Waarom ik me toch ongemakkelijk voel bij Griet op de Beecks verhaal over incest

Een trauma hebben van iets wat je je niet kunt herinneren, kan dat? De vraag is namelijk toch: waarop is zoiets nou eigenlijk gebaseerd? Is het, zonder bewijs, ‘terecht’ dat iemand zich zo voelt? En, mag je daaraan twijfelen?

Afgelopen week vertelde schrijfster Griet op de Beeck in De Wereld Draait Door over het trauma dat zij opliep door de incest die haar vader met haar pleegde toen ze nog een klein meisje was. Een trauma waarvan ze zich pas recent gerealiseerd heeft dat ze het heeft. Griet heeft namelijk geen herinneringen aan het misbruik. Ik heb grote waardering voor Griet. Ze schrijft prachtige boeken en bovendien komt ze altijd over als een leuke vrouw. Ik vind het dan ook vreselijk voor haar dat ze te kampen heeft met zoiets naars, dat logischerwijs grote impact heeft op iemands leven. Geen enkele vrouw, geen enkel mens, zou te maken hoeven krijgen met misbruik. En daarnaast ben ik van mening dat er nog veel te weinig openheid is op dit gebied en dat slachtoffers veel te vaak te bang zijn om te praten over wat hen is aangedaan, of, misschien nog wel erger, niet serieus genomen worden als ze dat wel doen. Waardoor het probleem veel te weinig adequaat wordt aangepakt en dus, op bijzonder grote schaal, blijft voorkomen. Ik kan daar helaas uit eigen ervaring over meepraten. Want toen ik zelf op het politiebureau zat met de striemen in mijn nek en vertelde over de vele keren dat mijn ex-vriend me dwong tot seks werd er ook sceptisch gedaan. En met die aangifte is nooit iets gebeurd. Waardoor ik alleen achterbleef met mijn herinneringen, mijn nachtmerries, met mijn trauma. Ik weet dus wat zo’n ervaring met je doet en vooral ook: hoe het voelt als mensen dat in twijfel trekken. En toch, en tóch, voelde ik me tijdens het interview met Griet steeds ongemakkelijker worden. En betrapte ik mezelf op de gedachte: ‘maar is dit nou wel waar?’

De afgelopen dagen heb ik met Griets verhaal in mijn hoofd gelopen. En raak ik steeds meer verward. Want het feit dat ik twijfel aan haar verhaal vind ik eigenlijk heel erg. Ergens vind ik dat ik er, welke gedachten ik er ook bij heb, niks over mag zeggen. Niet aan mag komen met een oordeel of een mening. Ik ben tenslotte geen psycholoog en Griet is niet de eerste die er in therapie achterkomt dat er in het verleden vervelende dingen zijn gebeurd waarvan geen herinneringen zijn. Daarnaast roep je zoiets sowieso natuurlijk echt niet zomaar en zéker niet over je eigen vader. Dus wie ben ik, wie zijn wij, mensen die niet in haar hoofd en hart kunnen kijken, niet voelen wat zij voelt, dan om te beweren dat wat ze heeft meegemaakt niet klopt, of zelfs misschien niet waar is? Het brein is een wonderlijk orgaan en in staat tot dingen die wij nog lang niet doorgrond hebben. Het is dus echt niet ondenkbaar dat je bepaalde dingen op zo’n manier kunt verdringen dat je ze gewoon ‘vergeet’. Dat je ze wegstopt in een heel klein, donker hokje in je hoofd en daarvan het deurtje dicht doet. Maar toch blijft de vraag: hoe betrouwbaar is het als iemand anders, in Griets geval een therapeut, je dingen dóet herinneren, je eigenlijk conclusies in je schoot werpt? Want, ze kunnen je wel van alles wijsmaken, dus hoe stellig kun je daarin dan zijn? En Griet is toch wel héél erg stellig. Maar, hebben we niet allemaal weleens gevoelens die niet goed thuis te brengen, niet te duiden zijn? En, even heel kort door de bocht, als we zo gaan beginnen, hebben we binnen de kortste keren allemaal een trauma.

Er zijn zoveel vrouwen die zich ongemakkelijk voelen over lichamelijk contact met hun vader. Die op een gegeven moment niet meer bij hem op schoot wilden, het zelfs op volwassen leeftijd moeilijk vinden om hem te omhelzen, of zijn hand vast te pakken op zijn sterfbed. Ik kan me zelf nog heel goed herinneren dat ik in mijn puberteit een bepaalde fysieke afstand van mijn vader begon te nemen. Niet omdat ik mij door verdrongen oneigenlijke gebeurtenissen van hem afkeerde, maar gewoon, als vanzelf, omdat dat natuurlijk voelde als opgroeiende jonge vrouw. Een foto zoals Griet in DWDD liet zien van zichzelf, volgens haar een ‘dikkig meisje dat zich duidelijk onaantrekkelijk had gemaakt, omdat dat het enige machts,- en controlemiddel is wat ze nog had’, die heb ik ook. Precies zo’n zelfde soort meisje, een beetje schuchter in de lens kijkend, met een bloempotkapsel en wat teveel aan babyspek. Moet ik daaruit dan concluderen dat ik bezig was mijzelf te verbergen? Dat ik ook misbruikt ben als klein kind? Die foto was natuurlijk slechts één van de tekenen die ze noemde voor haar misbruik, er zijn veel meer gevoelens en gebeurtenissen die Griet haar leven lang een onbestemd gevoel hebben gegeven, maar desondanks vind ik het glad ijs. Want hoe je het ook wendt of keert, het is toch slechts de invulling die een buitenstaander geeft aan een paar emoties en waarnemingen die Griet met haar gedeeld heeft, die geleid hebben tot deze zeer heftige conclusie en ik vind de vraag hoeveel waarde je daar dan aan moet hechten toch wel gerechtvaardigd.

