf te vergelijken.

Je trekt je terug
Als je eenmaal een keer schaamte hebt gevoeld voor je lichaam treedt er een mechanisme in werking: je zet jezelf buiten spel. Het liefst loop je in wijde blouses, truien of gewaden, omdat je niet wil opvallen. En daarmee zend je dus ook geen signalen meer uit. Flirten gebeurt amper en je wordt ook minder gezien. Dat doet weinig voor je zelfvertrouwen en werkt als een vicieuze cirkel.

Je ziet je lichaam als symbool van je eigen onvermogen
Want je kunt geen maat houden en bent daarom iets te zwaar. Of je vindt jezelf lui, omdat je niet naar de sportschool gaat. In elk geval zie je elke keer dat je in de spiegel kijkt een vat vol negatieve karaktereigenschappen. Like that ever worked. Niet leuk.

Je gaat je vergelijken met onhaalbare (rol)modellen
God knows why! Maar toen ik zwanger was, had ik in mijn hoofd dat ik eruit zou zien als (een weliswaar zwangere) Doutzen Kroes. Terwijl Doutzen welgeteld twee keer zo lang en zes keer zo gespierd is als ik. Elke keer als ik in de spiegel keek, stelde ik vast dat ik wéér geen Doutzen was. Inmiddels is mijn vergelijking overgeslagen naar Anna Nooshin. Die dan wel weer net zo lang is als ik, maar minstens tien jaar jonger. Het lijkt wel alsof je jezelf met steeds onrealistischere partijen gaat vergelijken naarmate je je ongelukkiger voelt over jezelf.

Wat je dan wel moet doen
En toen interviewde ik voor een artikel prof. Dr Liesbeth Woertman, die de boeken Moeders Mooiste en De psychologie van het uiterlijk schreef. Haar belangrijkste tip: “Stop met jezelf vergelijken met jonge modellen. Kijk in plaats daarvan naar vrouwen van je eigen leeftijd. Als je veertig bent, gewoon met veertigers. Zestigers met zestigers. Kies je mooiste vriendin, mooiste tante in de familie, mooiste vrouw uit de straat. Dan zul je zien dat hun schoonheid weinig met perfectie te maken heeft.” En dat luchtte eigenlijk wel een beetje op.

Geschreven door