Het punt dat Griet maakte, dat juist door dat soort vragen slachtoffers de mond gesnoerd wordt, is natuurlijk valide. Want waarom zou je jezelf blootgeven als je bij voorbaat toch al weet dat iedereen je voor gek verklaart? Je hebt tenslotte al genoeg geleden, dus die pijn kun je je dan net zo goed besparen. En juist daarom vind ik dit zo ontzettend moeilijk. Want ik wil niks afdoen Griets trauma en haar pijn. Het is namelijk vrij simpel: als je je zo voelt, dan voel je je zo. Jouw gevoelens zijn van jou en niemand heeft het recht daar iets aan af te doen. De pijn, het trauma, dat iemand ervaart, is echt en mag nooit gebagatelliseerd worden. Maar die pijn vervolgens ophangen aan iets wat niet aan te tonen is, op geen enkele manier getoetst kan worden, dat vind ik toch wel ingewikkeld. Dat ze graag een verklaring wil voor het feit dat ze in San Francisco van de Golden Gate Bridge wilde springen vind ik niet meer dan logisch. En natuurlijk is het fijn voor haar dat ze het nu het gevoel heeft haar gevoelens eindelijk te kunnen duiden. Uiteindelijk is dat het enige dat telt. Maar de vader van Griet op de Beeck is dood. Hij heeft de sleutel tot de waarheid mee zijn graf in genomen. Hij zal nooit meer zijn kant van het verhaal kunnen vertellen, nooit meer een weerwoord kunnen geven. En belangrijker nog: Griet zal nooit meer bij hem kunnen toetsen of de vreselijke conclusie die haar voorgeschoteld is over hun relatie en het feit dat ze haar leven lang al worstelt met zichzelf ook echt waar is. En precies daar zit, denk ik, het pijnpunt. Dat er iets als waarheid wordt neergezet waarvan niemand, ook Griet zelf niet, echt zeker weet of die ook waar is.

Seksueel misbruik met jonge kinderen is verschrikkelijk en komt helaas veel te vaak voor. Het is dus ook zeker belangrijk dat hier vaker en beter over gesproken wordt en dat degenen die het overkomt zich gehoord en geholpen voelen. Maar ook in de psychologie zelf zijn de meningen over de betrouwbaarheid van regressietherapie zoals Griet die heeft gehad verdeeld. Het is ontzettend dapper dat ze op nationale televisie over zoiets heftigs en persoonlijks durft te praten en ik hoop ook echt dat ze hiermee een podium creëert voor mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt. Ik denk dat mijn (en waarschijnlijk ook die van heel veel andere mensen) ongemakkelijkheid bij haar verhaal ook helemaal niet voortkomt uit het feit dat ik zou vinden dat over zoiets niet gepraat zou mogen worden en ook niet eens zozeer over het gebrek aan ‘bewijs’. Maar de stelligheid waarmee Griet haar misbruik poneert zonder ook maar in ogenschouw te nemen dat, zoals ik hierboven ook al zei, het menselijk brein tot heel veel vreemde dingen in staat is en dus ook tot het reconstrueren van beelden en gevoelens die niet echt zijn, zonder een, al is het maar een heel kleine, slag om de arm te houden bij een toch wel zeer heftige stelling, terwijl ook zij zelf duidelijk niet helemaal overtuigd is van de interpretaties (want dat blijven het nou eenmaal toch) van haar therapeut, daar krijg ik toch wel een beetje een raar gevoel van. Ja, Griet voelde zich ongetwijfeld al haar hele leven unheimisch zonder dat ze daar de vinger op kon leggen. En dat is heel naar en verdrietig. Maar heel misschien is daar weinig andere reden voor dan dat de wegen van het brein soms nou eenmaal ondoorgrondelijk zijn. Nu is ze echter ineens een incestslachtoffer en is, weliswaar post mortem, de band met, en dus ook de nagedachtenis aan haar vader, voorgoed verwoest. En ergens vraag ik mij dan toch af: brengt dat Griet daadwerkelijk de verlichting die zij claimt dat zij gekregen heeft?

Lees ook: Hoe je een slechte jeugd kunt omzetten in iets positiefs

Geschreven door